Geplaatst door: 
Verhaal

10 december 1836 - de nieuwe predikant

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Tot zijn overlijden in 1831 was de predikant van de Ned.Herv. kerk te Oud Avereest, Hoseas Gerhardus Meiling Amshoff, tevens zieleherder voor het protestantse deel van de bevolking van Ommerschans. Daarna was het de jonge predikant Pieter van Nes die zichzelf nadrukkelijk profileerde voor deze positie. Toch moet zijn enthousiasme snel verdwenen zijn want reeds in het najaar 1836 verdween hij naar het naburige Rouveen, waar hij tot zijn emeritaat bleef. Korte tijd later was een opvolger gevonden in de persoon van Andries Campagne, die vandaag zijn nieuwe broodheren hartelijk dankt voor zijn aanstelling. Toch zal het nog ruim een jaar duren voordat hij wordt geïnstalleerd op de Schans. Maar eenmaal in positie zal Campagne aan de Schans blijven tot hij niet meer kan. Meer dan 40 jaar...

Voor Hoseas Gerhardus Meiling Amshoff, domineeszoon, in 1791 geboren in Uelsen in de Grafschaft Bentheim was de overstap naar Nederland niet groot. In de Grafschaft is het Nederlands de voertaal. Op 3 juni 1821 is hij bevestigt als predikant te Oud Avereest, de buurtschap "op 3 kwartier gaansch" ten noorden van de Ommerschans. Daarmee lag het voor de hand dat voor de zielzorg van de bewoners van Ommerschans met protestantse geloofsovertuiging een beroep op Amshoff werd gedaan. Amshoff trouwde in oktober 1821 en kreeg met zijn vrouw 4 kinderen. De kerk van Oud Avereest stond op wat nu het hoge gedeelte van de begraafplaats aldaar is.

Op de Ommerschans moesten de Rooms-Catholieken en de Hervormden het kerkgebouw, dat in 1822 ongeveer tegelijk met het bedelaarsgesticht is gebouwd, delen. Dat betekende dat de kerkzaal, door de week de school van de kolonie, tussen de diensten door moest worden omgebouwd. Daar waar binnen de seculiere Maatschappij van Weldadigheid weinig tot niets te merken is van een strijd tussen gezindtes, is de onverdraagzaamheid tussen de pastoor en de predikant op de Schans groot. En dat is bij uitstek te merken als je samen een gebouw moet delen. Regelmatig zitten ze elkaar dwars, waardoor een dienst niet volgens schema kan starten.In de zomer van 1831 is predikant Amshoff ziek geworden en op 22 september is hij overleden.
De diensten op de Schans worden tijdens de ziekte en na het overlijden van Amshoff af en toe waargenomen door een predikant uit Ommen, maar dat gaat niet van harte. Aldus bericht directeur Jan van Konijnenburg een maand later aan de Permanente Commissie in zijn karakteristieke, goed leesbare handschrift.
Zijn boodschap is duidelijk: verwacht maar niet dat we in de toekomst nog hulp krijgen van een predikant uit de buurt. Het wordt tijd dat Ommerschans een eigen predikant krijgt.

Pieter Eliza Karel van Nes

Begin december 1831 maakt Jan van Konijnenberg een kopie van een brief die hij van adjunct directeur Kornelis Mulder van Ommerschans heeft gekregen. Mulder is enthousiast over de candidaat predikant Pieter van Nes, die op proef een dienst heeft geleid.
In het boek "Kerkelijke Wetten voor de Hervormden in het Koninkrijk der Nederlanden" lees ik dat op 26 december 1831 bij Koninklijk Besluit No 58 is bepaald dat de Leeraar van de Protestantsche Gemeente te Ommerschans een tractement van 700 gulden per jaar krijgt. Het is me nog niet duidelijk of Van Nes ook onmiddellijk van start is gegaan, want in het oudst bewaarde notulenboek van van de gemeente staat dat Van Nes (pas) op 15 december 1832 is bevestigd. De oudste notulen, door van Nes ondertekend, dateren van 11 juli 1833, 5 dagen nadat hij in Bentheim is gehuwd met Milène Schilling.

