Geplaatst door: 
Verhaal

19 maart 1836 - Op de daad betrapt

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Vandaag staan de bedelaar-kolonist Johannes Bosschert en de bedelaar-koloniste Grietje Goossen voor de Raad van Tucht. Ze zijn op de daad betrapt van met elkander onzedigen omgang te hebben. Zo'n verhaal verdient een romantisch en gelukkig einde. Maar zo werkt het meestal niet op de Schans.

Het is zaterdag 19 maart 1836. De zaterdag is de gebruikelijke vergaderdag van de Raad van Tucht van Ommerschans. Eerst worden drie kolonisten voorgeleid die onderling koloniale kleding hebben verhandeld. Dat mag natuurlijk niet en zij krijgen 6 tot 12 dagen opsluiting in de provoost, de gevangenis van Ommerschans. Zo te zien komen ze er nog gemakkelijk van af, want ze hoeven deze straf niet in de boeien uit te zitten en ook worden ze niet op water en brood gezet, terwijl dat toch wel de gewoonte is.
Daarna worden de hoofdpersonen van vandaag voorgeleid, kolonist Johannes Bosschert No 1030 en koloniste Grietje Goossen No 356.
Ten tweede verschijnen voor den Raad Johannes Bosschert No 1030 en koloniste Grietje Goossen No 356, op de daad betrapt van met elkander omzedigen omgang te hebben.
Gezien Art.16 van het regkement, luidende:
Onzedelijk gedrag in woorden als: Vloeken, schelden, razen enz. of met daden, door zedenlooze omgang met anderen, zal met verplaatsing in de disciplinezaal van een tot acht dagen worden gestraft, en bij herhaling daarvan, met opsluiting zoo noodig in boeijen en te water en brood om den anderen dag.
Men laat hen buiten staan.
De Raad komt overeen hun te straffen met acht dagen opsluiting, waarop zij weder worden binnen gelaten en de secretaris hun met het vonnis bekend maakt en zij al verder ter opsluiting worden weggebracht.

Johannes Bosschert

Het is mij in de voorbereiding van deze verhalen nog niet eerder overkomen dat ik geen enkel hard aanknopingspunt kan vinden over de handel en wandel van een hoofdpersoon, in dit geval Johannes Bosschert, die volgens het inschrijvingsregister van Ommerschans op 24 januari 1791 te Rotterdam zou zijn geboren. Weliswaar zijn er in de diverse archieven diverse personen te vinden met een naam die in de buurt komt (Bossche, Bosschaert etc) maar hun geboortedatums liggen te ver weg van 1791. Dan beperken we ons eerst maar tot het register van Ommerschans.
We zien dat Johannes Bosschert op 18 februari 1835 is ingeschreven te Ommerschans, opgezonden vanuit Utrecht. We zien verder dat hij op 28 maart 1836, dus meteen nadat hij de hem vandaag opgelegde straf heeft uitgezeten, is gedeserteerd en dezelfde dag weer is opgepakt. Dat wordt bevestigd in het eerstvolgende zittingsverslag van de Raad van Tucht op 29 maart 1836. Vanwege de urgentie van de zaak wacht men niet zaterdag.
Zitting op Dingsdag den 29 Maart 1836
Alle Leden zijn tegenwoordig en de President opent den Raad.
Compareeren voor deszelvs Willem Frederik Eksteen No 257, Roelof Zwarts No 835 en Johannes Bosschert No 1030, deserteurs voor de 1e maal, op gisteren den 28 Maart, en wel met complot, zijnde Eksteen te voren wegens wangedrag van Veenhuizen overgeplaatst, R. Zwarts voor het verkoopen van koloniale kleedingstukken en J. Bosschert wegens onzedig gedrag reeds door den Raad gevonnisd geweest.
De beschuldigden hebben niets ter hunner defensie in te brengen, en worden dien volgens strafbaar verklaard ingevolge het reeds omschreven art.11 en het volgende art.15 van het reglement van tucht, luidende:
Hij of Zij, die complot maken tot desertie of andere bij dit Reglement genoemde misdrijven, zal of zullen met opsluiting van drie tot acht dagen, des noods met boeijen en te water en brood om den anderen dag te worden gestraft.
Zij worden buiten gelaten.
Men gaat tot deliberatie over en men besluit

besluit eenparig hun de navolgende straffen op te leggen, als:
Ieder veertien dagen opsluiting de drie eerste en drie laatste te water en brood en boeijen en het dragen van het distinctief pak gedurende vier maanden, en daar het in deze sessie gebleken is dat R. Zwarts zich weder op nieuw aan het verkoopen van twee broeken heeft schuldig gemaakt, daarenboven voor dit feit 14 dagen opsluiting ingevolge het vroeger omschreven Art.13 van het dikwijls gemelde reglement.
Men laat hen binnen komen, de Secretaris maakt hun het geslagen Vonnis bekend en zij worden ter opsluiting weggebracht.

De in deze zaak besproken toedracht komt precies overeen met hetgeen in het inschrijfregister vast ligt. Enigszins opvallend is het laatste wapenfeit van Johannes Bosschert: zijn tweede en definitieve desertie op 21 juli 1836: dat is een iets minder dan vier maanden na bovenstaande zitting van de Raad van Tucht. Zal hij er dan echt in zijn bontgekleurde "distinctief pak" vandoor zijn gegaan? En zal hij zijn liefje Grietje Goossen gewoon in de steek hebben gelaten?

Grietje Goossen

Grietje Goossen is geboren in de stad Groningen op 21 september 1817 als derde kind in het gezin van kleermaker Johannes Goossen en zijn vrouw Trijntje de Jager.

Grietje is 18 jaar oud als ze op 11 november 1835 wordt ingeschreven in de Ommerschans.
Voor zover ik heb kunnen nagaan, is zij de enige uit haar gezin die in Ommerschans of Veenhuizen heeft verbleven. Wellicht zal de reden voor haar opzending naar Ommerschans ooit opduiken uit een Gronings archief. Laten we het er op houden dat ze op het verkeerde moment op de verkeerde plaats liep.
Ongetwijfeld lopen er op Ommerschans genoeg mannen rond die het aan willen leggen met een jonge Groningse deern, zoals de 45-jarige Johannes Bosschert, die nota bene 2 jaar ouder is dan Grietje's vader. Het is dan ook maar de vraag of de onzeedigen omgang, waarop het stel deze week is betrapt, de volledige instemming van Grietje heeft, of dat ze er met zachte of harde hand toe is gedwongen. Maar daar maakt de Raad van Tucht geen onderscheid in. Sterker nog: een vrouw delft in die discussie doorgaans het onderspit. Zo zit de strafkolonie op de Ommerschans vol met meisjes die in de vrije koloniën zwanger zijn geraakt en die voor straf naar de Schans zijn gezonden, terwijl de verwekker er zonder kleerscheuren vanaf komt.

Dat Johannes Bosscher er in juli definitief tussenuit knijpt dat zal Grietje vermoedelijk niet bezwaarlijk hebben gevonden. En gelukkig komt ze er zonder zwangerschap van af. Een jaar na deze affaire krijgt Grietje haar ontslag, waarna ze terug keert naar haar geboortestad Groningen. Daar overlijdt ze twintig jaar later, ongehuwd, in het armenhuis.
Grietjes moeder is twee jaar daarvoor overleden. Haar vader leeft nog: hij overlijdt in 1867. De oudere broer en zus van Grietje trouwen en krijgen kinderen: bij haar overlijden is Grietje tante van negen neefjes en nichtjes. Die zullen er waarschijnlijk geen weet van hebben gehad wat tante Grietje in de Ommerschans heeft meegemaakt.

En dan tot slot de twee kornuiten met wie Johannes Bosschert zijn complot tot desertie maakte.

