Geplaatst door: 
Verhaal

15 februari 1888 - De dood van de apotheker

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Op de begraafplaats van het voormalige bedelaarsgesticht, later rijkswerkinrichting, Ommerschans staat slechts een handvol zerken. De argeloze bezoeker kan niet vermoeden dat op dit lapje grond meer dan 5.500 mensen begraven zijn in een tijdsbestek van 70 jaar. De zerken die er nog staan, zijn van ambtenaren of hun gezinsleden, zoals Leendert Bolle de Bruijn, de laatste apotheker van Ommerschans, die op 15 februari 1888 overleed, slechts 55 jaar oud. Zijn graf herinnert er ons aan dat de Ommerschans een complete mini-maatschappij was.

Tussen Renesse en Serooskerke op Schouwen-Duivenland ligt de plaats Noordwelle. Hier stond in 1832 de wieg van Leendert Bolle de Bruijne. Toen ik de grafsteen van deze Rijksapotheker op de begraafplaats van Ommerschans had ontcijferd, zocht ik op internet op de familienaam Bolle de Bruijne: dat klinkt toch behoorlijk adelijk. Maar helaas, geen hits. Wat blijkt: Bolle is Leendert's tweede voornaam.
Ik vond tot nu toe zes kinderen in het gezin van de landbouwers Willem Stoffelse de Bruijne en Lena Kosten. De eerste zoon was ook een Leendert Bolle, die jong overleed. Twee broers van onze Leendert hebben de namen Job Kosten en Bartel Locker. Die tweede namen zijn de achternamen van de moeder en de grootmoeder. De naam Bolle kom ik echter niet tegen in het voorgeslacht dat al in de 17e eeuw op Schouwen Duiveland woonde.

Rond 1850 wordt Leendert ingeschreven op de Geneeskundige School te Middelburg. Daar wordt hij opgeleid tot apotheker. Hij treedt daarmee in de voetsporen van zijn broer Job Kosten, die rond die tijd afstudeert als Medicinae Doctor en Vroedmeester. Leendert is iets minder vlot dan zijn broer: hij is rond de dertig als hij in Middelburg afzwaait. Twee jaar later trouwt hij in Zierikzee met Catharina Hendrika Caron, dochter van een drogist uit Tiel.
Ten tijde van zijn huwelijk is hij gevestigd als apotheker in het Zuidhollandse Nieuwveen. In Nieuwveen worden twee kinderen geboren. Dan verhuist het gezin in 1871 naar Brielle, waar drie kinderen geboren worden. In 1876 vestigt Leendert zich in Culemborg, waar twee kinderen worden geboren. De eerste van die twee, zoon Job Alexander, overlijdt na 5 maanden. In 1879 verhuist het gezin opnieuw, naar Wijk bij Duurstede. Daar overlijdt het tweede in Culemborg geboren kind, zoon Albert Huibert.
Daar in Wijk bij Duurstede wordt tenslotte hun laatste kind geboren.
Een paar maanden later wordt Leendert Bolle de Bruijne aangesteld als apotheker op de Rijkswerkinrichting Ommerschans. Ik zie in het krantenbericht dat meer mensen denken dat Bolle hoort bij de achternaam.
Met haar grote gezin (en wellicht ook gelet op haar stand als apothekersvrouw) vraagt mevrouw de Bruijne-Caron terstond om een hulp in de huishouding.
In het bevolkingsregister van Ommerschans zien we dat de dienstboden op het gezinsblad van de familie de Bruijne vanaf 1882 zijn bijgeschreven. Dat wil niet zeggen dat mevrouw de Bruijne tot 1882 heeft moeten wachten op een meid.

De dienstboden die hier staan ingeschreven (7 stuks in 6 jaar!) zijn bijna allemaal afkomstig uit de buurgemeente Avereest. 

Een kadasterkaart uit 1890 laat goed zien waar de familie de Bruijne woonde, tussen het nieuwe hospitaal en Hoeve No 4.

Ik heb helaas nog geen oude foto van de woning kunnen vinden, maar de apothekerswoning is één van de weinige panden uit de schanstijd die er anno 2018 nog staat.
In deze woning, Ommerschans No 19, is Leendert Bolle de Bruijne vandaag, 15 februari 1888, om 11 uur 's avonds overleden.

