Geplaatst door: 
Verhaal

15 oktober 1889 - De moord op Zientje Hoogenberk

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Aan elke datum van het jaar zijn meer dan duizend gedocumenteerde feiten uit het verleden van Ommerschans te koppelen. Maar de vraag, welk feit we koppelen aan de datum 15 oktober is snel beantwoord. De Moord. De gruwelijke moord op Zientje Hoogenberk.


Duik in je eigen stamboom en je zult je verbazen. Hoe is het mogelijk dat die twee voorouder als enige in zijn gezin de cholera heeft overleefd. Als die voorvader niet gedwongen was te verhuizen dan was hij zijn vrouw nooit tegen gekomen. En.... dan was ik er niet geweest....

De Maatschappij van Weldadigheid is bij uitstek zo'n katalysator waarin mannen en vrouwen uit alle hoeken van de Nederlanden elkaar vonden en een gezin stichtten. Waar de verbazingen voor het nageslacht aan de lopende band werden gegenereerd.

Maar hetzelfde lot dat onze voorouders aan elkaar heeft gekoppeld, zorgt er ook voor dat veel meer mensen elkaar niet gevonden hebben, het niet gered hebben, in de ellende tercht zijn gekomen. De gruwelijke moord op hoevenaarsdochter Sientje Hoogenberk is daarvan een voorbeeld. Als verpleegde Arie van Es niet op deze hoeve te werk was gesteld... Als de Ommerschans een jaar eerder was opgedoekt... Als vader Nicolaas Hoogenberk geen hoevenaar was geworden...

Met name dat laatste feit heeft mij geïntrigeerd vanaf de dag dat ik ontdekte dat Zientje Hoogenberk (haar geboorte acte vermeldt echt de Z als eerste letter van haar voornaam) helemaal niet binnen de kolonie Ommerschans is geboren. Zij is niet geboren als dochter van een hoevenaar. Ze was de dochter van een koetsier en ze werd geboren op het erf van een Jonkheer. In die omgeving had ze kunnen opgroeien en de voordelen kunnen genieten van het kort bij het vuur zitten...


Het beroep van koetsier komt in de gemeente Avereest weinig voor. Op 1 januari 1880 is Nicolaas Hoogenberk zelfs de enige met dit beroep. Hij is de steun en toeverlaat van Jonkheer Gijsbertus Christiaan Junius van Hemert, de politicus en landbouwpionier die 30 jaar eerder het landgoed Dalvoorde stichtte rond de Noordwesthoek van de kolonie Ommerschans. Dat de vrijgezel Junius van Hemert in 1849 in Balkbrug terecht kwam om zijn plannen te verwezenlijken lijkt geen toeval. Hij had nauwe familiebanden met de stichter van de Maatschappij van Weldagigheid Johannes van den Bosch. Zijn beide zusters waren in 1840 en 1845 gehuwd met twee zoons van Johannes, die het laatste huwelijk niet meer heeft meegemaakt door zijn plotselinge overlijden in 1844.

Als je Zientjes stamboom bekijkt dan valt allereerst op dat haar ouders volle neef en nicht van elkaar zijn.


Grootmoeder Hoogenberk en grootvader Tijmes hebben dezelfde voorouders. Ik kom dit verschijnsel binnen de Maatschappij van Weldadigheid niet vaak tegen. Maar waarschijnlijk geldt hier het oude gezegde: neef en licht vrijt licht, want Roelofje Tijmes was zes maanden zwanger toen ze met haar neef Nicolaas Hoogenberk trouwde.

We zien dat Nicolaas al koetsier bij Jhr Junius van Hemert is als hij trouwt. Het stel betrekt een woning op het landgoed Dalvoorde en Zientje wordt hier als tweede kind geboren. Er volgen er nog vier. Vier weken na de geboorte van haar jongste broertje Cornelis en ruim een week na haar elfde verjaardag, overlijdt broodheer Junius van Hemert plotseling, een dag voor zijn 65e verjaardag.