Heel duidelijke informatie vinden we in een brief van directeur Jan van Konijnenberg van 15 februari 1832. Daarin lezen we dat Van Nes sedert drie weken op de Schans aanwezig is en dat hij is benoemd "tot voorlopige waarneming der Eeredienst".
Van Konijnenberg dringt in de brief aan op "de spoedige daarstelling van een Predikants-woning". Weliswaar biedt adjunct-directeur Mulder tijdelijk onderdak aan Van Nes, maar aan die situatie moet zo snel mogelijk een eind komen.
Ik heb de datum van oplevering van de predikantswoning nog niet boven water, maar het zal in de loop van 1833 zijn geweest.
De pastorie is "in eigen beheer" gebouwd door de kolonisten van Ommerschans.
De eerste keer dat we Van Nes tegenkomen in de Burgerlijke Stand is bij de aangifte van dochter Susanna, januari 1836. Echter, in de Opregte Haarlemsche Courant vindt ik in 1834 al het volgende bericht:
Het is opvallend dat dit kind niet is ingeschreven in de Burgerlijke Stand. In omringende gemeentes werden in 1834 levenloosgeboren kinderen wel degelijk ingeschreven.

Bij de geboorte van dochter Susanna meldt Pieter van Nes zich wel op het gemeentehuis te Ommen.

In de vergadering van de kerkeraad van 30 september 1836 wordt besloten Pieter van Nes "op vereerende wijze" te ontslaan. Hij heeft namelijk hij het beroep door de Hervormde gemeente in het naburige Rouveen, gemeente Staphorst, aanvaard. Zijn functie wordt tijdelijk waargenomen door predikant Antoni Hissink, die op 4 mei 1834 is bevestigd in de nieuwe Hervormde gemeente in de nieuwe veenkolonie Dedemsvaart.

Andries Campagne

En dan moet Ommerschans weer op zoek naar een nieuwe predikant. En zo belanden we vandaag bij Andries Campagne.

Andries is geboren in het Gelderse Tiel in het jaar 1800, waar hij op 16 november van dat jaar is gedoopt.
In de 19e eeuw komt de​​​ familienaam Campagne in Tiel veelvuldig voor. Naast Andries' vader, die koopman en grossier is, vinden we ondermeer een apotheker en een boekhandelaar/uitgever die beide regelmatig landelijk aan de weg timmeren. Andries is de oudste in het gezin, vernoemd naar zijn grootvader.
Het lijkt er op dat Andries een lange weg aflegt, op weg naar zijn ambt als dominee, want ik heb niet kunnen vinden dat hij een standplaats heeft gehad als hij in 1836 solliciteert op de vacature die ontstaan is op de Ommerschans door het vertrek van Van Nes. Vandaag, 10 december 1836, schrijft Andries thuis in Tiel een dankbrief aan de Permanente Commissie van de Maatschappij van Weldadigheid, nadat hij het bericht gekregen heeft dat men voornemens is hem aan te stellen als predikant te Ommerschans.
Ik concludeer uit deze brief dat Campagne wordt aangesteld als waarnemer in de vacature, met uitzicht op een vaste aanstelling na een proefperiode. Het is speculatie, maar wellicht maakt geeft het feit dat Campagne als 36-jarige nog geen standplaats heeft gehad, de nodige bedenkingen om hem meteen een vaste aanstelling te geven.
In de notulen van de kerkeraad in 1837 zien we dan ook dat predikant Hissink uit Dedemsvaart de vergadering voorzit, totdat Campagne vast wordt aangesteld.

In de notulen van de kerkeraad van 17 november 1837, bijna een jaar later, lezen we dat het Koninklijk Besluit is genomen Andries Campagne, die als kandidaat werkt bij het provinciaal kerkbestuur, aan te stellen als als predikant te Ommerschans, onder de voorwaarde dat hij beroepen wordt door de kerkeraad. Dat wordt dan ook onmiddellijk uitgevoerd.