Willem Frederik Eksteen

Mede-vluchter Willem Frederik Eksteen is afkomstig uit Amsterdam. Zoals we op zijn genealogische kaart kunnen zien, heeft hij een omvangrijke historie binnen de Maatschappij van Weldadigheid. Al op 17 maart 1825 wordt hij voor de eerste maal ingeschreven te Ommerschans. Hij behoort bij de eerste groep bedelaar-kolonisten die op 22 en 23 mei 1825 wordt overgeplaatst naar het tweede gesticht te Veenhuizen, dat gebouwd is als wezengesticht, maar dat -nog voordat er één wees is gesignaleerd- is herbestemd tot dependance van de Ommerschans.
Een maand na Willem's vertrek van Ommerschans, op 18 juni 1825, wordt Hester de Kort uit het Gelderse Bruchem ingeschreven op de Schans. Zij is 24 jaar oud en ongehuwd, maar al wel moeder van twee buitenechtelijke kinderen die in Bruchem zijn achter gebleven. Waarschijnlijk is ze naar Ommerschans gestuurd omdat ze opnieuw zwanger is. Op 23 oktober 1825 bevalt ze van een dochter, die de naam Maria krijgt. Het kind overlijdt op 2 januari 1826. Vermoedelijk is Hester rond deze tijd naar Veenhuizen gestuurd, waar ze Willem Eksteen leert kennen.
Op 14 mei 1829 wordt Willem Eksteen in Veenhuizen ontslagen. Hester is dan 5 maanden zwanger en het is aannemelijk dat Willem de vader is, want als geneesheer Douwe Petrus van Steenwijk op 11 september 1829 aangifte doet van de geboorte van haar zoon, heeft hij opdracht gekregen als namen Willem Kornelis in de geboorteacte te laten zetten.
De vader, Willem Eksteen, weet zich ruim een jaar in de vrije maatschappij te redden en op 6 augustus 1830 wordt hij opnieuw op Ommerschans ingeschreven. Volgens het register blijft hij in Ommerschans terwijl Hester en hun zoon in Veenhuizen blijven tot hun ontslag op 19 december 1831. Willem krijgt op 7 mei 1832 ontslag. Hij reist af naar Bruchem om meteen in ondertrouw te gaan. Het stel trouwt op 18 juli 1832 en bij het huwelijk erkennen ze zoon Willem Kornelis als hun kind.
Het stel trekt naar Amsterdam, van waar Willem Eksteen in november al weer wordt opgezonden naar Ommerschans, waar hij op 21 november 1832 wordt ingeschreven. Anderhalf jaar later heeft hij zijn 25 gulden oververdienste bij elkaar en mag hij terug naar zijn vrouw en kind.
De vrijheid is van heel korte duur. Op 9 augustus 1834 wordt Eksteen met vrouw en zoon ingeschreven op de Schans. Op 29 oktober worden ze doorgezonden naar Veenhuizen. Daar moet Eksteen een misstap hebben begaan, waardoor het gehele gezin op 18 januari 1836, 2 maanden geleden dus, terug is gekomen op de Schans. Dat Eksteen op 28 maart "in complot" heeft proberen te ontsnappen lijkt niet erg chique, want daarbij laat hij vrouw en zoon achter op de Schans. Sterker nog: Hester de Kort is op dat moment 5 maanden zwanger. Met welk plan ga je er dan van door?
Op 24 juli 1836 bevalt Hester opnieuw van een zoon. Maar.... er wordt geen aangifte gedaan! Pas zes weken later, op 13 september 1836, doet Willem Eksteen, begeleid door veldwachter Werner Wackie, alsnog aangifte van de geboorte van zijn zoon.

Op 24 maart 1838 wordt het gezin Eksteen ontslagen, waarop ze naar Amsterdam trekken. Willem Eksteen is op 6 september 1838 al weer terug op de Schans, terwijl zijn gezin zich moet redden. Zo vinden we Hester de Kort in 1840 in Rotterdam, waar zoon Willem Fredrik -die eigenlijk Willem Kornelis heet- overlijdt in het Dolhuis aan de Hoogstraat.
Willem Eksteen kan zijn vrouw niet bijstaan in deze ellende, maar spoedig worden ze min of meer herenigd, als Hester en haar zoon op 1 augustus 1840 op de Schans worden ingeschreven vanuit Amsterdam. Maar van een echte hereniging lijkt geen sprake, want op 27 maart 1841 worden Hester en haar zoon van Ommerschans naar Veenhuizen verplaatst. Willem volgt op op 29 mei 1841 maar vrijwel zeker wordt hij niet herenigd met zijn echtgenote. Drie maanden later wordt hij ontslagen. Dat ziet Willem niet zitten en twee weken later, op 17 september 1841, wordt hij opnieuw ingeschreven op Ommerschans. De herkomstplaats is Dedemsvaart, wat praktisch betekent dat hij gewoon aan de hoofdpoort heeft aangeklopt, waarop men hem heeft binnen gelaten. Op 2 oktober 1841 wordt hij weer naar Veenhuizen gebracht. Daar overlijdt zoon Johannes Adrianus op 21 januari 1842.

