Geplaatst door: 
Verhaal

16 november 1839 - Het DNA van Mata Hari

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Op 25 oktober 2017 was het een eeuw geleden dat Margaretha Geertruida Zelle, alias Mata Hari, voor het franse vuurpeloton stond. Haar leven bevat alle elementen voor een klassieke opera. De grote aandacht voor haar leven staat in groot contrast met de aandacht voor haar familieleden, waarvan er een aantal in de Koloniën van Weldadigheid verbleven. Zo staat Coenraad Smeding Zelle vandaag voor de Raad van Tucht te Ommerschans.


Het is vandaag zaterdag 16 november 1839. De Raad van Tucht te Ommerschans komt weer bijeen omdat een groep kolonisten dronken is aangetroffen.Zitting van zaturdag den 16 November 1839. Alle de Leden tegenwoordig zijnde opent de President den Raad.
Worden voor deszelfs gebragt de Kolonisten Coenraad Smeding Zelle No 202, Gerrit van der Wal No 2203 en Johannes Bredenbach No 2327 en Adrianus Antonie Hubert No 875 schuldig aan dronkenschap.
De President hun vragende van waar zij drank gekregen hebben, waaraan zij zich zoo schandelijk hebben te buiten gegaan, antwoorde Zelle dat hij aan de Vaart bij het lossen van mest gelegenheid heeft gehad om Jenever te krijgen, en dezelve met Bredenbach, van der Wal en Hubert heeft opgedronken.

Men laat hun aftreden.

Gezien Art. 10 van het Reglement van Tucht, hiervoren vermeld.
De Raad overwegende dat G. van der Wal op den 22 April voor hetzelfde feit is gestraft  en dat J. Bredenbach zich niet ontzien heeft in zijne dronkenschap om over het hek te klimmen, wordt besloten gemelde Kolonisten met tien dagen en C.S. Zelle en A.A. Hubert met vijf dagen opsluiting en boeijen te straffen.

Zij worden binnen gelaten, en door den Secretaris het vonnis voorgelezen.

Coenraad Smeding Zelle komt er als "hoofdaannemer" dus genadig vanaf. Toch heeft hij bepaald geen schoon strafblad. We zien namelijk in zijn geschiedenis dat hij als tweemaal van de Schans is gedeserteerd.

Coenraad Zelle is op 5 februari 1838 voor het eerst op de Schans is ingeschreven, 27 jaar oud. Na 5 maanden kneep hij er tussen uit en hij slaagde er in weg te blijven, waarop hij -volgens de regels- na 3 maanden werd geroyeerd. Een half jaar later werd hij alsnog in zijn kraag gegrepen en op 10 april 1839 was hij terug op de Ommerschans. Twee dagen later stond hij voor de eerste maal voor de Raad van Tucht, samen met Johannes van Putten. Beiden werden veroordeeld voor desertie voor de eerste maal. Zonder verdere verklaring kreeg Zelle vier dagen meer gevangenisstraf dan van Putten. Beiden moesten het "onderscheidend pak" dragen gedurende vier maanden. Het idee hierachter was dat je het met zo'n clownspak wel uit de hoofd zou laten om er vandoor te gaan.
Welnu, daar dacht Coenraad Zelle anders over. Reeds op 30 mei, een maand nadat hij z'n straf had uitgezeten, ging hij er weer vandoor, in z'n bijzondere pak. Hij bleef een maand weg -genoeg tijd om om te kleden- maar werd toch opgepakt en vanuit Leeuwarden terug gebracht naar de Schans. Nu kon men hem niet anders dan de zwaarste straf geven, namelijk bovenop de veertien dagen in de boeijen, de eerste en de laatste drie dagen "te water en brood". En natuurlijk weer vier maanden in het "destinctief pak". In dat mooie kostuum stond Coenraad dus vandeweek mest te scheppen aan de Vaart, toen hem een fles Jenever werd aangeboden. Een aanbod dat hij niet af kon slaan.