Zijn dood is een schok voor de lokale gemeenschap. Van Hemert, lid van de Gedeputeerde Staten van Overijssel, zette zich sterk in voor de gemeenschap van Avereest. Hij was mede initiatiefnemer voor de oprichting van de Dedemsvaartsche Stoomtramweg Maatschappij (1886), het aanleggen van een kunstweg langs de Dedemsvaart en voorvechter voor verbeteringen in de landbouw en de medische zorg. Zijn begrafenis werd massaal bezocht en een groot aantal sprekers prezen de overledene. Namens de familie Junius van Hemert voerde oomzegger (en kleinzoon van Johannes) Jhr Willem Joannes Petrus van den Bosch, de latere eerste kamerheer van Koningin Wilhelmina, het woord. Daarbij bedankt hij met name Timmerman en Hoogenberk, de eene de boer en de andere de koetsier van de overledene.

Hoogenberk bleef na de begrafenis nog een poos op zijn post om de zaken voor de familie van Hemert af te wikkelen, zo zien we ondermeer in het volgende bericht.



In het bevolkingsregister van Avereest is het gezin Hoogenberk op 6 juni 1888 doorgehaald als vertrokken naar de gemeente Stad Ommen. Nicolaas had zijn aanstelling als hoevenaar op zak en daarmee trad bij alsnog in de voetsporen van zijn vader en grootvader. Op dezelfde datum is hij ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Stad Ommen, als opvolger van hoevenaar Harm Willems Heidema, die naar Assen vertrekt. Harm Heidema is een broer van Lammert Heidema die in 1874 in deze hoeve woonde, toen daar zijn schoonmoeder, de weduwe Braxhoofden, daar overleed. De hoeve ligt tegenwoordig aan de 3e Schansweg nr 11. In de kolonietijd vanaf 1838 had de Hoeve het nummer 11.


Hoeve nr 11 zal er in 1888 hebben uitgezien als op bovenstaande foto uit plm 1920, met het voorhuis uit 1872 en het oorspronkelijke achterhuis uit 1823. Vandaag, 15 oktober 1899, woont het gezin Hoogenberk er ruim (of slechts) 16 maanden.

Zientje's overgrootouders


De zes overgrootouders van Zientje zijn allemaal -gehuwd en met kinderen- vanuit Noordholland naar de vrije koloniën gekomen en dus kun je stellen dat Zientje een echt Maatschappij-kind is. Vanuit die wetenschap was het dus helemaal niet onlogisch dat vader Nicolaas Hoogenberk hoevenaar op de Ommerschans is geworden. Laten we die overgrootouders even doornemen.

Veenarbeider Gerrit Hoogenberk en Jannetje van Dijk komen op 4 november 1818 vanuit woonplaats Weesp met 5 kinderen naar de proefkolonie Frederiksoord. 

Kaasmaker Klaas Albertse Tijmes en Antje Ellens komen op 2 november 1818 vanuit woonplaats Alkmaar met 4 kinderen naar de proefkolonie Frederiksoord. Antje overlijdt te Frederiksoord op 29 mei 1822, Desondanks wordt het gezin geselecteerd voor overplaatsing naar Ommerschans om een hoeve te bemannen. Op 11 november 1822 komt het gezin op de Schans aan. Op 24 januari 1824 doet Klaas Tijmes aangifte van de geboorte van een kind dat op zijn hoeve geboren is. Het jongentje krijgt de naam Walraven. De moeder is Antje Walraven van Hoften. Antje is een kolonistendochter uit Frederiksoord. Op 3 april is Klaas Tijmes getuige bij de aangifte van het overlijden van hetzelfde kind en op 28 april trouwt hij met Antje. Zeer waarschijnlijk was Walraven zijn zoon. Daarna krijgen ze samen nog 6 kinderen. Sientjes grootouders zijn beiden uit het eerste huwelijk van Klaas en geboren te Alkmaar.

Roelof Zwaan en Jannetje Houtkooper komen op 6 juli 1820 met 5 kinderen vanuit Bovenkarspel naar Kolonie III, Willemsoord, dat volop in aanbouw is. Roelof overlijdt een jaar later en als Jannetje met verlof in Noordholland is laat ze een ieder die het horen wil weten dat de dood van haar man het gevolg is van de slechte medische zorg in de kolonie. Dit voorval geeft de Maatschappij de nodige hoofdbrekens. Wil Schackmann wijdde daar een pagina aan. Om de verbanden tussen de drie families nag wat meer cachet te geven: Roelof Zwaan is net als Gerrit Hoogenberk geboren te Weesp.

In 1835 trouwt grootvader Pieter Hoogenberk, zoon van Gerrit, met Grietje Swaan, dochter van Roelof. Ze krijgen 2 kinderen en daarna wordt Pieter in 1838 aangesteld als hoevenaar in de Ommerschans. Een maand na aankomst overlijdt Grietje, waarop Pieter in 1839 hertrouwt met grootmoeder Aafje Tijmes, dochter van Klaas. In 1850 wordt vader Nicolaas geboren.

In 1840 trouwt grootvader Klaas Tijmes, zoon van Klaas, met grootmoeder Cientje Swaan, dochter van Roelof. Zij krijgen ontslag uit de Maatschappij en wonen als normale burgers aan de Dedemsvaart in de omgeving van sluis IV, vlak bij de kolonie Ommerschans. Daar wordt moeder Roelofje Tijmes in 1851 geboren. Nadat Cientje in 1853 overlijdt hertrouwt Klaas met Jannetje Hogenberk, dochter van Gerrit en weduwe van Berend Nijensikkens. 

Zientjes ouders, Nicolaas Hoogenberk en Roelofje Tijmes zijn dus niet alleen neef en nicht. Roelofje is ook nog eens opgevoed door de zus van Nicolaas' vader. Ons kent Ons. En Ons kent de Ommerschans! Nicolaas dacht een bestaan te kunnen opbouwen buiten de Rijkswerkinrichting, maar het noodlot beschikte anders met het overlijden van de Jonkheer en zo betrok het gezin Hoogenberk Hoeve nr 11 in 1888, anderhalf jaar voor sluiting van de Ommerschans.

de moord

 

Wat mij betreft behoeven de krantenberichten hierboven geen commentaar. De moord op Sientje Hoogenberk sloeg in als een bom en het is een van de weinige verhalen over Ommerschans die generatie op generatie wordt doorverteld.

Toen Sientje vermoord werd, was de opheffing van de Ommerschans al bezegeld. Nicolaas Hoogenberk en zijn gezin wisten al dat ze naar Veenhuizen zouden verhuizen. In het bevolkingsregister zien we dat het gezin op 30 december 1889 is uitgeschreven als vertrokken naar Veenhuizen. Heel afstandelijk is de oorzaak van het overlijden van Sientje daar bijgeschreven: "door verwonding".

 

Arie van Es

 

Wat weten we over de moordenaar, Arie van Es? Hij is 5 juli 1838 geboren als zoon van Jan van Es, veermansknecht, later veerman te Kralingen. De naam Kralingseveer is tegenwoordig verbonden aan een wijk in het stadsdeel Rotterdam Alexander. Historisch is het veer bij Kralingen een belangrijke oversteekplaats over de Nieuwe Maas, ongeveer op de plaats waar tegenwoordig de Van Brienenoordbrug ligt.

Arie is opgegroeid met een oudere zus en een jongere broer, die beiden gehuwd zijn en kinderen hebben. Hij is van beroep scheepmaker; hij zal op de scheepswerven in de omgeving zijn vak geleerd hebben. Arie is vergeleken met zijn zus en broer laat getrouwd. Hij was 34 jaar toen hij op 24 oktober 1872 in Brielle trouwde met de 36-jarige Neeltje Mattron.


