Geplaatst door: 
Verhaal

14 maart 1857 - Het bloed kruipt waar het niet kan gaan

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Evert Bil is niet de eerste 14-jarige die zonder ouders op Ommerschans wordt ingeschreven. Bijzonder is wel dat zijn ouders intussen gewoon met de  rest van het gezin in het Groningse Eenrum wonen. Vier maanden na zijn inschrijving op 14 maart 1857, deserteert Evert succesvol. Bijna 40 jaar lang blijft hij buiten de Rijkswerkinrichtingen. Maar uiteindelijk belandt hij toch weer in Veenhuizen, waar hij zijn laatste jaren slijt.

Op 2 juni 1834 trouwen de 22-jarige boerenknecht Jan Klasens Bil en de 20-jarige dienstmeid Willemina Tonnis Zeef in het gemeentehuis van hun woonplaats Eenrum op het Groningse platteland.
Opvallend in de trouwacte is wat mij betreft dat bruidegom en bruid beiden kunnen schrijven en dat hun handtekening vloeiend is. Ze hebben dus onderwijs genoten, iets wat zeker niet vanzelfsprekend is in die tijd.
Zes weken later is Willemina zwanger, waarop zijn op 19 april 1935 het leven schenkt aan een zoon, die vanzelfsprekend de naam Klaas krijgt, naar zijn grootvader Klaas Bil.

Op de genealogische kaart van Jan Klaassens Bil zien we dat er tot nu toe 8 kinderen gevonden zijn in dit huwelijk in een tijdsbestek van 21 jaar. Twee kinderen zijn jong gestorven en vijf zijn er gehuwd en hebben voor nageslacht gezorgd.
Opvallend is wel dat de gehuwde kinderen niet oud zijn geworden: 31, 40, 34 en 33 jaar. Alleen dochter Grietje, die met haar gezin emigreert naar Michigan, USA, wordt 64 jaar. En de hoofdpersoon van dit verhaal, de ongehuwde zoon Evert, wordt 68 jaar. Maar zijn overlijdensplaats is een indicatie van tegenspoed: Norg, de gemeente waarin de Rijkswerkinrichting Veenhuizen gesitueerd is.

Bil in Ommerschans

Evert Bil is niet het eerste gezinslid dat zijn opwachting maakt in Ommerschans. Het is zijn oudste broer Klaas, die op 2 april 1849, 2 weken voor zijn 14e verjaardag, wordt ingeschreven te Ommerschans.
Hij is opgezonden vanuit het Groningse Delfzijl. Het is speculatie, waar vermoedelijk is de jongen daar bedelend aangetroffen. Wellicht is hij er door zijn ouders op uit gestuurd om werk te zoeken en zo in het 40 kilometer naar het oosten gelegen Delfzijl terecht gekomen.
Wellicht maakt Klaas deel uit van een grotere groep werk zoekende jongens. Zodra de inschrijvingsregisters van Ommerschans en Veenhuizen volledig ontsloten zijn, zal hierover een duidelijker beeld ontstaan.
In het inschrijvingsregister zien we dat Klaas een geboortedatum krijgt van 13 april 1836. Dat is onjuist: hij is een jaar ouder: hij is op 19 april 1835 geboren. Wellicht weet hij dat zelf niet. Daags na zijn vermeende verjaardag, op 14 april 1849, wordt Klaas doorgezonden naar Veenhuizen. Daar wil hij niet zijn en al twee weken later neemt hij de benen. Desertie heeft dat binnen de Maatschappij van de Weldadigheid. Klaas slaagt er in weg te blijven en derhalve wordt hij drie maanden later in het register "geroyeerd". Hij weet daarna uit de handen van de overheid te blijven en het eerstvolgende wat ik van hem vond is zijn huwelijk in 1863 met Grietje Veen.

Evert Bil

Het verhaal van onze hoofdpersoon, Evert Bil, lijkt als twee druppels water op dat van zijn broer. Klaas zal ongetwijfeld in geuren en kleuren hebben verteld hoe hij er succesvol tussenuit is geknepen in Veenhuizen en dat knoopt Evert zich goed tussen z'n oren. Evert is bijna 15 jaar oud als hij in Appingadam (die a staat er consequent in alle registers) wordt opgepakt en opgezonden naar Ommerschans. Vandaag, 14 maart 1857, is hij ingeschreven te Ommerschans.
Een week later, op 21 maart is hij naar Veenhuizen gebracht. Het kost Evert iets meer tijd dan zijn broer om een goed vluchtplan te beramen, maar op 14 juli knijpt hij er succesvol tussen uit, waarop hij 3 maanden later wordt geroyeerd.

Op de genealogische kaart van Evert Bil zien we pas negenendertig jaren later het volgende wapenfeit, als in Veenhuizen zijn signalementskaart wordt ingevuld.
We zien op zijn kaart dat Evert ongehuwd is gebleven, dat hij zijn dienstplicht heeft vervuld en dat hij snelwever van beroep is. Dat betekent waarschijnlijk dat hij in de textielindustrie werkzaam is geweest. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij in Twente, het centrum van deze tak van industrie, heeft gewoond en gewerkt. Verder zien we dat hij in Almelo is veroordeeld wegens landloperij. Maar er staat ook duidelijk dat hij slechts twee maal eerder veroordeeld is. Dan moet het toch heel lang goed gegaan zijn met Evert...
Evert's lichamelijke kenmerken zijn gedetailleerd vastgelegd. Zo heeft hij een bleeke bruine vlek op zijn elleboog, een wrat op zijn voorhoofd en een vetknobbel boven op zijn schedel.

De tussentijd

Om te onderzoeken wat er over de tussenliggende laren gebeurd is met Evert Bil, raadpleeg ik wiewaswie.nl waar tegenwoordig veel meer te vinden is dan de Burgerlijke Stand van Nederland.
Wie zien dat Evert drie maal in de bevolkingsregisters van Leeuwarden voor komt. Wiewaswie linkt hier door naar allefriezen.nl, waar je het originele document online kunt inzien. De aanblik is meteen duidelijk: dit zijn de bewoners van de strafgevangenis in Leeuwarden.

Friesland

Evert is op 13 juni 1870 vanuit zijn geboorteplaats Eenrum naar Leeuwarden gekomen, waar hij bijna 5 jaar later, op 30 augustus 1875, is ontslagen, van waar wij terug keerde naar Eenrum. Dit was dus "slechts" 13 jaar na zijn Ommerschans-ervaring.
Op 16 juni 1876 is hij opnieuw ingeschreven in Leeuwarden. In dit register is hij niet uitgeschreven, wat waarschijnlijk betekent dat hij in 1880 nog geïnterneerd is.
Het derde register op wiewaswie betreft het register van de strafgevangenis, waar Evert op 1 december 1883 is ingeschreven en op 17 november 1888 is uitgeschreven. Hij had dus - in tegenstelling tot wat er op zijn signalementkaart staat, in 1888 al drie veroordelingen te pakken.
In dit soort gevallen is het verstandig om ook op allefriezen.nl even te zoeken en ja hoor, niet alle inhoud van die website staat op wiewaswie.
Naast de drie inmiddels bekende inschrijvingen in Leeuwarden zien we Evert ook als gedaagde in een rolboek van de rechtbank in Heerenveen.
We zien dat hij wordt veroordeeld tot 12 dagen hechtenis en 2 jaren en 4 maanden opzending. Dus dit is zijn vierde veroordeling. En vrijwel zeker moet hij aansluitend naar Veenhuizen zijn gezonden.

Brabant

In wiewaswie zien we verder een reeks vermeldingen in instellingsregisters Breda en 's Hertogenbosch. Dat is opnieuw bingo.
We zien allereerst dat Evert op 25 mei 1891 door de Brigade Rijen is overgedragen aan de gevangenis te Breda, waar hij in hechtenis is genomen op verdenking van landloperij.
Zo te zien heeft de rechter op 11 juni vonnis gewezen, waarop Evert op 15 juni uit dit register is uitgeschreven.
In het volgende register is Evert op 15 juni 1891 overgenomen om zijn straf uit te zitten: zes dagen hechtenis vanwege landloperij. Hier is hij op 21 juni 1891 uitgeschreven.
In dit derde register -de bureaucratie is in 1891 helemaal op orde- zien we dat Evert wordt overgenomen, bestemd voor de Rijks Werk Inrichting. Veenhuizen dus, waar hij dus in 1896 ten onrechte wordt aangetekend met 2 veroordelingen. Met zijn laatste in Almelo erbij tellen we er dus minimaal zes!

En daarmee is de kous nog niet af.

Op Wiewaswie zien we dat Evert nog in hetzelfde jaar waarop zijn foto is gemaakt in Veenhuizen, weer in Brabant moet zijn opgepakt.
Op 4 augustus 1896 is Evert bij Moerdijk opgepakt en overgebracht naar Breda.Op 28 augustus 1896 wordt hij andermaal naar Veenhuizen gebracht, voor een periode van drie jaar.
Waarschijnlijk heeft hij die precies uitgezeten, waarna hij spoorslags is afgereisd naar Brabant, waar hij na slechts enkele dagen opnieuw wordt opgepakt.
Op 9 september 1899 is Evert te Beesd opgepakt en naar 's Hertogenbosch gebracht.
Daar wordt hij op 30 september veroordeeld tot 2 dagen gevangenisstraf en 3 jaar opzending naar de Rijks Werkinrichting te Veenhuizen.
Het vervolg laat zich raden...
Op 11 november 1902 is Evert opnieuw veroordeeld tot 2 dagen hechtenis en 3 jaar Rijks Werk Inrichting.

Wat er in 1905 is gebeurd, is nu nog niet duidelijk. Daarvoor moeten de latere inschrijvingsregisters van Veenhuizen nader ontsloten worden en het zou ook fraai zijn als andere provinciale archiefinstellingen -in navolging van Friesland en Brabant, de gevangenisregisters en/of de rolboeken van de rechtbanken ontsluiten en online toegankelijk maken.

Het einde van Evert Bil is wel goed gedocumenteerd en online te vinden op alledrenten.nl
Evert Bil overlijdt in het hospitaal van de Rijkswerkinrichtingen te Veenhuizen op 17 februari 1911, des voormiddags te half elf uren. Daarna is hij begraven op de grote begraafplaats te Veenhuizen, in de volksmond het Vierde Gesticht genoemd. Alleen zijn jongste zusje Grietje leefde toen nog, 12.000 kilometer verderop in Grand Rapids. Waarschijnlijk heeft Evert er nimmer weet van gehad dat zij vertrokken is naar de Nieuwe Wereld.

Reacties