Geplaatst door: 
Verhaal

13 juni 1840 - Oh oh Den Haag

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Aan het einde van de 19e eeuw verstomt het geluid aan de Ommerschans. In Den Haag wonen twee families die elkaar ongetwijfeld regelmatig tegen komen, wellicht elkaar kennen.
Vandaag, 13 juni 1840, staan hun twee voorvaders recht tegenover elkaar in de Raad van Tucht: zaalopziener Klaas Bijlstra en bedelaar-kolonist Willem Hameijer.

Het is vandaag zaterdag 13 juni 1840. De Raad van Tucht te Ommerschans is bijeengekomen omdat zaalopziener Klaas Reinders Bijlstra een Proces Verbaal heeft ingestuurd nadat kolonist Willem Hameijer is betrapt op het naar binnen smokkelen van een fles jenever. We lezen de notulen.Zitting van Zaturdag den 13 Juni 1840
Alle leden tegenwoordig zijnde, opent de President de Raad.
Is gelezen een Proces Verbaal van den zaalopziener Blijstra dd 9 dezer daar bij kennis gevende dat den kolonist Willem Hameijer No 2120, kok in de keuken der zalen van gemelden opziener, door het omkoopen van het zoontje van den berigtgever, pogingen had aangewend tot het bekomen van Genever, die hij aan de Dedemsvaart voor hem zoude koopen, en die hem vervolgens door het keukenraam van buiten zoude worden toegereikt, en hetwelk dan ook werkelijk zoude zijn ten uitvoer gebragt, indien niet de dienstmeid van den zaalopzienerop last van de moeder, die door een ander kolonistvan het genoemde misdrijf was onderrigt geworden, zulks had verhinderd, door hem tegen te gaan en hem de fles met Genever /half gevuld/ af te nemen.
Men laat den kolonist W. Hameijer binnen treden -Den-
Den beschuldigde te dezer zake gehoord hebbende, heeft hij zijn begaan misdrijf bekend, met de betuiging tevens, dat hij de zoon van Blijstra voor het halen van Genever twee Centen had beloofd, dat zijne ouders daarvan ten eenen male onbewust waren; en dat hij beklaagde gedurende zijn verblijf alhier zich nog nimmer aan dergelijk feit had schuldig gemaakt, en zich voortaan nimmer daaraan weder zal schuldig maken, mitsdien verzoekende dat hem het gebeurde voor ditmaal mogt worden vergeven.
De beschuldigde hierna op last van den Voorzitter afgetreden zijnde, heeft de Vergadering na deliberatie goedgevonden, op het voormelde misdrijf toe te passen Art. 9 van het Reglement van Tucht luidende als volgt:
Alle ongehoorzaamheid jegens de koloniale ambtenaren zal met verplaatsing in de disciplinezaal van drie tot acht dagen worden gestraft, en indien dezelve met brutaliteit gepaard gegaan is, met opsluiting van denzelfden tijd in de provoost.
En is dienovereenkomstig met eenparigheid van stemmen besloten, de aangeklaagde te straffen met zes dagen opsluiting, terwijl den zaalopziener Blijstra (ter Vergadering tegenwoordig) door den President is aangemaand om van nu voortaan een wakend oog op de handelingen zijner kinderen te houden, ter voorkooming van onaangename gevolgen, welke daaruit ligtelijk voor hem zelve zoude kunnen voortvloeijen.
Vervolgens den beschuldigde weder binnen geroepen zijnde, is hem door den secretaris het vonnis hiervoren vermeld voorgelezen, waarna hij ter opsluiting wordt weggebragt.

