Geplaatst door: 
Verhaal

13 augustus 1832 - De pikorde binnen Ommerschans

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

De formele hiërarchie binnen Ommerschans is helder: De adjunct-directeur is de baas, een aantal onderdirecteuren rapporteren aan hem en daaronder de zaalopzieners, de veldwachters en de hoevenaars. Zij hebben het toezicht op de bedelaar-kolonisten en de strafkolonisten.


De werkelijke hiërarchie is een stuk complexer en wisselt voortdurend. Een deel van de kolonisten krijgt een "baantje". Ze worden voerman of meid bij een hoevenaar, vaste hulp in de wasserij of in de apotheek of -als ze geluk hebben- hulpveldwachter. Deze baantjes worden gegund op basis van de persoonlijke relaties met iemand die iets meer te zeggen heeft. Ze leiden niet tot een hoger salaris, maar wel tot priviliges: meer eten, meer vrijheid, meer macht. Dit deel van de organisatie ligt nergens vast, maar regelmatig komen we ze tegen, bijvoorbeeld in de notulen van de Raad van Tucht. Als er gunsten te behalen zijn dan ontstaat er afgunst. En dan is het conflict snel geboren. Lees mee in de notulen van maandag 13 augustus 1832.De President, Kornelis Mulder, opent den Raad, de Leden zijn allen tegenwoordig. Wordt voorgenomen eene ingekomene klagte tegen den kolonisten veldwachter Herius, houdende dat hij mede kolonisten veldwachter Tasmus mishandeld zoude hebben eindelijk door schelden daarna door het hem toebrengen van eene ligte wonde aan het hoofd.

Men laat Tasmus binnen komen en ondervraagt hem naar de oorzaak van het voorval: waarop hij te kennen geeft dat Herius hem aanvankelijk had uitgemaakt voor een pluimstrijker, dat hij daardoor altijd buiten kanssen had en telkens gebruikt wierde om transporten van kolonisten naar Veenhuizen meede te doen, terwijl hij, Herius, daartoe nimmer wierde verkoren, dat dit aanleiding niet alleen tot woorden twist maar zelf tot daadzaken had gegeven daar Herius den aanval met den sabel op hem had gedaan waardoor hij Tasmus een ligte hoofdwond bekomen had.

Men doe Herius binnen komen en hoort hem in zijne defensie het welk daarop nederkomt dat hij van gedagten was geweest dat Tasmus zijn vrouw wilde mishandelen en dat hij daarop driftig was geworden en Tasmus was aangevallen, doch dat het hem leed deed, en verzoekende daar voor voor dit maal verschooning.

Overwegende dat Herius niet bij transporten kan gebruikt worden vermits hij zich alsdan schuldig maakt aan het misbruik van sterken drank, terwijl Tasmus daartoe zeer geschikt is.

De Raad overweegt en kent Herius schuldig. Gezien art,17 van het Reglement luidende als volgt:
beleediging van meede kolonisten door woorden zal met verplaatsing in de disciplinezaal en bij verzwarende omstandigheden met opsluiting van drie tot veertien dagen worden gestraft, en met daden met opsluiting van drie tot veertien dagen des noods met boeijen.

Wordt besloten dat Herius zal ontslagen worden van zijne betrekking als veldwachter en dat hij voor den tijd van acht dagen zal worden opgesloten in de strafkamer.

De kolonist Herius wordt wederom binnen gelaten en den secretaris leest hem het tegenwoordige vonnis voor, waarna hij naar de strafkamer wordt terug gebragt.

Matthias Herius

Matthias Herius is op 26 januari 1796 te Franeker gedoopt. Zijn ouders zijn afkomstig uit Limburg en zij komen in Friesland terecht, waarschijnlijk omdat Balthazar behalve kleermaker ook militair is. Omstreeks 1820 trekt de familie Herius naar Groningen, waar Balthazar en zijn vrouw overlijden in resp. 1823 en 1824. 
In Groningen leert Matthias Henrietta Akkerman kennen. Zij is geboren in Coevorden in 1793. In 1815 bevalt ze in Groningen van een buitenechtelijk en levenloos kind. In 1819 trouwt ze met de wolkammersknecht Wilhelm Friedrich Kreutz. Ze krijgen in 1820 een dochter. Haar echtgenoot overlijdt in 1821 en in 1822 overlijdt ook haar dochter. Dan bevalt ze in 1823 in het academisch zeiekenhuis opnieuw van een buitenechtelijk kind, een meisje, dat de naam Johanna krijgt.In de kantlijn zien we dat Matthias Herius dit meisje als zijn dochter heeft erkend bij zijn huwelijk met Henrietta Akkerman op 21 augustus 1825.

In Groningen krijgt het stel nog drie kinderen, waarvan er twee jong overlijden. En zo komen ze op 18 november 1828 met twee kinderen aan op de Ommerschans, de jongste 7 maanden oud. Het gaat niet lekker met het gezin op Ommerschans. Henrietta is veel ziek en het werkt niet stimulerend dat om hen heen de ene na de andere kolonist het leven laat. Daarom stuurt Matthias in 1830 een verzoek aan de Permanente Commissie om met zijn gezin ontslagen te mogen worden. De P.C. stuurt daarop een verzoek om inlichtingen naar de Directeur der Kolonien.
De directeur -die de sterftecijfers in Veenhuizen als geen ander kent- vraagt zich hardop af waarom het gezin het in Veenhuizen beter zou doen. En Herius -hoewel "bevorderd" tot veldwachter, is geen voorbeeldige kolonist. Het gezin heeft onvoldoende oververdienste om voor ontslag in aanmerking te komen. En dus blijft het gezin in Ommerschans. En die ziekelijkheid van Henriette Akkerman valt enigszins te nuanceren: kort na de afwijzing van het ontslagverzoek raakt zij in verwachting...

Cornelis Tasmus

Het is onduidelijk waar de wieg van  Cornelis Tasmus heeft gestaan. In zijn eerste inschrijving in Ommerschans, op 11 maart 1830, is vastgelegd dat hij in Yperen is geboren. In latere inschrijvingen is consequent de plaats Frankfurt a/Main geregistreerd. Ondersteunend bewijs voor Yperen vinden we in de bijzonder geboorte acte van zijn oudst bekende dochter Antje, uit de Gelderse gemeente Rheden van 23 september 1824.
Hier lezen we dat Cornelis Tassemus, geboren te Yperen en toevallig op doorreis te Dieren, gemeente Rheden, in de herberg van Cornelis Biggendorp, aangifte doet van de geboorte van een meisje dat de naam Antje krijgt. Hij verklaart in Russische dienst te zijn, als sergeant bij het Infanterie Regiment Alexander, en op doorreis naar Frankfurt. Vermoedelijk bedoelde Tassemus dat hij dienst deed in het Pruisische Kaiser Alexander Garde-Grenadier-Regiment.
In de acte staat niet expliciet dat de moeder van het kind, Anna Louise de Graaf, zijn vrouw is. Maar als Antje in 1850 trouwt dan wordt deze geboorteacte als bewijs geaccepteerd dat zij een dochter is van Cornelis Tassemus en Anna Louise de Graaf, die op dat moment beide in Veenhuizen wonen. Dat is een belangrijke verklaring, omdat deze Anna Louisa de Graaf onder deze naam niet voor komt in de inschrijvingsregisters van Ommerschans en Veenhuizen: daar heet zij Anna Louise Hagedorn, die in 1787 te Leeuwarden geboren is als Abegje Pieters Hagedoorn. Het is maar de vraag of zij ooit officieel gehuwd is met Cornelis Tassemus, die meestal onder de naam Tasmus voor komt.

Cornelis Tasmus wordt -wellicht vanwege zijn vermeende militaire antecedenten- aangesteld als kolonist-veldwachter. In het najaar van 1830 is zijn vrouw zwanger -net als de vrouw van zijn collega veldwachter Herius.

Voor het gezin Herius begint 1831 met tegenslag. Op 2 januari overlijdt zoon Johannes Balthazar.

Dit leed wordt 3 weken later enigszins verzacht door de geboorte van dochter Theresia Carolina:

Toch rommelt het bij het gezin Herius-Akkerman, want Henriette Akkerman stuurt enkele maanden later zelfstandig een verzoek aan de autoriteiten om onder aflossing van haar schulden ontslag te krijgen voor zichzelve en hare kinderen:

Hoewel de inhoud van de brief van het ministerie van Binnenlandse Zaken doet vermoeden dat men positief tegenover dit voorstel staat, zien we vooralsnog geen ontslag volgen voor haar.

In het gezin Tasmus wordt op 27 juli dochter Rosalina Willemina geboren. In de geboorte acte zien we dat collega kolonist-veldwachter Gerardus Nienhuis ook hier als getuige optreedt. Waarschijnlijk is dit ook de tijd waarin Tasmus regelmatig bedelaar-transporten van Ommerschans naar Veenhuizen begeleidt, en waaraan Matthias Herius zich zo ergert.

En zo volgt in de zomer van 1833 de confrontatie tussen de beide veldwachters, waarbij Tasmus aan zijn gezicht wordt verwond door Herius.

Vier weken nadat Herius zijn baantje als veldwachter is kwijtgeraakt, vertrekt hij van de Ommerschans, vrouw en kinderen daar achter latend. Het is niet duidelijk of dat gedwongen of vrijwillig is, maar in elk geval trad hij toe tot de schutterij. Zo kwam hij uiteindelijk terecht in de Zeeuwse garnizoensplaats Hulst. Korte tijd later, op 17 oktober 1832, kreeg Henriette Akkerman met haar twee kinderen het felbegeerde ontslag. Ze vertrok vermoedelijk naar Groningen. Daar kreeg ze tien maanden later het bericht dat ze haar echtgenoot niet terug zou zien: Matthias Herius stierf in Garnizoen in de plaats Hulst.

Henriette Akkerman wist zich in de vrije maatschappij niet te redden. Op 28 oktober 1834 was ze terug in de Ommerschans -vier maanden zwanger-. Een maand later ging ze door naar Veenhuizen, waar op 1 maart 1835 haar onechte zoon Jan Herius Akkerman werd geboren. Op 1 mei 1837 werd ze ontslagen. Nu was haar vrijheid van heel korte duur: precies een maand later werd ze weer ingeschreven in Ommerschans en twee weken later was ze terug in Veenhuizen. Daar bleef ze tot 1842. In 1849 overleed ze te Groningen. Ze maakte niet meer mee dat haar kinderen trouwden. Op haar genealogische kaart zien we de weerslag van haar roerige leven.


En hoe ging het verder met de "brave" Cornelis Tasmus?

Op 30 november 1833 kreeg hij met zijn gezin ontslag. Het leek er lang op dat ze zich in de grote maatschappij konden handhaven. Echter op 8 januari 1842 was het gezin terug in Ommerschans. Drie jaar later werden ze doorgestuurd naar Veenhuizen waar ze op 17 april 1846 ontslagen werden. Al op 9 augustus van datzelfde jaar waren ze terug op de Schans en op 31 augustus gingen ze op transport naar Veenhuizen. Het transport dat Tasmus 15 jaar daarvoor dikwijls zelf had begeleid en waarom hij werd benijd door zijn collega Herius.

Het was de laatste reis voor het stel. Abegje Hagedoorn overleed in het tweede gesticht van Veenhuizen in 1854 en Cornelis Tasmus overleed daar in 1862. Geboren in Frankfurt, of toch Yperen?

De twee kinderen van Cornelis Tasmus deden het beter, Alhoewel...

Dochter Antje ontmoet in 1848 in Veenhuizen kolonist Stephanus Hoogerdijk. Ze krijgen op 3 september 1850 ontslag en trouwen op 6 december 1850 te Breukelen-Nijenrode. Drie maanden later zijn ze samen via Ommerschans terug in Veenhuizen, waar ze samen vier kinderen krijgen. Stephanus overlijdt in 1866 in het derde gesticht te Veenhuizen en Antje krijgt met haar kinderen ontslag op 1 mei 1868, waarna ze naar Rotterdam vertrekt. Daar overlijdt ze in 1903.

Dochter Rosalina Wilhelmina ontmoet in Veenhuizen de Rotterdammer Adrianus Zalm, die sinds 1833 regelmatig in de gestichten verblijft. Hij is in 1844 getrouwd met Klasina Haring, een Amsterdamse vondelinge die in 1824, 9 jaar oud, in Veenhuizen terecht kwam. Veertien dagen na hun huwelijk zitten ze samen weer in Veenhuizen in het derde gesticht. Daar overlijdt Klasina in 1845 in het kraambed. Haar kind wordt levenloos geboren. Adrianus, die in 1840 te Ommerschans al gedeserteerd is, deserteert nu succesvol uit Veenhuizen. Echter, een jaar later zit hij weer in Ommerschans en in 1849 wordt hij naar Veenhuizen gebracht, waar hij in Rosalina Wilhelmina Tasmus zijn nieuwe liefde vindt. Ze trouwen op 28 november 1851 in Norg en krijgen in Veenhuizen 6 kinderen. In deze periode overlijden moeder en vader Tasmus. Tenslotte krijgt het gezin op 1 mei 1868 ontslag -tegelijk met zus Antje Tasmus- en gezamenlijk trekken ze voorgoed naar thuisbasis Rotterdam.

Nicolaas Biggendorp

Als je verhalen rond Ommerschans en Veenhuizen natrekt, dan stuit je voortdurend op de meest wonderlijke wendingen, waardoor duidelijk wordt dat de Ommerschans als een magneet trok aan de Nederlandse bevolking in de 19e eeuw.

In de geboorte acte van Antje Tassemus, die bij toeval plaats vond in een herberg in het Gelderse Dieren, lezen we de naam van de herbergier, Cornelis Biggendorp.
Biggendorp was gehuwd en had in 1824 drie kinderen, een zoon van 14 jaar en twee dochters van 12 en 10. Zijn echtgenote Hendrina Bitters had uit haar eerste huwelijk nog drie kinderen, waarvan de oudste in 1822 was gehuwd. Voor een overzicht kijken we naar haar genealogische kaart:

Cornelis Biggendorp is van huis uit schoenmaker van beroep en omstreeks 1820 wordt hij herbergier in het Gelderse Dieren. In 1835 overlijdt hij, 47 jaar oud en twee jaar later overlijdt Hendrina Pothoven. De drie kinderen -hoewel volwassen- zijn dan nog ongehuwd. De meisjes trouwen beide in 1838. Maar de oudste, zoon Nicolaas, raakt aan lager wal en op 17 december 1842 wordt hij ingeschreven in Ommerschans, opgezonden vanuit Arnhem.

We zien hier dat Nicolaas al na 5 dagen, op 22 december 1842, naar Veenhuizen is gebracht. In deze 5 dagen op de Schans is hij mogelijk Cornelis Tasmus en zijn vrouw tegen gekomen. In Veenhuizen is Nicolaas een jaar later ontslagen.

Daarna lijkt het leven van Nicolaas in rustiger vaarwater te komen, want op 17 januri 1845 trouwt hij te Baarn met Gijsbertje Radstok. Ze krijgen samen drie dochters. De jongste, Dina, overlijdt begin 1849, bijna 6 maanden oud. En dan overlijdt een half jaar later Gijsbertje Radstok en Nicolaas blijft achter met twee jonge kinderen. Als op 10 juni 1861 ook dochter Margaretha overlijdt, 14 jaar oud, lijkt de wereld voor Nicolaas in te storten. Op 17 september wordt hij voor de tweede maal ingeschreven in Ommerschans en 6 maanden later is hij dood en begraven...

Reacties