Geplaatst door: 
Verhaal

20 juni 1848 - een verdrietig uitzicht

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Ik selecteerde 108 portretten van verpleegden te Veenhuizen, die een deel van hun tijd op Ommerschans hebben verbleven. Eén portret trok de meeste aandacht van mij. Dat van de Rotterdammer Gerardus August Weijdens. Ik had geen flauw vermoeden dat achter het gezicht een levensverhaal zit dat je niet verzint. Een verhaal dat hij zelf waarschijnlijk in z'n volle omvang ook niet gekend heeft. 

Rotterdam 1814

Juwelier Gerardus Arnoldus Weydens verliest zijn tweede vrouw, Adriana Voermans. Hij plaatst een heel persoonlijke advertentie.

Heden overleedt, na een langdurig en smartelijk lyden, tot myne en myner Kinderen bittere droefheid, myne waarde en veelgeliefde Huisvrouw, ADRIANA VOERMANS, in den ouderdom van 52 en 1 half Jaren. Ik verlies in haar een deugdzame Gade, en myne Kinderen een teedere zorgende Moeder. Een yder, die haar in deze en andere betrekkingen gekend hebben, zullen ligt beseffen, hoe my dit verlies treft, en wel eenig deel in myne droefheid nemen, zonder my zulks door Brieven van Rouwbeklag te verzekeren, daar deze niet als myne smarte zouden vernieuwen.

Vier jaar later trouwt zijn zoon Johannes Florentinus in het Zeeuwse Veere met Janna Pieternella Daniels.
Johannes Florentinus, juwelier van beroep, is een zoon uit het eerste huwelijk van zijn vader. In de huwelijksbijlagen vinden we een extract uit het doodregister van Rotterdam met het overlijden van zijn moeder, Eva van der Pijl, in 1804. Johannes Florentinus moet ongeveer tien jaar oud geweest zijn.In de huwelijksacte en bijlagen mis ik aanwijzingen dat de 23-jarige Weijdens aan zijn militaire verplichtigingen heeft voldaan. Voor zover ik weet is de in 1810 door de Fransen ingevoerde dienstplicht in 1815 naadloos voortgezet. Maar daarvan is hier geen spoor te bekennen.

Weijdens en zijn vrouw vestigen zich aan de Hoogstraat in het centrum van Rotterdam. Daar worden 9 kinderen geboren, waarvan er zes jong overlijden. De hoofdpersoon van dit verhaal, de naar zijn grootvader vernoemde Gerardus August Weijdens, groeit op in het woelige hart van Rotterdam.Op 18 november 1833 overlijdt Johannes Florentinus Weijdens. Zijn vrouw plaatst de volgende advertentie.De zinsnede: mij nalatende drie Kinderen, te jong om de waarde huns verlies te beseffen, komen we veelvuldig tegen in de 19e eeuw. In dit geval lijkt me dat de 13-jarige Gerardus August een leeftijd had waarop het overlijden van zijn vader wel degelijk hard moet zijn aangekomen. Wel zien we dat grootvader Weijdens zakelijk de plaats van zijn zoon overneemt. Echter, minder dan een jaar later overlijdt ook grootvader Weijdens en dan staat Johanna Petronella Daniels er alleen voor. Maar kennelijk heeft zij zich inmiddels bekwaamd in het bedrijf en ze zet de zaak voort.In 1839 regelt de weduwe Weijdens dat haar nog minderjarige zoon bevoegd wordt verklaard om het bedrijf te mogen voortzetten. De toekomst voor de jonge Gerard lijkt er daarmee rooskleurig uit te zien.In het voorjaar van 1840 is de familie Weijdens verhuisd binnen de Hoogstraat.Dat het adres Wijk H no 18 inderdaad aan de Hoogstraat ligt, zien we een paar weken later, als de weduwe Daniels een contract met de 24-jarige Haagse juwelier Frederick Richardt Burnier sluit om de zaak samen voort te zetten.De samenwerking met Burnier is van korte duur: een half jaar later wordt de vennootschap ontbonden en gaat de weduwe Weijdens alleen verder, dat wil zeggen met zoon Gerardus August.Gerard Weijdens heeft intussen verkering met Sophia Woollet, dochter van een omstreeks de eeuwwisseling uit het Verenigd Koninkrijk overgekomen stel dat in Rotterdam een kleermakerij begint. Reeds in 1811 vinden we een advertentie van hen, waarin ze zich aanprijzen om uniformen en kostuums te maken. Nederland is een deel van het Franse Keizerrijk en dat herkennen we in de advertentie.Michael Woollett en zijn vrouw Jane Flye wonen aan het Haringvliet. Daar krijgen ze tenminste 7 dochters, waarvan er één jong overlijdt. Michael Woollet zelf overlijdt in 1819.In de strijd om het bestaan associeert de weduwe Woollett zich met een zekere Croese. Net als bij de weduwe Weijdens gaan deze twee in 1822 ook gescheiden verder, waarbij de weduwe kenbaar maakt voornemens te zijn haar bedrijd voort te zetten "op de wijnhaven".Enkele maanden later laat de weduwe weten dat ze de zaak voort zet met M. Hazelzet, die al 13 jaar in het bedrijf heeft gewerkt.En zo groeien de zes dochters van de weduwe Woollett op in de kleermakerij. Opvallend is dat de oudste drie dochters naar Nederlands Indië vertrekken en daar trouwen. In 1827 overlijdt de oudste en in 1841 de tweede. Gerard Weijdens is dan al verloofd met Sophia Woollett, de op één na jongste uit het nest. Zij trouwen op 11 augustis 1841 te Rotterdam.