Willem Hameijer

Op 30 september 1787 is Willem Frederik Hameijer gedoopt in de grote kerk te s-Gravenhage door predikant Petrus Nieuwland.Twee jaar later laatt dominee Nieuwland zich vereeuwigen door de Zwitsers schilder Benjamin Samuel Bolomey, hofschilder van stadhouder Willem V, de latere koning Willem I.
De Grote Kerk in Den Haag is niet de minste plaats om je kind te laten dopen. Ook de familie van Oranje-Nassau, de stadhouders en latere koninklijke familie, laten hier hun kinderen dopen. Zo werd hier vijf jaar na de doop van Willem Hameijer, op 28 december 1792, erfprins Willem Frederik George Lodewijk, de latere koning Willem II, ten doop gehouden.Willem Hameijer is de zoon van tuinier en bloemist Johannes Teunis Hameijer en Maria Matteus. Ik vond vier kinderen van dit stel, vrijwel zeker zijn het er meer geweest. De oudste zoon van dit stel, Jan Casper Hameijer, was beroepsmilitair vanaf 1795. In het militair stamboek zien we dat hij ondermeer deel nam aan de slag bij Austerlitz in Oostenrijk in 1805. Op een andere inschrijving in het stamboek zien we dat hij de nodige lidtekens over hield aan zijn militaire loopbaan: Een schoot in het regterbeen, een lanssteek in de Borst, een Sabelhouw en eene bajonetsteek. Hij trouwde in Zwolle in 1814 en bleef in dienst. Uiteindelijk werd hij marechaussee.

Over een militaire loopbaan van Willem Hameijer, de derde zoon, heb ik niets kunnen vinden. Ik kom hem voor het eerst tegen op 4 mei 1820, als hij de aangifte doet van de geboorte van zijn zoon Johannes Wilhelm. Hij erkent bij de aangifte dat hij het kind buiten echt heeft verwerkt bij Maria ElkhuijsenIn de kantlijn zien we dat het kind is geëcht bij het huwelijk tussen Willem en Maria, dat pas meer dan acht jaar later wordt gesloten, op 10 december 1828. Willem is dan al 41 jaar oud en... heeft al vier kinderen met zijn aanstaande echtgenote, die allemaal geëcht worden.Maria Elkhuijsen is even oud als Willem Hameijer. Zij is geboren te Leeuwarden op 14 november 1787. Al in 1811 heeft zij in Den Haag met Johannes Gerritsen een buitenechtelijk kind, dat door de vader bij de geboorte als het zijne wordt erkend. Maar tot een huwelijk tussen Maria en Johannes komt het niet. Het kind, zoon Johannes, trouwt in 1838 met Cornelia Pabst en heet dan in de acte:  Johannes Ellikhuijzen, zich noemende Gerritsen

Zoals we in de huwelijksacte zien, hebben Willem en Maria 3 zonen en een dochter. Op 2 juni 1831 komt er nog een dochter bij: Helena Johanna

ongeluk

En dan zien we wat de vermoedelijke opmaat is voor Willem's aanwezigheid, vandaag, op de Ommerschans. Op 20 juli 1832 overlijdt Maria Elkhuijsen. Willem Hameijer doet zelf aangifte.Willem blijft achter met zijn vijf kinderen en dat komt niet goed. Na enige tijd ontfermt het stads-armenbestuur van 's Gravenhage zich over de kinderen. En die besluiten de oudste vier door te sturen naar Veenhuizen. Op 6 juni 1833 worden daar de oudste, de 13-jarige Johannes Wilhelm, en de vierde, de 6-jarige Willem George Fredrik, ingeschreven. Twee weken later volgen de 11-jarige Johannes Teunis en de 8-jarige Maria Johanna. Vermoedelijk blijft de kleine Helena Johanna achter in Den Haag. 

Op 6 november 1834 overlijdt de jongste van het viertal, Willem George Fredrik, in het eerste Etablissement van Veenhuizen. De naam van zijn vader wordt verkeerd genoteerdals Hendrik.In het wezenregister van Veenhuizen zien we dat de oudste, Johannes Wilhelm, op 20 september 1839 is ontslagen. Zijn opvoeding in Veenhuizen is voltooid en hij gaat als 19-jarige zijn Militaire Dienstplicht vervullen.Met het vertrek van Johannes Wilhelm is de inmiddels 14-jarige Maria Johanna haar grote broer kwijt. Of dat een rol heeft gespeeld dat zullen we nimmer kunnen achterhalen, maar feit is dat zij vier weken later, op 19 oktober, overlijdt in het Eerste Etablissement.En zo blijft Johannes Teunis Hameijer als enige achter in het Eerste Gesticht te Veenhuizen. Waarschijnlijk heeft hij er geen weet van dat zijn vader, Willem Hameijer, zes maanden eerder is ingeschreven in de Ommerschans.