De familie Zelle

Coenraad Smeding Zelle is een kleinzoon van Herman Otto Zelle, die rond 1770 vanuit zijn geboorteplaats Rheda (tussen Munster en Bielefeld) naar Leeuwarden kwam. Hij was net als zijn vader wever en koopman en hij hoopte zijn kansen te verbeteren in Friesland, waar in dezelfde tijd bijvoorbeeld ook de familie Brenninkmeijer op dook. Hij trouwde in 1772 in Leeuwarden met Huberdina Servaas, met wie hij negen kinderen kreeg. In zijn kielzog kwam ook zijn jongere broer Willem naar Leeuwarden, die daar in 1779 trouwde met Geesje Engels. Een complete genealogie van deze familie Zelle is te vinden op de webpagina van Wilko Kamphorst.

In de 19e eeuw breidt de familie Zelle, die overwegend in Leeuwarden te vinden is, flink uit. De meest voorkomende beroepen in de familie is die van schrijnwerker/meubelmaker en verver. De meeste familieleden doen het ogenschijnlijk goed en een aantal weet het tot de status van middenstander te schoppen. Daar staat tegen over dat de naam Zelle ook flink vertegenwoordigd is in de inschrijfregisters van Ommerschans en Veenhuizen. Daarover dit verhaal. Het bekendste familielid uit deze familie is natuurlijk Margaretha Geertruida Zelle, alias Mata Hari. Haar grootvader Cornelius Zelle was een volle neef van onze Coenraad Smeding Zelle. 

In onderstaand overzicht heb ik de familieleden Zelle die ik tot nu toe in de inschrijfregisters heb gevonden, in groen weergegeven, met daarbij het vroegste en laatste jaartal van hun verblijf. Meestal is het verblijf niet onafgebroken geweest. Mata Hari heb ik in rood in het overzicht weergegeven. Let wel: veruit de meeste familieleden Zelle ontbreken in dit overzicht. Alleen de eerste generatie is volledig weergegeven!

De eerste nazaat van Herman Otto Zelle die haar opwachting maakte in de Ommerschans was kleindochter Huberdina Zelle, dochter van Johannes Zelle. Zij werd op 18 maart 1831 in de Ommerschans ingeschreven, samen met haar twee buitenechtelijke kinderen, de zesjarige zoon Johannes en de bijna 2 jaar oude dochter Froukje. Ze werden op 8 mei doorgestuurd naar Veenhuizen, waar Johannes het jaar erop overleed.
We zien dat Johannes overleed in het Tweede Etablissement, het huidige gevangenismuseum, in 1832 de dependance van de Ommerschans.
Zoals we op haar genealogische kaart zien, heeft Huberdina Zelle een omvangrijke geschiedenis binnen de bedelaarskolonie. In een tijdsbestek van 28 jaar is ze 5 maal ingeschreven en nimmer slaagde ze er in een jaar buiten de poort te blijven. Tijdens haar laatste periode kwam ze haar neef Coenraad Smeding Zelle op de Ommerschans tegen in zijn nieuwe rol als veldwachter. Nadat Coenraad vandaag veroordeelt is wegens drankmisbruik, is hij in april 1840 naar Veenhuizen gebracht, waar hij op 15 augustus 1841 is ontslagen en twee weken later is hij gehuwd met Anna Phillipina Santstra.

We zien in de akte dat Coenraad's schoonmoeder in 1841 in Veenhuizen woont. Dat doet vermoeden dat zij ook koloniste is. Ik heb haar echter nog niet in de inschrijvingsregisters kunnen ontdekken. Wat wel duidelijk is, is dat het jonggehuwde stel er vooralsnog niet in slaagt om samen een bestaan buiten de poort op de bouwen. Op 30 januari 1843 worden ze in de Ommerschans ingeschreven. Twee weken later wonen ze weer in Veenhuizen en daar blijven ze tot 1851. Dan krijgen ze ontslag en niet lang daarna krijgt Coenraad Smeding Zelle een baan bij de Maatschappij als kolonie-veldwachter. Zo vinden we ze in de bevolkingsregisters van Avereest in Wijk I, nabij de Ommerschans, vermoedelijk in één van de vele limiethuisjes rond de Ommerschans.
Het stel bleef kinderloos. Rond 1854 is Zelle terug geplaatst naar Veenhuizen. Uiteindelijk krijgen ze een woning aan de buitenzijde van het Derde Gesticht, waar Anna in 1886 is overleden.