Dat Willem en Hester gescheiden van elkaar in Veenhuizen leven, moge blijken uit de inschrijvingsregisters. Zo krijgt Willem op 15 november 1844 weer eens ontslag. Hester krijgt ontslag op 19 mei 1846. Of ze buiten Veenhuizen elkaar getroffen hebben is onzeker. Op 9 mei 1847 wordt Hester al weer op de Schans ingeschreven vanuit Amsterdam. Een week later maakt ze haar laatste reis, naar Veenhuizen. Op 8 juni 1847 wordt ook Willem voor de laatste maal ingeschreven in de Schans en 10 dagen later komt ook hij voor de laatste maal naar Veenhuizen. In het Derde Gesticht worden de twee gescheiden door het grote hek dat midden op de binnenplaats staat.

Op 14 mei 1849 overlijdt Hester de Kort in het Derde Gesticht.
Tien weken later overlijdt Willem Eksteen aan de andere zijde van het gesticht.Beiden zijn begraven op "het Vierde Gesticht", de bijnaam voor de enorme begraafplaats in Veenhuizen. Ze zullen niet bij elkaar zijn begraven, als echtpaar, maar gewoon op volgorde van binnenkomst. Voor beiden geldt dat de gestichten voor hen niet de gedroomde weg naar een zelfstandig bestaan in de maatschappij heeft gebracht. De gestichten hebben aan hen getrokken tot ze er aan bezweken. Zesenveertig en Zevenenveertig jaar oud.

Een navrant detail: kort na Hester's overlijden, op 23 augustus 1849, trouwt Hester's natuurlijke dochter Dirkje in geboorteplaats Kerkwijk. De ambtenaar zet in de huwelijksacte dat men geen idee heeft waar Hester gebleven is...

Roelof Zwarts

De andere kolonist-bedelaar in het Complot is Roelof Zwarts. Zijn record in de gestichten is veel minder uitgebreid dan die van Willem Eksteen. Hij is kleermaker, afkomstig uit Elburg, waar hij in 1816 gehuwd is en met zijn vrouw Jacoba Vermaat tenminste vier kinderen heeft gekregen. De jongste is 7 jaar oud als Roelof op 5 januari 1836 -dus nog maar 10 weken geleden- op Ommerschans is ingeschreven. In die tien weken heeft hij zich al schuldig gemaakt aan het verduisteren van kleding en daarna volgt zijn mislukte vluchtpoging, waarna ook hij in het bonte "distinctief pak" wordt gehesen. En net als Johannes Bosschert knijpt hij er opnieuw tussenuit, zelfs drie dagen eerder dan Johannes.

Maar waar we Johannes nimmer terug hebben gezien, wordt Roelof drie jaar later voor de tweede maal naar Ommerschans gezonden. Op 15 mei 1839 wordt hij ingeschreven, opgezonden vanuit zijn woonplaats Elburg. Twee weken wordt hij al weer afgehaald door de politie, omdat hij zich voor een rechtbank moet verantwoorden. Daar wacht hem een serieuze straf, want een jaar later wordt hij doorgestreept in het inschrijfregister. Dat is het einde van zijn carrierre in de gestichten. Maar het is niet het einde van zijn criminele pad. Uiteindelijk overlijdt Roelof op 1 december 1847 in "het kasteel" te Woerden, een fraaie historische locatie, met een vervelende bestemming: het is een strafgevangenis.
Roelof laat een weduwe en drie kinderen na. Eén dochter, Cornelia, trouwt in 1851. Haar vader heeft haar niet naar het altaar kunnen brengen...

Reacties