Ommerschans

Op 22 maart 1839 is Willem Hameijer aangekomen op de Schans, opgezonden vanuit zijn woonplaats Den Haag.
Vandaag, 13 juni 1840, zit Willem dus al meer dan een jaar op de Ommerschans. Hoewel hij tuinman van beroep is, is hij er in geslaagd om als kok aan de slag te mogen bij zijn zaalopziener Klaas Reinders Blijstra. Een baantje met de nodige voordelen: je zult bijvoorbeeld geen honger lijden en je hoeft niet bij weer en wind naar buiten om het land te bewerken. Maar het bloed kruipt waar het niet kan gaan en dus is Willem er in geslaagd om Klaas Jr, de 11-jarige zoon van de zaalopziener, te strikken om voor hem jenever te halen aan de Dedemsvaart, de tegenwoordige plaats Balkbrug. Daar werd op veel plaatsen -vooral clandestien- gehandeld in sterke drank en dus zal het niet zo'n probleem zijn geweest voor het ventje om tegen betaling aan een fles jenever te komen.

Op welke wijze het complot is uitgekomen, dat weten we niet. Wellicht had Willem zijn plannen in grootspraak ontvouwd aan een van zijn zaalgenoten. In elk geval werd de transactie verhinderd, waardoor Klaas vandaag voor de Raad staat. Opvallend in de uitspraak is wat mij betreft dat er niet staat dat Willem zijn baan als kok verliest. In vergelijkbare zaken zien we dat privileges altijd worden ingetrokken als onderdeel van de straf. Wellicht is dat ook in dit geval gebeurd, maar niet vastgelegd.

Weerzien

Op 4 mei 1842 krijgt Willem Hameijer gezelschap van zijn oudste zoon Johannes Wilhelm. Die heeft kennelijk zijn dienstplicht erop zitten en is nu in Den Haag in z'n kraag gevat en naar de Schans gestuurd. Vader en zoon Hameijer krijgen op 12 mei 1843 samen ontslag. Zoonlief zien we niet terug in de gestichten. Maar Willem des te sneller. Hij moet zijn 25 gulden oververdienste er bijzonder rap hebben doorheen gejast, want twee weken later wordt hij vanuit Den Haag opnieuw naar de Schans gestuurd. En dat terwijl zijn tweede zoon Johannes Teunis kort daarvoor, op 19 april, was ontslagen te Veenhuizen. Van een "en hij leefde nog lang en gelukkig" komt vooralsnog niets terecht voor Willem.
Kort na de tweede inschrijving wordt Willem doorgestuurd naar Veenhuizen, waar hij vermoedelijk in het tweede gesticht zal zijn gehuisvest. In totaal zal Willem vier maal in de gestichten verblijven en telkens zal hij kort na zijn ontslag opnieuw worden ingeschreven. Op zijn genealogische kaart op de website bonmama.nl is zijn gestichtscarrière in vogelvlucht te volgen.

En zo mist hij de huwelijken van zijn twee zoons (afgezien van de vraag of hij zou zijn uitgenodigd voor deze plechtigheden).

Bij het huwelijk van Johannes Teunis Hameijer op 6 september 1848 zien we in de acte dat zijn vader in de gemeente Ommen woont. Dat komt keurig overeen met de inschrijvingsregisters. Alleen over de opgave van zijn beroep: arbeider, kunnen we twisten.Bij het huwelijk van zijn oudste zoon Johannes Wilhelm, op 3 augustus 1853, is de verdraaiing van de waarheid aanmerkelijk groter. Daar staat dat vader Willem Frederik Hameijer bloemist is, wonende alhier ('s Gravenhage). Dat is echt niet waar, want papa zit al bijna 2 jaar in Veenhuizen en het zal nog vier jaar duren voordat hij voor de laatste maal wordt ontslagen.
Na zijn laatste ontslag, op 24 april 1857, woont Willem weer in zijn geboortestad Den Haag. Daar overlijdt hij vier jaar later, op 17 mei 1861, 73 jaar oud.
Willem is dan grootvader van twee kleinkinderen en vrijwel zeker heeft hij talrijke levende nakomelingen.

Bij de voorbereidingen voor dit artikel vond ik nog een opmerkelijke zaak: Willem's stiefzoon Johannes Ellikhuizen "zich noemende Gerritsen" trouwt in 1838 en krijgt 8 kinderen. Diens zoon Eduard Gerritsen (1856) trouwt, krijgt elf kinderen en verlaat dan zijn vrouw voor een ander. Als die vrouw hem na enige tijd inruilt voor een andere man, pleegt Eduard in wanhoop de crime passionnel. In 1912 wordt hij veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf en in 1917 overlijdt hij in de strafgevangenis te Leeuwarden. Op de website Gevangen in Glas is het verhaal over Eduard te lezen, inclusief links naar de uitgebreide verslagen van de rechtszaak.

 

zaalopziener Klaas Reinders Blijstra

Op het eerste gezicht lijkt de tegenstelling groot: tussen de zaalopziener en de bedelaar-kolonist. Maar in afkomst zien we geen verschil tussen Willem Frederik Hameijer en Klaas Reinders Blijstra. Klaas is geboren in het Friese dorpje Blija, gemeente Ferwerderadeel, op 14 oktober 1801. Net als de oudste broer van Willem Hameijer, gaat Klaas in dienst. We komen hem tegen in de online stamboeken.
Daar lezen we dat Klaas zich op 6 augustus 1818 vrijwillig als soldaat heeft geëngageerd voor een periode van zes jaar bij de 8e Afdeeling Infanterie, op een handgeld van tien gulden. Op 7 december 1820 is hij door de krijgsraad veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf wegens desertie voor de eerste maal. In 1823 tekent hij opnieuw voor zes jaar en in 1830 gaat hij als fourier over naar de afdeling Grenadiers. In dat jaar maakt hij deel uit van het mobiele leger in de opstand in Belgie. Op 1 maart 1831 wordt hij bevorderd tot sergeant-majoor en op 11 april van dat jaar krijgt hij de bronzen medaille met 12 gulden gratificatie. Een jaar later krijgt hij ook het metalen kruis voor zijn inzet in de Belgische Opstand.
Maar Klaas is niet alleen actief op het slagveld. Ook in z'n vrije tijd vermaakt hij zich prima. Zo doet hij op 21 februari 1827 in Coevorden aangifte van de geboorte van zijn dochter Petertje, buiten echt verwekt bij Siebargje Gerrits Postuma, oud twee en twintig jaar, geboren en wonende te Sneek (maar thans verblijvende te Coevorden).
Hij erkent terstond de vader van het kind te zijn. Onder aan de acte zien we dat Klaas moeite heeft met het hanteren van de ganzeveer. Een flinke uitloper is het gevolg.

In 1829 herhaalt zich dit toneel in Leeuwarden bij de geboorte van zoon Klaas. Ook die wordt buiten echt geboren en meteen erkend. Uiteindelijk trouwt het stel in 's Gravenhage op 9 november 1831.

