Geplaatst door: 
Verhaal

2 februari 1780 - De geboorte van de Stichter

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Geen ouder kan bevroeden wat er terecht zal komen van de jonggeborene die daar in de wieg ligt, te vechten met het licht. Toen de ouders van Johannes van den Bosch overleden -zijn moeder in 1804 en zijn vader in 1809- konden ze het nog steeds niet weten. De grote daden van Johannes -hoe genuanceerd we ze nu ook willen beoordelen- kwamen daarna. Vandaag ligt er een gezonde baby in de wieg bij dokter van den Bosch in Herwijnen.


In de database van Rijksmonumenten vinden we onder nummer 21970 een Statige boerenbehuizing in Herwijnen. Het adres is Waaldijk 189. 
In deze woning, die in de 18e en 19e eeuw de toepasselijke naam Dijkzigt draagt, woont dokter Johannes van den Bosch, de heel- en vroedmeester van Herwijnen. Hij is 53 jaar en drie jaar geleden is hij -na een vermoedelijk kinderloos eerste huwelijk- voor de tweede maal gehuwd met de 27-jarige Adriana Poningh.

Van den Bosch heeft als vroedmeester talloze bevallingen begeleid, maar deze vandaag is extra spannend. Zijn eigen vlees en bloed. Zal zijn jonge vrouw hem nageslacht brengen?

De baby is een gezonde jongen. Hij wordt niet vernoemd naar een van zijn grootvaders -Jacobus en Benjamin- maar naar dokter van den Bosch zelf. Het blijft niet bij één kind: Adriana schenkt hem 5 kinderen, waarvan de tweede jong overlijdt. Zo groeien vier kinderen op, twee jongens en twee meisjes. De jongste (1790) is zoon Benjamin: we komen hem later in de proefkolonie Frederiksoord tegen als eerste directeur onder Johannes.

Over de kleine Johannes van den Bosch is al veel geschreven. Hij wordt al vroeg op de kostschool voor jonge heren in Tiel geplaatst. Dat bevalt hem niet en hij besluit naar huis terug te lopen, een wandeling van 40 kilometer. Daarop besluiten zijn ouders dat hij dan maar in Herwijnen moet blijven.

Als zoon van de dokter is het bijna vanzelfsprekend dat hij de medische hoek in wordt gestuurd. Als 15-jarige wordt hij voor de duur van drie jaar geplaatst als apothekersleerling bij C.P. van der Hulst in Amsterdam. Daar komt Johannes snel tot het inzicht dat dit niet zijn toekomst wordt. Hij richt zijn pijlen op technische vakken als bouwkunde en wiskunde en krijgt het voor elkaar om opgeleid te worden tot genie officier.

Nadat hij deze opleiding voltooid heeft solliciteert Johannes in 1797 naar een functie bij de genie in Batavia. De Verenigde Oostindische Compagnie verkeert in staat van liquidatie en het bestuur van Nederlands Indie wordt compleet een staatsaangelegenheid. Johannes wordt aangenomen, vertrekt in 1798 vanuit Kopenhagen naar Batavia en komt daar op 14 maart 1799 aan. Hij klimt als genie-officier snel in rang op en ontplooit zich tegelijkertijd als ondernemer. Zo koopt hij in 1801 het landgoed Soedimara bij Batavia en daar gaat hij meteen aan de slag om de waterhuishouding te reguleren, teneinde het verbouwen van rijst mogelijk te maken.

Als veelbelovende jonge vrijgezel komt hij op het verlanglijstje van menig potentieel schoonvader te staan. Zo stemt Johannes toe in een huwelijk met Adriana Ekenholm, dochter van de steenrijke opperkoopman Adrianus Ekenholm. Echter, Adriana verzet zich tegen dit plan en trouwt in 1801 tegen de zin van haar vader met Francois van Braam. Ekenholm krijgt in de jaren daarna zo veel te stellen met zijn dochter, dat hij haar grotendeels onterft. Zijn bewondering voor Johannes van den Bosch daarentegen neemt met de jaren alleen maar toe en uiteindelijk resulteert dit er in dat Johannes in 1836, na het overlijden van Ekenholm, een enorme erfenis krijgt toebedeeld.

Johannes trouwt op 20 september 1804 te Batavia met Catharina Lucretia de Sandol Roy, de 17-jarige dochter van de commandant van het Indische leger. Ze krijgen in Batavia samen vier kinderen. Johannes klimt in rang in het leger en is ook privé als ondernemer actief. De toekomst ziet er rooskleurig uit. Maar dat verandert in 1808 met de komst van Gouverneur-generaal Herman Willem Daendels. Die gaat als een olifant door de porceleinkast. Hij ontheft schoonvader de Sandol Roy uit zijn functie en heeft het ook snel aan de stok met Johannes van den Bosch. Op 18 mei 1808 wordt Johannes ontheven van zijn taken en bevorderd tot kolonel buiten dienst. Hij legt zich dan volledig toe op zijn privé onderneming.

In november 1810 krijgt van den Bosch het bevel van Daendels om naar Nederland te vertrekken. Daendels ondervindt te veel hinder van de kritieken die Johannes op hem uit. Van den Bosch verkoopt zijn landgoed, waarmee hij naar verluidt een winst van 800.000 gulden maakt. 

Tijdens de thuisreis wordt het schip waarop het gezin van den Bosch reist in de buurt van Bordeaux aangehouden door een Engels fregat. Het is februari 1811. Johannes wordt in het Engelse Reading geïnterneerd als krijgsgevangene, maar omdat hij kan aantonen dat hij niet meer in actieve dienst is, wordt hij vrijgelaten. Vervolgens wordt hij uitgeruild tegen een Engelse officier die in Nederland gevangen zit en zo keert hij met zijn gezin terug naar Nederland, naar zijn ouderlijk huis in Herwijnen, dat bewoond wordt door zijn zus Geertruida. Zijn ouders zijn daar in 1804 resp. 1809 overleden.