Let op de opvallend regelmatige handtekening van Arie. Hij was duidelijk gewend de pen te hanteren!

Voor zover ik heb kunnen nagaan, hebben Arie en Neeltje samen geen kinderen gekregen. Maar ik heb sowieso geen spoor van Arie kunnen vinden totdat hij wordt ingeschreven op de Ommerschans. Echter, Neeltje heb ik wel gevonden, bijvoorbeeld in de bevolkingsregisters van Amsterdam, waar zij in de periode 1874-1893 op zes verschillende adressen is ingeschreven. We zien dat zij al op 15 november 1873, zonder echtgenoot, zich vanuit Brielle in Amsterdam heeft gevestigd, op het adres Oostenburgervoorstraat nr 56. En ook op de volgende vijf adressen staat ze ingeschreven als gehuwd, maar zonder echtgenoot. Tenslotte komt ze op 22 april 1891 teruig naar Brielle, samen met een zekere Teunis Coldewijn, met wie ze in Amsterdam ook al samen woonde. Er staat keurig als aantekening bij haar naam: verlaten vrouw van Van Es. Conclusie: Arie is er binnen het jaar na het sluiten van het huwelijk al vandoor gegaan.

En zo zien we zijn inschrijving op de Ommerschans op 27 februari, opgezonden vanuit Utrecht. Bij gelegenheid moeten we nog eens uitzoeken voor welk feit hij daar veroordeeld is.

Zijn eerste verbijf binnen de Schans is in van korte duur geweest. Op 6 mei 1886 is hij al weer vrijgelaten. MAar de toon is gezet, want op 16 september 1886 wordt hij voor de tweede maal ingeschreven op Ommerschans. Bij deze inschrijving is helaas niet vermeld van waar hij is opgezonden, maar duidelijk is dat hij nu voor de duur van twee jaar moet zitten, want hij krijgt op 19 september 1888 ontslag.

Vervolgens wordt hij op 20 juli 1889 voor de derde maal ingeschreven. Deze keer is hij opgezonden vanuit s-Gravenhage, waar hij is veroordeeld tot hij verblijf op de Schans voor de duur van 1 jaar en 3 maanden. 

We zien in deze inschrijving dat Arie op 2 oktober 1889 -amper twee weken geleden- is uitgeleverd aan Justitie en dat hij een dag later terug was. Er moet iets zijn voorgevallen dat met een sisser is afgelopen. Daarna zien we dat hij op 17 oktober 1889 opnieuw aan Justitie is uitgeleverd. We weten waarom...

De rechtzaak


De rechtzaak tegen Arie van Es werd in Zwolle gevoerd op 27 december 1889. In de kranten werd er uitvoerig verslag gedaan van de zittingen.

 

In zijn boek Twee eeuwen recht en wet • Het arrondissement Zwolle-Lelystad in fasen, facetten en figuren heeft historicus Wim Coster aandacht besteed aan de moordzaak Sientje Hoogenberk. We zien dat er in de rechtzaak veel aandacht was voor de vraag of hier sprake was van moord met voorbedachte rade. In de rechtzaak komen de beide lijkschouwers, de artsen P. Beijers uit Ommen en N.H. Frank uit Zwolle uitvoerig aan bod. Zij vertellen in detail wat ze hebben aangetroffen tijdens de sectie. Hun conclusie is eenduidig: een gezond meisje is onmiddellijk gestorven omdat haar longen en hart zijn doorboord met een scherp voorwerp.