Gerrit Jan en Willem Zelle

Maar ook twee ooms van Coenraad Smeding Zelle en Huberdina Zelle hebben in de Ommerschans gezeten. Gerrit Jan en Willem Zelle

Gerrit Jan Zelle was 56 jaar toen hij in 1833 in de Schans terecht kwam. Na anderhalf jaar werd hij ontslagen. Zijn jongere broer Willem Zelle kwam min of meer op familiebezoek in de Schans. Bij zijn aankomst op 24 november 1838 was onze Coenraad net geroyeerd voor desertie, maar toen Coenraad in april 1839 werd terug gebracht en zijn fraaie clownscostuum aangemeten kreeg, was Oom Willem een van de eersten die het tenue van zijn neef mocht bewonderen. Ook vandaag, bij de zitting van de Raad, was Oom Willem "somewhere around". Over 9 dagen komt hij vrij en mag hij naar vrouw en kinderen in Leeuwarden.

Huiberdina Zelle

En tenslotte hebben we nog Coenraad's jongere zus, Huiberdina Zelle. Zij is in 1832 gehuwd met Petrus Wouters, met wie ze drie kinderen heeft, waarvan er één jong overlijdt. Petrus overlijdt in 1837. Huiberdina, die we meestal tegen komen onder de naam Huberdina, hertrouwt in 1838 met banketbakkersknecht Gerradus of Gerrit Trossel. Ze krijgen samen acht kinderen, maar na de geboorte van het derde kind, dochter Ymkje (het tweede kind is dan inmiddels overleden) komt Gerrit Trossel op 18 december 1845 in de Ommerschans terecht. Huberdina volgt met dochter Ymkje op 25 april 1846. Het oudste kind is vermoedelijk bij familie ondergebracht. Gerrit Trossel deserteert op 5 juni 1846. Hij wordt snel in z'n kraag gevat en op 12 juni is hij terug op de Schans. De volgende dag wordt het complete gezin op transport naar Veenhuizen gezet. Da's in elk geval halverwege huis. Maar de verhuizing geeft geen goeds: dochter Ymkje overlijdt in Veenhuizen op 8 augustus 1846.
We zien dat Ympje in het Derde Gesticht te Veenhuizen is overleden. Zij is het derde achterkleinkind van stamvader Herman Otto Zelle dat een laatste rustplaats krijgt op het Vierde Gesticht te Veenhuizen. Anoniem.

Als Gerrit Trossel en Huberdina Zelle op 13 Maart 1848 de reis terug naar Leeuwarden maken, is Huberdina bijna vier maanden zwanger. Zij zal er in slagen de rest haar leven buiten de poort van de bedelaarsgestichten te blijven. Gerrit Trossel zien we nog wel eenmaal terug. Hij komt in 1868 voor 9 maanden naar de Schans. Nou ja, wat is 9 maanden op een mensenleven...

Mata Hari

Dit artikel gaat natuurlijk helemaal niet over Mata Hari. Zij is een achterkleindochter van Adam Zelle, de "keurige" tak die ver weg bleef van de gestichten.

Adam Zelle, handelaar in hoeden en petten op een A-lokatie te Leeuwarder, plaatste een geboorte advertentie voor zijn eerstgeborene, Margaretha Geertruida Zelle, in het Algemeen Dagblad. Een aanwijzing dat hij landelijk zaken deed.

We komen diverse advertenties van Adam Zelle tegen. Margaretha Zelle groeit op in redelijke welstand.

En hier ligt de ommekeer in haar leven. Margaretha is dertien jaar oud als de zaak failliet gaat. Haar ouders gaan uit elkaar en twee jaar later overlijdt haar moeder. 

Op Wikipedia staat een bekopt verhaal hoe het verder ging met Margaretha. Voor wie belangstelling heeft voor beeldmateriaal: op de website Librariana is een royale pagina gewijd aan Margaretha Zelle en haar familie.

Zal Mata Hari ooit weet hebben gehad van haar familie in de Koloniën van Weldadigheid? Vermoedelijk niet. Toen zij opgroeide lag deze episode al achter de rug en op de leeftijd waarop een kind iets meer interesse krijgt in zijn of haar achtergrond, had Margaretha Zelle heel andere zorgen aan haar hoofd.

 

Reacties

Onderdeel van het thema: