Geplaatst door: 
Verhaal

2 juni 1854 - moordaanslag op Harm Postema

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Op de begraafplaats van Ommerschans staan twee grafstenen met de familienaam Postema. Vader en zoon. De vader was onderdirecteur op Ommerschans. Zijn zoon ontsnapte aan een moordaanslag, maar niet aan de dood. Que Sera Sera.

Als ik in Google afbeeldingen zoek naar een oude foto van het Groningse dorp Scharmer, dan krijg ik vooral veel foto's van verkeersongelukken. Dat moet dan iets van de laatste tijd zijn, want toen dorpsgenoten Kornelis Everts (23) en Meiske Pieters (27) elkaar op 10 maart 1799 het ja-woord gaven, hadden ze van blikschade nog nooit gehoord.
Overigens valt dit huwelijk wel in de categorie schade-beperking, want minder dan vier maanden later. op 3 juli 1799, werd hun eerste kind geboren: zoon Pieter. Die naam gaat wel tegen de normale vernoemingsregels in: Pieter is de vader van Meiske. Komt daar geen ruzie van?
Bladerend door het doopboek van Scharmer vond ik de doopinschrijving van Pieter. Deze is echter in een afwijkend handschrift op de bladzijde van het jaar 1798 geplaatst.
Op de volgende bladzijde van het doopboek staat dat de doopinschrijving op last van de rechter in Appingadam in 1817 is gewijzigd. Vermoedelijk kwam bij de inschrijving in het lotelingenregister van de Nationale Militie aan het licht dat er iets niet klopte.
We zien dat vader Cornelis Everts in 1799 de familienaam Postema nog niet officieel voerde. In 1811 neemt de familie de naam Postema aan.

Kornelis Everts Postema was veenbaas van beroep. Kennelijk leverde dat een behoorlijk inkomen op, want we zien in het certificaat van de Nationale Militie van zoon Pieter Kornelis Postema, afgegeven ten behoeve van zijn huwelijk in 1825, dat hij ingeloot is voor de Nationale Militie, en dat hij aan zijn verplichtingen heeft voldaan "door het in dienst stellen van eenen plaatsvervanger". Die mogelijkheid was normaal alleen weggelegd voor "rijkeluiszonen". Ik lees, bladerend door internet, dat er in die jaren 200 tot 400 gulden werd neergeteld voor een  remplaçant. Volgens de omrekeningssite van het IISG komt dat naar koopkracht overeen met een bedrag van EUR 2.200 - EUR 4.400 in 2018.Op dinsdag 27 september 1825 treedt Pieter Cornelis Postema in het gemeentehuis van Slochteren in het huwelijk met Fennegijn Harms Kuipers.
Fennegien Harms Kuipers (Scharmer 1797) is het achtste kind uit een nest van tien.Haar vader overleed in 1811 toen ze veertien jaar oud was en haar moeder, tappersche van beroep hertrouwde in 1814 met Aalderk Schilthuis.

Veenhuizen

We zagen in de doopakte van Pieter Postema een misverstand rond de datum. Welnu, iets soortgelijks kom ik tegen als het gaat om de datum waarop Pieter werd aangesteld als wijkmeester te Veenhuizen. Enerzijds zien we in zijn trouwacte van 27 september 1825 dat hij woonachtig is te Scharmer en anderzijds zien we in de kolonistendatabase op alledrenten.nl dat hij op 20 april 1824, dus meer dan een jaar voor zijn huwelijk, als wijkmeester bij het Eerste Gesticht is aangesteld. Als wijkmeester -de term is overgenomen van de vrije koloniën- moet hij toezicht houden op de arbeiders-huisgezinnen die aan de buitenzijde van het kindergesticht wonen. 

Opvallend in het gezin Kuipers is dat drie kinderen in Veenhuizen terecht komen. Broer Gerrit Harms Kuipers is vanaf 1824 onderdirecteur voor de Landbouw "aan het eerste Gesticht". Zus Matje Harms Kuipers trouwt met Willem Lammerts Heidema, die in 1827 wordt aangesteld als bouwboer (hoevenaar) te Veenhuizen. Pieter is aangesteld "bij engagement". Dat betekent dat hij van buitenaf als beambte "met arbeidscontract" is aangesteld. Helaas vind ik in de Post van Weldadigheid geen stukken uit deze jaren waarin Pieter voor komt. Het oudste stuk dat ik vond dateert van 15 juli 1830. Een week eerder is Anthony le Clerq overleden, die de functie van winkelhouder uitoefende op het eerste gesticht. In deze gestichtswinkel kunnen de kolonisten boodschappen doen, mits ze over koloniegeld beschikken. De functie van winkelhouder is een gewilde baan vanwege de goede ongeschreven secundaire arbeidsvoorwaarden.
15 July 1830
Aan De Permanente Kommissie der Maatschappij van Weldadigheid
te 's Gravenhage

Geeft met verschuldigden eerbied te kennen, Pieter Postema, thans Wijkmeester bij het 1e Etablissement te Veenhuizen buiten, dat door het overlijden van den Winkelhouder A. le Clerq, deze post is komen te vaceren, hem indien zulks konde geschieden aanneemelijk zoude voorkomen, waarom hij suppleant, bij deze eerbiedig verzoekt, dit zijn request, in gunstige overweging, mag worden genomen, en aan zijn verzoek mag worden voldaan.

