Geplaatst door: 
Verhaal

14 april 1825 - Op weg naar Parijs

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Alle Nederlanders met de familienaam Wibier, stammen van hem af, Gabriel Wibier uit Bergen-Henegouwen die in 1823 met zijn gezin naar de Vrije Kolonie Frederiksoord wordt gezonden. Vandaag verhuizen ze naar de nieuwe Hoeve Nr 15 op Ommerschans. En Gabriel mijmert alvast over de toekomst: naar Parijs!


Als bij mijn grootouders het kistje met bidprentjes uit het dressoir werd gehaald, dan kwamen de verhalen los. Ze hadden er denk ik wel honderd of misschien wel tweehonderd. De meeste uit Dedemsvaart en omgeving. Een opvallende naam daarbij was die van Wibier. Dat sprak je uit als Wiebiejee, op z'n frans dus. Mijn oma vertelde dan over vier neven Wibier, die allemaal Dolf als voornaam hadden, vernoemd naar hun grootvader. Om ze uit elkaar te houden hadden ze bijnamen: Dolf van Gabriel, Dikke- of Parapluedolf, Zwarte Dolf en Linkse Dolf, ook wel "de linkse" genoemd.
Aan tafel bij mijn grootouders was er weinig meer bekend dan de anekdote over de bijnamen en dat al die Dolfen Wibier metselaar van beroep waren, net als een aantal broers van hen.
​​​​​​We zijn nu veertig jaar verder en inmiddels is er -mede dankzij de rijkdom aan gegevens in het archief van de Maatschappij van Weldadigheid- heel veel meer bekend. Zo had ik dertig jaar geleden al uitgevonden dat Dolf Wibier Sr in 1828 in Ommen trouwde en dat zijn vader, Gabriel Wibier, ook in Ommen woonden en landbouwer van beroep was. Tevens vond ik dat Gabriel in 1833 in Breda is overleden. Was hij dan verhuisd naar Brabant? Recent vond ik eindelijk het antwoord in de Post van Weldadigheid: hij was met toestemming van de Maatschappij van Weldadigheid op weg naar Parijs om zijn kinderen daar te bezoeken, die hij al meer dan tien jaar niet had gezien.

Bergen-Henegouwen

In de jaren tachtig stopte ik -op weg naar onze vakantiebestemming in Frankrijk- in het Belgische stadje Mons, vlak boven de grens met Frankrijk. Ik had in het Rijksarchief te Zwolle de huwelijksbijlagen bij het huwelijk van Adolph Joseph Wibier en Antonia van Ostaij (Stad Ommen 22 februari 1828) ingezien en in het uittreksel van het geboorteregister van de stad Mons stond dat Adolphs ouders, journalier (dagloner) Gabriel Wibier en Sophie Vaillon, aan de Rue de Quievroix woonden. Zou die straat nog bestaan?
Tegenwoordig tik je een adres in in Google Maps en kun je je de reis besparen. In 1985 was het een kwestie van zoeken en vragen. En we hadden geluk: de Rue des Kievrois bestaat nog steeds.
Maar de bebouwing aan deze straat oogt niet bepaald romantisch. Het is duidelijk dat dit deel van Mons in de 2e Wereldoorlog verwoest is.

naar de Vrije Kolonie Frederiksoord

Gabriel Wibier is geboren op 24 mei 1770 te Mons in het tegenwoordige Belgie, in het Vlaams ook wel Bergen-Henegouwen genoemd. Hij trouwde in 1794 met Sophia Paillon en ze kregen samen 6 kinderen. Eén dochter overleed in 1813 in Sas van Gent. Daaruit kunnen we opmaken dat het gezin niet vast in Mons woonde, maar daar heen trok waar werk te vinden was. Gabriel was van beroep “journalier”, dagloner. Hij moest dus dag in dag uit vechten voor werk als uitzendkracht zonder uitzendbureau. Zijn vrouw Sophia overleed in 1821. Gabriel hertrouwde in 1823 met Margaretha Delof, de weduwe van Bartholeme Dubois. Ze bracht uit haar eerste huwelijk twee dochters mee die in het gezin Wibier werden opgenomen en die later ook dikwijls met de naam Wibier zijn geregistreerd. Toen Gabriel en Margaretha trouwden op 2 april 1823 was Margaretha hoogzwanger: 3 weken later beviel ze van dochter Sidonie.

Het eerste teken van leven van de familie Wibier in de archieven van de Maatschappij van Weldadigheid vinden we vlak na de geboorte van Sidonie: De nominatie door het Gouvernement van Henegouwen van twee gezinnen uit Mons die worden voorgedragen voor plaatsing in de Colonie Frederiksoord. Het zijn de families Mailly en Wibier.
Een maand later is de deal kennelijk gemaakt, want we vinden een overzicht van de gezinsleden Wibier, dat is geselecteerd om naar de Colonie Frederics-oort gezonden te worden.
We zien vijf kinderen die allemaal de naam Wibier dragen. Maar de dochters Therese (1812) en Josephine (1818) heten eigenlijk Dubois. De twee oudste dochters van Gabriel ontbreken op de voordracht. Zij waren kennelijk inmiddels uitgevlogen.

Dan zien we dat de kassier van de Maatschappij van Weldadigheid op 7 juni bevestigt dat hij het gezin Wibier (7 hoofden) samen met het gezin Mailly (9 zielen…) voor rekening van de Maatschappij “derwaarts zal expediëren”, ofwel, van Mons naar Frederiksoord zal laten brengen.
En dan volgt een dag later een prachtige brief van of namens de burgemeester van de plaats Braine-le-Comte, in het vlaams ’s Gravenbrakel, ten noorden van Mons, dat hij opdracht geeft voor transport van het gezin Wibier per paard en wagen.
Op deze brief is verder aangetekend dat het gezin op 10 juni 1823 te Brussel is aangekomen.

Tien dagen later, op 20 juni, is het gezin Wibier aangekomen in de Vrije Koloniën in Drenthe. Ze kregen woning nummer 117 toegewezen in kolonie IV, Wilhelminaoord. 
Op de website Koloniehuizen van het Drents Archief is de locatie van deze woning terug te vinden. Het huidige adres is Koningin Wilhelminalaan 26, Wilhelminaoord, de doorgaande weg tussen Wilhelminaoord en Noordwolde. En wat een mazzel: de woning staat er nog in goed herkenbare staat.
Over de transportkosten van het gezin Wibier naar Drenthe is nog lang gestreden. Zo lezen we in januari 1824 in de Post van Weldadigheid.
Eind februari blijkt de zaak nog steeds niet te zijn geregeld, zo blijkt uit een brief van de burgemeester van Braine le Comte.

naar Ommerschans

Gabriel Wibier en zijn gezin gedroegen zich voorbeeldig in hun nieuwe situatie. Toen directeur Wouter Visser in het najaar van 1824 een voordracht maakte van kolonisten die in aanmerking kwamen om hoevenaar te worden bij Ommerschans of Veenhuizen, selecteerde hij ook Gabriel Wibier.
De Permanente Commissie bekrachtigde de voordracht en toen in het voorjaar van 1825 de (voorlopig laatste 4) nieuwe hoeven te Ommerschans gereed waren, kwam het gezin naar Ommerschans, waar ze geplaatst werden op hoeve nummer 15. Dit is de meest Zuid-Westelijk gelegen hoeve in de Kolonie.Voor wie zich wil verdiepen in de hoevenummering te Ommerschans: bovenstaand kaartje geeft de situatie van 1822 tot 1838 weer. In 1838 is de nummering gewijzigd!

Bij aankomst in de kolonie was Gabriel’s vrouw hoogzwanger en op 9 juli 1825 werd hun zoon Jozeph Louis geboren.
Eigenlijk had zijn geboorte moeten worden geregistreerd in de gemeente Ambt Ommen, maar omdat de hoeves bij de kolonie hoorden, werd de aangifte in Stad Ommen gedaan. Op 4 september 1827 werd het laatste kind, zoon Jean Baptist, geboren. En ook nu deed de inmiddels 58 jaar oude Gabriel Wibier aangifte in Stad Ommen. Het jaar erop overleed de kleine Jozeph Louis.

Op een verzamelstaat van mei 1827 zien we de aantallen rundvee per hoeve op de Ommerschans. We zien dat Gabriel Wibier 11 koeien had, 7 stuks jongvee en 3 kalveren.

Tussen de namen van de kolonisten zien we bijvoorbeeld ook Hermannus Haverkort op hoeve No 13. Hij is de stamvader van alle Haverkorten en Haverkottes in de omgeving van Avereest.

Het grote samengestelde gezin Wibier telt nu 7 meisjes (waarvan 2 uitgevlogen) en 2 jongens. De oudste, Adolph Joseph, is nu volwassen en daarom verzoekt Gabriel aan de Permanente Commissie zijn zoon te ontslaan uit de Maatschappij.
Dat ontslag verzoek was niet zonder reden: Antonia van Osta, de 21-jarige dochter van  hoevenaar Antonie van Osta van Hoeve Nr 18, bleek zwanger te zijn en het was duidelijk wie de verwekker van het kind moest zijn: de 18-jarige Dolf Wibier van Hoeve 15. Er waren geen beletselen voor een huwelijk: de twee waren van dezelfde kerk en van dezelfde stand. En daarom werd al op 22 februari het huwelijk in Stad Ommen voltrokken.
Door te trouwen ontkwam Dolf aan de dienstplicht. Als ongehuwde jongeman zou hij vrijwel zeker in 1830 opgeroepen zijn om zijn voormalige streekgenoten in de Zuidelijke Nederlanden tot de orde te roepen. Opvallend op zijn certificaat van de Nationale Militie is de naam van zijn moeder: Margaretha de Lof. Dat is zijn stiefmoeder!Zoals gebruikelijk werd het verzoek tot ontslag ingewilligd en op 26 maart 1828 is Adolph Wibier ontslagen. Hij gaat –in tegenstelling tot wat zijn vader suggereerde in de ontslag aanvraag- niet de landbouw in. Hij gaat aan de slag als metselaar. Het jonge stel vestigt zich eerst te Zwolle, waar op 19 augustus zoon Gabriel geboren wordt. Niet lang daarna komen ze naar Dedemsvaart. Werk genoeg aan de Vaart!

Terug naar Frederiksoord

Hoevenaar Gabriel Wibier vertrok op 6 september 1830 met zijn gezin van Ommerschans terug naar Frederiksoord. Daar woonden ze op een aantal adressen, waaronder enige tijd in een kamer op huize Westerbeeksloot, het huis dat in 1818 door Johannes van den Bosch is aangekocht voor de Maatschappij van Weldadigheid en waar hij zelf enige tijd woonde. Dit huis staat nog steeds in Frederiksoord en is thans  de hoofdzetel van de Maatschappij van Weldadigheid.

Naar Parijs

De laatste brief van Gabriel Wibier vinden we op 6 september 1833. Hij vraagt aan de Permanente Commissie van de Maatschappij in Den Haag toestemming om zijn kinderen in Parijs, die hij in geen jaren heeft gezien, te mogen bezoeken.
Gabriel vraagt om een financiële toelage van 25 gulden voor deze reis, die hij –om de kosten te drukken- geheel te voet wil afleggen. Ook wil hij de zekerheid dat hij bij terugkomst weer toegelaten wordt tot de kolonie. Ik heb het antwoord van de Permanente Commissie nog niet gevonden, maar we mogen concluderen dat de reis kon doorgaan, want vijf weken later, op 13 oktober, overlijdt Gabriel Wibier in Breda aan de Cholera, waarschijnlijk onderweg naar Parijs…

Dat hij tenminste één dochter in Parijs had, zagen we al in 1824, toen Gabriel bij de notaris in Vledder volmacht gaf aan zijn dochter Isabelle om in Parijs te trouwen met een zekere Jan van der Gucht. Vermoedelijk heeft Gabriel zijn dochter niet meer gezien…

Wibier in Dedemsvaart

In de inwonerslijst van 1837 zien we dat het gezin van Adolf Wibier inmiddels vier kinderen heeft.
In de kadaster registratie van Avereest zien we dat hij  een woning in erfpacht heeft van grootgrondbezitter Berend Eekhout, een neef van baron van Dedem's echtgenote Judith van Marle. Op het kadasterkantoor hebben ze nogal moeite met die achternaam. Wibbijen….
Bij de vernieuwing van de kadastrale boekhouding in Avereest in 1860 is het perceel sectie D 494 omgenummerd in sectie L 788 en later in nrs 1498 en 1499. Die percelen vinden we op de kadasterkaart van 1888, geprojecteerd in Google Earth. Het huidige adres is Langewijk 278.
Op deze plaats aan de Langewijk –even ten westen van de molen van Varwijk, blijven Dolf Wibier en zijn vrouw de rest van zijn leven wonen. Ze krijgen 9 kinderen waarvan er 8 volwassen worden en trouwen. De 5 zoons geven allemaal hun eerste zoon de naam Adolph –naar hun opa. Om al die Dolfen Wibier uit elkaar te houden krijgen ze in Dedemsvaart al snel bijnamen. Dolf van Gabriel, Linkse Dolf, Zwarte Dolf en Paraplu-Dolf. En al die Dolfen en hun vele broers worden bouwvakker. Ze bouwen Dedemsvaart.
Dolf Wibier Sr is op 16 januari 1878 overleden in zijn woning aan de Langewijk.

Dolf's jongste broer, de op Hoeve 15 van Ommerschans geboren Jean Baptist Wibier, blijft in Drente wonen. Hij heet de rest van zijn leven gewoon Jan Wibier. Hij trouwt met kolonistendochter Aaltje Krabshuis en ze krijgen 10 kinderen. Zo heeft de familie Wibier in Nederland twee hoofdtakken: de Dedemsvaart-tak en de Vledder-tak. Beide takken hebben honderden nakomelingen, dus weest niet verrast als er zich iemand aan U voorstelt onder de naam wiebier of wiebiejee.

 

De  afbeelding boven dit artikel is de gravure "zittende zwerver" uit 1909/1910 van Johannes Josephus Aarts (1871-1934), hoogleraar van de graveerklasse van de Rijksacademie te Amsterdam. bron: aarts-johannes.blogspot.nl

Reacties