De kop van dit artikel wordt gesierd door de grafsteen van Leendert op de begraafplaats van Ommerschans. Ik weet niet wat de levertijd van grafzerken in 1888 was, maar wellicht is deze geplaatst nadat de weduwe de Bruijne met haar kinderen van de Schans vertrokken is. Op 5 juni 1888 zijn ze uitgeschreven uit het bevolkingsregister.

En daarmee was de ellende voor Catharina Hendrika de Bruijne-Caron nog niet compleet. Het jaar erop overlijdt haar oudste zoon Willem Arend in Kampen, terwijl hij daar in het Instruktiebataljon als dienstplichtig soldaat wordt opgeleid. 

Uit deze advertentie leiden we af dat zij terug gegaan is naar haar geboorteplaats Tiel. Daar overlijdt zij zelf in 1914.

De apothekers van Ommerschans

Vermoedelijk is Leendert Bolle de Bruijne de laatste apotheker van Ommerschans geweest, want korte tijd na zijn overlijden is het besluit genomen om de Schans te ontmantelen. Daarmee kwam een einde aan een onderneming van bijna 70 jaar.

Het eerste hospitaal met apotheek werd in dezelfde tijd als het bedelaarsgesticht -1822- gebouwd. De eerste decennia was de Heel- en Vroedmeester van Ommerschans tevens verantwoordelijk voor de apotheek. Het werk in de apotheek werd veelal door "daartoe bekwaam" geachte bedelaar-kolonisten uitgevoerd, zo lezen we ondermeer in het proefschrift "De gezondheidszorg in de Noord Nederlandse kolonien van Weldadigheid 1818-1859" van Dr Miek Roelfsema-van der Wissel (2006). In hoofdstuk 5.5 van het proefschrift beschrijft zij het personeel van de apotheek te Ommerschans tot 1859. Zo laat dokter Dirk Rutger Hanzon, die in 1826 op Ommerschans begint, het werk in de apotheek over aan de kolonist Antonius Adrianus Hubert. Daarna was de kolonist Douwe Petrus van Steenwijk, zelf afgestudeerd arts en eerder al een tijd in functie als heelmeester op de Schans, een tijdje verantwoordelijk voor de apotheek. Na het vertrek van Hanzon werd Andries Landskroon heelmeester op Ommerschans. Hij stelde zijn neef J.H. Schouten aan als hulp in de apotheek. In 1832 overleed Landskroon aan de tyfus. Hij werd opgevolgd door Theodorus Anderegg, die een jaar later ontslagen werd wegens malversaties. Zijn opvolger, Samuel de Goede, kreeg als rechterhand ondermeer de eerder genoemde kolonist Antonius Adrianus Hubert, die weer eens binnen de poorten van het gesticht verbleef (in totaal werd hij 9 maal ingeschreven binnen de gestichten). Hubert deed tal van voorstellen om de gang van zaken in de apotheek te verbeteren en kosten te besparen. Samuel de Goede ontsloeg een andere hulp, de kolonist Jan Wilem Holtman. Die nam daarop wraak door een boekje open te doen over de praktijken van de Goede, die ondermeer voedsel en geneesmiddelen voor eigen gebruik achterover drukte. Dit was de inleiding tot het ontslag van de Goede in 1843. Daarna nam Douwe Petrus van Steenwijk opnieuw de honneurs waar totdat geneesheer Augustinus Antonius Hubertus Hamer in augustus 1843 zijn ambt aanvaardde. Van Steenwijk bleef in de apotheek tot 1847, toen hij weer eens zwaar aan de drank was en de benen nam. Zijn plaats werd ingenomen door kolonist Jacob Willem Craaij. Daarnaast werd Hamer geholpen door een oomzegger, R.H.H. van Aernsbergen.

In 1851 kreeg Hamer toestemming om eigen medicijnen te bereiden in de apotheek op de Ommerschans. Hij legde daartoe ondermeer in 1856 een ruime kruidentuin aan bij zijn woning. Toen Craaij in 1858 naar Veenhuizen werd overgeplaatst, werd Hamer's zoon Johannes de opvolger in de apotheek. 