't welk doende
Veenhuizen den 10e Julij 1830
P. Postema

Er zijn meer kapers op de kust en Pieter krijgt, ondanks -of vanwege- zijn hoogdravende brief de baan niet.

Vier jaar later is deze baan opnieuw vacant, en opnieuw stuurt Pieter zijn open sollicitatie aan de P.C.
Aan De Permanente Kommissie der Maatschappij van Weldadigheid te 's Gravenhage

Geeft met verschuldigde eerbied te kennen, Pieter Postema, thans Wijkmeester bij het 1e Gesticht te Veenhuizen, buiten, dat door het vertrekken van den Winkelhouder Hoevenaar, deeze post zal komen te vaceren, hem indien zulks konde geschieden aannemelijk zoude voorkomen, waarom hij suppleant bij deeze eerbiedig verzoekt, dit zijn request in gunstige overweging mag worden genomen, en aan zijn verzoek mag worden voldaan.

Het welk doende
Veenhuizen den 3 mei 1834
P. Postema

Zo te zien had Pieter zelf nog een afschrift van zijn vorige brief bewaard, want deze sollicitatie zal niet in aanmerking komen voor de originaliteitsprijs. Sterker nog: opnieuw wordt hij niet uitverkoren voor deze positie. Maar in de kolonistendatabase zien we wel dat hij op 1 juni 1834 is aangesteld als boekhouder op het 1e gesticht, met de aantekening dat hij ook verantwoordelijk blijft voor het toezicht op de arbeidershuisgezinnen. Een functieverzwaring dus.

In deze periode vinden we hem met zijn gezin in de bevolkingsregisters van Veenhuizen.
Pieter Postema en Fennegien Kuipers krijgen in Veenhuizen vijf kinderen, waarvan er twee jong overlijden.

In het bevolkingsregister zien we dat Pieter per 15 november 1836 is benoemd als onderdirecteur in Kolonie III (Willemsoord) voor een salaris van 500 gulden per jaar.

Ommerschans

Ruim een jaar later, per 1 april 1838, wordt het gezin verplaatst naar Ommerschans, waar Pieter is aangesteld als onderdirecteur buiten. In die hoedanigheid is hij verantwoordelijk voor de 19 Hoeven rond Ommerschans. Een bijzondere keuze voor iemand die geen agrarische achtergrond heeft.
Het gezin wordt gehuisvest op Hoeve nr 5, de Hoeve ten noorden van Ommerschans, ongeveer op de plaats waar tegenwoordig de Veldzichthoeve staat. Op de kadasterkaart hieronder uit plm 1860 is Hoeve No 5 rood omcirceld.Als het gezin zich te Ommerschans vestigt, zijn de drie zoons, Cornelis, Harm en Gerriet, resp. 12, 9 en bijna 3 jaar oud. Ze gaan samen met de kolonisten kinderen naar school bij meester Hoogstra. Cornelis is ongeveer even oud als Hillegonda Lammina Hoogstra, de jongste dochter van de meester.

goed boeren

In het Drents Archief ligt een verslag over de resultaten van de landbouw te Ommerschans in 1855. Hierin worden de netto opbrengsten van de 21 hoeven op een rij gezet. Tot mijn verrassing staat Pieter Postema met stip bovenaan in de ranglijst. Voor iemand die niet van huis uit boer is, een prima prestatie. En in zijn hoedanigheid als onderdirecteur buiten -de baas van alle hoevenaars- erg handig!

De Moordaanslag

Ik ben het gezin Postema tot nu toe niet in veel bronnen tegen gekomen. Maar aan de schijnbare rust komt vandaag, 2 juni 1854 een abrupt eind.

In de landelijke en regionale kranten vinden we regelmatig berichten van voorvallen op of in verband met de Ommerschans. Van de aanslag op Harm Postema, de 25-jarige zoon van de onderdirecteur, vind ik tot nu toe het eerste bericht pas op 15 september, ruim 3 maanden na het voorval.http://www.bonmama.nl/oskrant.php?cID=00066

We lezen dat de dader, Louis August Elen, het mes waarmee hij zijn daad pleegde, eerder die dag heeft ontvreemd bij wijkmeester Mathijs van den Berg. Van den Berg woont op hoeve Nr 3 en is een zoon van de laatste commandant van de Vesting Ommerschans.

Louis August Elen

Louis August Elen voldoet bepaald niet aan het klassieke beeld van de landloper uit de onderklasse van de Nederlandse samenleving. Aan zijn vader, Johannes Cornelis Elen, is op Wikipedia een pagina gewijd. Hij geldt als Vlaams verzetsstrijder in de Boerenkrijg, de opstand in 1798 tegen de Franse bezetter. Omstreeks 1811 duikt Elen op in Gorinchem, waar hij zich als Medicinae Doctor vestigt, het beroep dat ook zijn vader uitoefende. Hij is dan gehuwd en krijgt tenminste vijf kinderen, waarvan Ludovicus Augustus (Gorinchem 10 januari 1816) de derde is.
Louis' ouders overlijden in 1838 en 1846. Wat Louis in aanloop naar zijn opname in de Ommerschans heeft uitgespookt, daar heb ik nog geen idee van. Op 3 januari 1851 wordt hij -34 jaar oud- voor de eerste maal ingeschreven op de Schans.
We zien dat Louis is opgezonden vanuit Den Haag, vermoedelijk veroordeeld voor landloperij. Hij zit vandaag dus al ruim drie jaar in de Schans. Dat is vrij lang voor een kerel in de kracht van zijn leven. Die had zich normaal gesproken al vrij moeten kunnen werken.

We zien dat hij op 8 juni 1854, een week na de aanslag, is uitgeschreven als overgedragen aan Justitie: "voor den Regter". De standaard procedure in de boeken van de Maatschappij is dat als een kolonist voor de Regter komt en niet binnen een jaar terug is in het gesticht, deze wordt geroyeerd. Alsof je lid bent van een vereniging...

In het bevolkingsregister van Leeuwarden zien we dat Louis daar op 30 december 1854 is ingeschreven. We zien daar ook dat dat hij wever van beroep is. Tenslotte zien we dat hij op 10 oktober 1864 -precies 10 jaar na zijn veroordeling- is terug gezonden naar "het bedelaarsgesticht". Op 18 oktober 1864 is hij te Veenhuizen opnieuw ingeschreven. Hoewel hij een nieuw hoofdelijk nummer krijgt, geldt zijn hernieuwde inschrijving als voortzetting van zijn inschrijving in 1851. Strikt genomen wordt zijn "royement" opgeheven...

Twee grafstenen

In de tijd dat Louis August Elen zijn straf heeft uitgezeten in de strafgevangenis te Leeuwarden, zijn Harm Postema en vader Pieter Cornelis Postema te Ommerschans overleden. In 1857 was het nog groot feest in huize Postema, toen de oudste zoon, Cornelis, trouwde met Hillegonda Lammina Hoogstra. Cornelis had in Veenhuizen de betrekking gekregen waar zijn vader vijfentwintig jaar tevergeefs naar solliciteerde: magazijnmeester. Ze kregen drie kinderen.

Harm Postema, die vandaag de aanslag op zijn leven op wonderbaarlijke wijze overleefde doordat het mes op zijn zakhorloge afketste, overleed op 31-jarige leeftijd op 4 november 1859. Hij was ongehuwd en woonde bij zijn ouders.Vijf jaar later, op 31 augustus 1864, overleed Pieter Cornelis Postema.
Femmechien Kuipers, zijn echtgenote, kreeg -conform de regels- een maand de tijd om de woning te ontruimen. Dat werd voortvarend aangepakt.In het bevolkingsregister zien we dat Femmechien inderdaad binnen een maand het pand verliet. Op 16 september vertrekt ze naar Groningen.

 

Het leven gaat verder

Intussen zit Louis August Elen weer in Veenhuizen. Daar ontmoet hij Maria Jans Uil (geb. Hoogezand 1814). Nadat zij in 1859 voor de derde maal weduwe is geworden belandt ze in 1860 via Ommerschans in Veenhuizen. In 1864 wordt ze voor de derde maal ingeschreven en dan ontluikt de liefde tussen haar en Louis.  Op 8 juni 1866 worden beide ontslagen en op 26 augustus trouwt het stel in Groningen. We zien in de huwelijksacte welke beroep Louis in het gesticht te Veenhuizen heeft uitgeoefend: hij is ziekenoppasser.Op 24 januari 1867 wordt het stel samen ingeschreven te Veenhuizen. Ze blijven ruim drie jaar, tot 19 juli 1870. Na hun ontslag hebben ze een korte "vakantie" buiten het gesticht, waarna ze op 1 oktober weer worden ingeschreven voor een verblijf van 30 maanden. Dit patroon herhaalt zich: op 1 april 1873 worden ze ontslagen en op 22 mei zijn ze weer terug in Veenhuizen. Vrijwel zeker zijn ze daar beide ziekenoppasser in het hospitaal. Na drie jaar worden ze ontslagen, op 22 mei 1875.

Dan overlijdt Maria Jans Uil 4 maanden later te Groningen, op 20 september. In haar overlijdensacte zien we dat haar beroep inderdaad ziekenoppasser is.Een jaar later, op 12 oktober 1876, wordt Louis August Elen opnieuw ingeschreven te Veenhuizen, in het tweede gesticht, het tegenwoordige gevangenismuseum.
Daar overlijdt hij op 17 januari 1878. Bij zijn overlijden hebben de aangevers geen idee wat de naam van Louis' overleden echtgenote was. Zijn de verpleegden toch nummers geworden?Louis August Elen wordt begraven in "het vierde gesticht", de spotnaam voor de enorme begraafplaats te Veenhuizen. Op zijn graf geen steen.

Reacties