Vervolgens zijn 21 getuigen gehoord, familieleden, buren, knechten, verpleegden en veldwachters. Daaruit wordt de toedracht helder. Op de ochtend van 15 oktober had Sientje zich bij haar moeder beklaagd dat de verpleegde van Es, die werkzaam was op de boerderij, haar in de borst had geknepen en dat dit pijn had gedaan. Haar man en zij hadden daarop meteen besloten dan van Es ander werk moest gaan doen en ze hadden dat meteen aan van Es verteld. Van Es beloofde dat hij Sientje en haar zusje Aafje voortaan met rust zou laten, want hij wilde graag bij Hoogenberk blijven werken. Maar Hoogenberk's besluit stond vast en werkbaas Hulscher vertelde van Es even later dat hij voortaan op het land moest werken.

Rond twee uur 's middags "bedankte" van Es Sientje in het voorbijgaan voor het "overbrengen van de boodschap" aan haar vader.

Later op de middag vroeg moeder Hoogenberk aan Sientje of ze een paar kommen melk uit het karnhof wilde halen. Daar was van Es samen met een andere verpleegde bezig om de ketel, waarin varkensvoer wordt gekookt, schoon te maken. Nauwelijks was Sientje weg, of haar moeder hoorde de kommetjes vallen en Sientje een gil geven. Ze spoedde zich naar het karnhok waar ze haar dochter hevig bloedend aantrof. Ze bracht haar naar de het woonvertrek waar het meisje bijna onmiddellijk overleed.

Tijdens de verhoren bleek dat van Es zeker een week voor de moord een mes aan beide zijden had laten slijpen, opdat hij het als dolk zou kunnen gebruiken. Dat was opvallend, omdat zich dit ruim voor het voorval met Sientje had afgespeeld. Verder verklaarde een mede verpleegde dat van Es om een uur of twee in zichzelf had gemompeld "ik zal ze wel krijgen". Van Es ontkende dat hij "iets had gewild" met Sientje. Integendeel, hij beweerde juist dat twee andere verpleegden "verkeerde betrekkingen" hadden Sientje. Wel bekende hij dat hij had gezegd "als ik van de hoeve af moet, zal er meer gebeuren. Ik heb er 20 twintig jaar voor over". 

De Officier van Justitie eiste de zwaarste straf voor van Es, 20 jaar. Op 9 januari 1890 werd van Es veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf. Tegen dit vonnis gingen zowel van Es als de Officier van Justitie hij op 20 januari in beroep. Het hof in Arnhem ging mee met de raadsman van van Es en schrapte het bewijs voor voorbedachte rade uit de conslusie. Daarop werd van Es veroordeeld voor 8 jaar gevangenisstraf wegens het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met de dood ten gevolge.

Veenhuizen


Nicolaas Hoogenberk ging als hoevenaar verder in Veenhuizen. Daar werd op 8 maart 1890 zoon Siebrand geboren -de naam is ongetwijfeld een verwijzing naar Sientje- en daarna zijn er nog twee kinderen geboren, dochter Simonette en zoon Rudolph. Simonette is op de dag van haar geboorte overleden, Siebrand is vijf jaar geworden en Rudolph overleed in 1918, 24 jaar oud. In 1903 overleed ook zoon Pieter, het jongere broertje van Sientje, 13 jaar oud. Kortom, van de 9 kinderen in het gezin Hoogenberk overleden er 5 veel te jong. De andere vier zijn volwassen geworden en gehuwd. Moeder Roelofje Tijmes overleed in 1826 in Assen, 74 jaar oud, en Nicolaas Hoogenberk overleed in 1934 in Zeist op 83-jarige leeftijd.


Moordenaar Arie van Es is in 1927 overleden in Eindhoven.

Lieux de Mémoires


Op het eerst oog is er op en rond de Ommerschans niet veel wat herinnert aan de bedelaarskolonie. Maar neem even de moeite en de brokjes harde geschiedenis rijgen zich aaneen.


Zo staat het voorhuis van Hoeve No 11, gebouwd in 1872, er nog fier bij. Het achterhuis met daarin het karnhok waar Sientje vermoord is, is in de 20e eeuw vervangen.

Reacties