In 1812 en 1813 krijgt Johannes nog twee zoons, die in Tiel en Zaltbommel worden geboren. Terwijl Napoleon's Grande Armee in 1812 in Rusland voor gruwelijke taferelen zorgt, wijdt Johannes zich in de Betuwe voornamelijk aan studie. Maar zodra Stadhouder Willem VI in het najaar van 1813 voet aan wal zet op Nederlandse bodem, staat Johannes vooraan om te helpen de orde te herstellen. Op 25 november 1813 wordt hij opnieuw benoemd als kolonel en als adjudant van generaal-majoor Kraijenhof. In zijn nieuwe positie leidt Van den Bosch de inname van de stad Utrecht op 29 november. Op 2 december neemt hij Schoonhoven in. Op 12 december krijgt hij de leiding over de belegering van Naarden. Het verzet van de Fransen in Naarden is taai en Johannes beschikt over onvoldoende middelen om de overgave snel af te dwingen.

Op 10 februari 1814 overlijdt zijn vrouw in Amsterdam. Johannes neemt een paar dagen verlof om de begrafenis in Muiderberg -op een steenworp van Naarden- te regelen en voegt zich daarna weer bij zijn troepen.Op 12 mei 1814 capituleren de Fransen in Naarden. De belegering heeft 100.000 gulden gekost en Johannes heeft dit bedrag uit eigen zak voorgeschoten.

In juni 1814 neemt Johannes zitting in een commissie die het Indische leger moet reorganiseren. Hij huurt landgoed Zorgvliet in Den Haag en vestigt zich daar met zijn gezin. In die periode wordt hij benoemd tot de Generale Staf van Koning Willem I.

In het voorjaar van 1815 wordt Johannes belast met het opzetten van een verdedigingsplan voor de Zuidelijke Nederlanden. Intussen heeft hij een relatie met Rudolphina Wilhelmina Elizabeth (Mina) de Sturler. Zij wordt zwanger en ze bevalt op 11 augustus te Londen van een zoon, die de namen Richard Leeuwenhart krijgt.

In deze tijd ontpopt Johannes zich als publicist en opiniemaker. Hij schrijft ondermeer een aanklacht tegen Daendels, die hem uit Nederlands Indie had verjaagd en -veel belangrijker- zich op vele fronten schandalig had gedragen. Hij publiceert ook een prachtige atlas van de overzeesche bezittingen.
In november 1817 wordt Johannes lid van de Provisionele Commissie, die de voorbereidingen treft voor de oprichting van een Maatschappij van Weldadigheid. In Januari 1818 publiceert hij zijn volgende boek:

Deze publicatie is de blauwdruk voor de kolonie Frederiksoord. Het proces zit nu in een stroomversnelling: op 6 maart besluit Koning Willem I de oprichting van de Maatschappij goed te keuren. Johannes van den Bosch wordt aangesteld als adsessor van de Maatschappij en er wordt besloten een reglement uit te geven.Een paar weken later wordt het reglement op grote schaal verspreid.
De trein loopt nu. Overal in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden worden subcommissies van de Maatschappij opgericht, leden geworven en contributie geïnd. Johannes gaat aan de slag om een locatie voor zijn kolonie te vinden en in de zomer zien we de eerste advertentie voor de aanbesteding van de bouw van de proefkolonie Westerbeeksloot (het latere Frederiksoord), nog voor dat de gronden zijn aangekocht.
Op 25 augustus 1818 wordt de eerste steen gelegd. Johannes neemt met zijn gezin intrek in huize Westerbeeksloot, 2 eeuwen later nog steeds eigendom van de Maatschappij van Weldadigheid. Op 29 oktober nemen de eerste vijf gezinnen intrek in hun nieuwe woningen. Vanaf nu is er een nieuw soort mensen in Nederland: kolonisten.
In "de Proefkolonie" van Wil Schackmann voel je dat Johannes van den Bosch in zijn nieuwe onderneming letterlijk tot aan zijn knieen in de modder staat. Hij is niet de bestuurder op afstand. Hij wil zelf voelen wat er wel en niet functioneert om op basis van die ervaringen bij te sturen. Zo komt hij twee maanden later in contact met een andere ondernemer, Willem Jan Baron van Dedem, om de mogelijkheid te bespreken de Ommerschans toe te voegen aan het concept.

Het verhaal over Johannes van den Bosch stopt niet in 1818. Voor Ommerschans begint het hier.
Veel mensen hebben zich veel uitgebreider in zijn geschiedenis verdiept. Zo verwachten we in september van dit jaar 2018 de biografie over Johannes van Angelie Sens. Op een symposium op het Drents Archief op 25 februari 2018 vertelde ze dat er tijdens en na het leven van Johannes van den Bosch altijd een controverse is geweest over de vraag of hij een standbeeld verdient of niet. Feit is dat dat standbeeld er nimmer gekomen is. Van de andere kant: als de nominatie voor de Unesco werelderfgoed status gehonoreerd wordt dan is dat standbeeld er in zekere zin alsnog.

Waar ik mij persoonlijk zeker in vinden kan, is de titel die de historicus Jacobus Johannes Westendorp Boerma in 1950 gebruikte voor zijn publicatie over Johannes van den Bosch: Een geestdriftig Nederlander

Verantwoording
Een bron die ik zeker wil noemen bij dit verhaal is het boek "Johannes graaf van den Bosch, De levensloop van een groot man" van Michiel van Wersch.

Reacties