Omdat Klaas Blijstra niet in staat is een doopbewijs te overleggen (aangezien hij de Menonite Godsdienst beleid en nog niet gedoopt is). wordt in Friesland een acte van bekendheid opgesteld, die we terugvinden in de huwelijksbijlagen. Zijn bruid, Siebrig Gerrits, is wel gedoopt, in de Roomsch Catholijke gemeente van Sneek. De Pastoor zet de Friese voornaam Siebrig om in het latijn: Sebastia. Later komen we haar in actes vooral tegen met de voornaam Sebastiana.In Den Haag worden nog twee dochters geboren, waarvan de jongste overlijdt op 1 december 1834. Op die datum moet Klaas zijn aanstelling als zaalopziener op Ommerschans als op zak hebben gehad, want volgens de bevolkingsregisters van Norg komt het gezin op 10 december naar de Schans. Klaas gaat 5 gulden en 20 cent per week verdienen.In de registers van de Burgerlijke Stand van Ommen kom ik Klaas tegen vanaf 26 mei 1835. Zoals alle zaalopzieners maakt hij regelmatig de wandeling naar Ommen om aangifte te doen van de geboorte of het overlijden van een kolonist. Of natuurlijk van de geboorte van zijn eigen kinderen, zoals zoon Gerardus op 13 juli 1837.
Ook figureert Klaas Blijstra regelmatig in de Raad van Tucht te Ommerschans. Zo vinden we hem op 6 mei 1837 bij de tuchtzaak tegen kolonist Dirk Roodt, die wordt veroordeelt wegens onzeedelijk gedrag, dat tot gevolg heeft dat koloniste Maria Weijers, dienstmeid bij Blijstra, zwanger is geraakt. Weijers bevalt op 17 juli van een dochter en Roodt overlijdt 2 weken later, op 2 augustus

Vandaag, 13 augustus 1840, krijgt Blijstra een berisping van Adjunct-Directeur Adrianus Cornelis Hulst, President van de Raad van Tucht. Hij moet in het vervolg zijn kinderen beter in de gaten houden.

Ruim 13 jaar woont het gezin Blijstra op de Schans. Daar worden vijf kinderen geboren, waardoor de eindstand op negen komt te staan. Op 30 september 1847 wordt Klaas Blijstra bevorderd tot magazijnmeester aan het eerste gesticht te Veenhuizen.

Veenhuizen

In Veenhuizen wordt Blijstra een paar keer overgeplaatst van het ene gesticht naar het andere, steeds in de functie van winkelhouder of magazijnmeester. Uiteindelijk heeft hij een salaris van 365 gulden per jaar. Grote promoties zitten er niet in. Grote treurnis wel. Zo overlijdt op 2 november 1865 zijn 24-jarige dochter Maria en op 13 mei 1863 zijn 18-jarige zoon Reinder. In 1868 overlijdt zijn jongste dochter, Siebregje, te Ommerschans. Hoe navrant: Blijstra verliest drie kinderen in de koloniën en zijn opponent van vandaag, Willem Hameijer, "slechts" twee. Ik heb de uitschrijving uit Veenhuizen nog niet gevonden, maar als zoon Gerardus in 1870 trouwt, zit Klaas nog op zijn post in Veenhuizen.

Terug naar Den Haag

Bijzonder aan het gezin Blijstra is dat terwijl Klaas en zijn vrouw in Veenhuizen wonen en werken, de kinderen zich de een na de ander in Den Haag vestigen. En als Klaas ergens aan het begin van de zeventiger jaren in Veenhuizen afzwaait, trekt hij ook naar de Hofstad. Alleen dochter Anna, in 1864 in Norg gehuwd met onderbrigadier  Willem Hameetman, blijft nog een tijd wonen in Veenhuizen. Zij krijgen daar zes kinderen en trekken uiteindelijk ook naar Den Haag.

Het overlijden van Sebastiana Postema heb ik nog niet gevonden. Klaas Reinders Blijstra overleefde zijn vrouw. Hij overleed, 83 jaar oud, op 22 november 1884.

Klaas Reinders Postema heeft, net als Willem Hameijer, een flink nageslacht. Zonder twijfel zijn nakomelingen van de twee elkaar in Den Haag talloze malen tegen gekomen. Haagse herinneringen die terug leiden naar vandaag, 13 juni 1840.

Reacties