In 1859 werd Ommerschans een Rijkswerkinrichting. Alle ambtenaren gingen in dienst over van de Maatschappij van Weldadigheid naar de overheid. Johannes Hamer vertrok van Ommerschans om opgeleid te worden als arts. Kolonist Wilhelmus van Brederode, vanaf 1845 binnen de koloniën, die zich al had opgewerkt tot kolonist-veldwachter, kwam naar de apotheek. In 1862 werd hij als kolonist ontslagen en werd hij officieel aangesteld als apotheker. Op 9 mei 1862 vestigde hij zich met zijn gezin in de apothekerswoning. In 1873 zijn ze vertrokken van de Schans. Op 18 juni 1874 vestigde zich apotheker Samuel Viruly met zijn gezin op de Ommerschans. Zij vertrokken weer op 2 mei 1876. Op 11 september van dat jaar kwam opvolger Jan Gerrit Boekenoogen met zijn gezin vanuit Veenhuizen naar Ommerschans. Zij vertrokken 4 maanden later al weer.

Op 2 juni 1877 kwam opvolger Willem Adrianus de Vroom met zijn gezin vanuit Middelburg naar Ommerschans. Zij moeten omstreeks 1880 vertrokken zijn. En zo belanden we bij de betreurde hoofdpersoon van vandaag: Leendert Bolle de Bruijne.

 

 

 

Reacties

afbeelding van Tony Oostenbrink
I am writing from Canada. Last year I visited Ommerschans with my son and received a special tour of the place from a young dutch gal with almost a British accent, the daughter of the Ommerschans tour-guide (who guided us at the start) and herself an Ommerschans tour-guide. We are extremely thankful for her service to us that day. I regret I cannot remember her name, but if you know her, please convey our gratitude to her once again. When we visited that graveyard at Ommerschans, I took a photo of the gravestone of Leendert Bolle de Bruijne because I thought he may be related to my grandmother from Zeeland. He is indeed related. He is the cousin of my 2X great-grandfather Marinus Adrianus Vis (geb.Haamstede). There is a "Bolle" in the ancestry of Leendert's grandmother Dina Willemse Locker, a certain Bolle Cornelisse, born in the early 1500s, 8 generations up from Dina - too distant obviously. No doubt Leendert's middle name Bolle comes from a family friend or in-law. Since my own name is Anthony, I wanted to know its root, and it is Antonius Geraets of Ommerschans. My 4X great-grandparents Antonius Geraets (geb.Limburg) & Hermina Pierlo (geb.Germany) were the 53rd colonist family at Veenhuizen c1818, coming from Rotterdam. They were of good reputation and became settled farmers at Ommerschans, and later Antonius became a warden there. He died at Ommerschans in 1842 and is no doubt buried in that graveyard somewhere. His daughter Elisabeth married his Ommerschans supervisor Meine Jacobs van der Heide (geb.Friesland). In the world there are a number of men with the initials A.A. for Albert Anthony, or Anthony Albert. They have surnames Oostenbrink, van der Heide, and Veerbeek. They are all named ultimately after my great-grandfather Albert Anthony Oostenbrink (AAO). AAO was named after a little boy who died at Ommerschans on 30Sep1833 at the age of 3 years old. His name was Antonie Albertus van der Heide, the son of Ommerschans supervisor Meine Jacobs van der Heide and his wife Elisabeth Geraets. This little boy had an older sister Wilhelmina geb.1826 (at either Veenhuizen or Frederiksoord), and an older brother Jacobus van der Heide. Jacobus named one of his sons Anthonie Albert van der Heide, and Wilhelmina named one of her sons Albert Anthonie Oostenbrink. Last month an Officer of the Order of Orange-Nassau passed away at the age of 94. His name was Albert Anthony Veerbeek. The former publisher of The Windmill Herald - a Canadian dutch-language newspaper (now defunct) - is Albert Anthony van der Heide. And my great-grandfather Albert Anthony Oostenbrink (geb.1865 Avereest) was wethouder of Ambt.Hardenberg from 1910-1940. The owner of a substantial business in Chilliwack BC Canada is Albert Anthony Oostenbrink. The "Anthony" comes from Ommerschans' Antonius Geraets, and the "Albert" comes from the grandfather of Ommerschans' Meine Jacobs van der Heide. One of my second-cousins is Herbert Oostenbrink who lives right next to Ommerschans. When we met Herbert there last year - quite by luck - he had no idea of his connection to Ommerschans. Tony Oostenbrink Edmonton, Alberta, Canada
afbeelding van Helmuth Rijnhart
Dear Mr Oostenbrink, Thank you for your response! I have forwarded your kind words to Ms Gwendolyn Jansen, she is the daughter of William Jansen, one of the guides at Ommerschans.