En dan zien we dat Campagne in de vergadering van 14 januari 1838 als predikant te Ommerschans is bevestigd. Hij mag blijven.

Antje Molenbroek

Zoals de meeste geëmployeerden op de Schans, kreeg ook Andries Campagne personeel toegewezen om zijn huishouden te runnen. Andries kreeg of koos hiervoor de koloniste Antje Molenbroek. Zij is in 1820, 5 jaar oud, met haar moeder, broer en zus vanuit het Noordhollandse Beemster naar de vrije kolonie Willemsoord gekomen. Het gezin is in de problemen gekomen nadat vader Molenbroek in 1814 overlijdt, 3 weken na de geboorte van Antje.
Nadat moeder Niesje Blokker in 1829 zwanger blijkt te zijn, wordt het gezin naar de strafkolonie Ommerschans gestuurd. Dit is het gebouw links op de gravure eerder in dit artikel. Antje is dan 14 jaar oud.
Op 30 mei 1834 wordt Antje door de Raad van Tucht voor straf naar Veenhuizen gestuurd, nadat gebleken is dat zij zwanger is. Daar bevalt ze in oktober van een dochter, die zes weken later overlijdt. Antje komt op 1 november 1836 -vandaag zes weken geleden- terug naar de Ommerschans. Op 7 januari 1839 is ze formeel ontslagen. Dan woont ze bij Andries Campagne als huishoudster. Dat zien we bijvoorbeeld in de telling die de gemeente Stad Ommen in 1840 uitvoert.

Een eigen kerk

Andries Campagne zet zich van meet af aan in voor de stichting van een eigen kerkgebouw voor de Hervormde Gemeente. Hij wil af van de voortdurende conflicten met de Roomsen over het gemeenschappelijk gebruik van de kerk. Weliswaar wordt er een nieuw rooster gemaakt, waarin er meer tijd tussen de diensten op zondag wordt gepland, maar het is geen duurzame oplossing. Campagne krijgt steun van de leiding op de Schans, overwegend Hervormd van signatuur. En zo wordt eendrachtig het besluit afgedwongen om een nieuwe kerk te bouwen, schuin achter de pastorie van Campagne. Op 2 augustus 1845 is de eerste steen gelegd.

Opvallend is dat de bouw van deze kerk bijna 2 jaar in beslag neemt.

Het is nog veel te vroeg om een afgerond verhaal over Andries Campgne te schrijven. De komende jaren zal er een schat aan correspondentie met en over hem uit de archieven naar boven komen.
Voor dit moment laat ik bij de vermelding van het overlijden van zijn huishoudster Antje Molenbroek op 13 januari 1869, na ruim dertig jaar trouwe dienst. En verder het 40-jarig ambtsjubileum van Andries dat in 1878 werd gevierd.
En tenslotte gaat hij in 1882 met emeritaat, 82 jaar oud.
Hij vertrekt naar Zwolle en in zijn nieuwe behuizing heef hij kennelijk niet veel ruimte voor zijn inboedel.

Twee jaar later overlijdt Andries Campagne, 83 jaar oud. 

Reacties

afbeelding van Albert van der Heide
Met dank voor dit zeer interessant detail in de geschiedenis van Ommenschans. Het is dus onder ds. Campagne dat de kerkenraad van Ommerschans mijn overgrootvader Jacobus van der Heide in 1849 onder censuur afsneed, zeer ongebruikelijk in de tijd van de Afscheiding, van deze gemeente. Als reden wordt in het notulenboek gegeven omdat hij naar de Afgescheidenen ging in Dedemsvaart. Mijn betovergrootvader Meine van der Heide, ook die van Henk Hiemstra, werd een vergadering daarvoor gewoon uitgeschreven, nota bene voor dezelfde reden. We vonden deze informatie in de archieven in Zwolle. Deze Meine is via zijn dochters een voorouders van een aanzienlijk deel van gereformeerd Dedemsvaart, via de oorspronkelijke leden-families dan.