We zien dat de beide moeders (weduwen en ondernemers) bij de voltrekking van het huwelijk aanwezig zijn en de acte mede ondertekenen.

In de huwelijksbijlagen zien we in het certificaat van de Noationale Militie dat Gerard Weijdens "uit hoofde van ligchaamsgebreken" finaal is vrijgesteld.

Blijk van emancipatie

De eerstvolgende advertentie, drie dagen na sluiting van het huwelijk, trekt mijn aandacht. De pas gehuwde vrouw Sophia Weydens, geboren Woollett, maakt bekend dat zij haar hoedenwinkel op de Grootemarkt te Rotterdam heeft geopend. Een gehuwde vrouw met een eigen zaak. Is dat opmerkelijk of in Rotterdam de normaalste zaak van de wereld?

De grote markt in Rotterdam, in 1841 bepaald geen b-locatie. Daar staat dan al tweehonderdtwintig  jaar het standbeeld van Erasmus, het oudste standbeeld van Nederland. Het trekt bezoekers van over de gehele wereld. En die wandelen dan en passant langs de hoedenwinkel van Sophia Weijdens...Uit de volgende advertentie kunnen we concluderen dat Gerard en Sophia hun zaken op hetzelfde adres voeren. En de handel blijft niet beperkt tot sierraden, klokken en hoeden.Alles lijkt rooskleurig te verlopen en het geluk wordt in het voorjaar van 1842 bezegeld met de geboorte van een stamhouder. Opvallend is dat het kind niet naar grootvader Johannes Florentinus wordt vernoemd, maar naar vader Gerardus August,In het najaar van 1842 beginnen ook Gerard's zusters Dorothea en Johanna hun winkel in hoeden en mutsen. Let wel, de meisjes zijn nog maar 12 en 11 jaar oud!

De ommekeer

En dan stopt het geluk voor de familie Weijdens abrupt. Op 3 januari 1844 doet Gerard Weijdens aangifte van het overlijden van zijn moeder: de motor achter de onderneming.En amper drie weken later overlijdt ook de kleine Gerardus August op 23 januari 1844, bijna 20 maanden oud.De afwikkeling van de boedel van de weduwe Weijdens kost veel tijd. Er verschijnen diverse advertenties waarin schuldeisers worden opgeroepen zich te melden.

Er tussen uit

In augustus 1844 verlaat Gerard Weijdens zijn echtgenote, zo zien we verderop in het verhaal. Zij zal nooit meer een spoor van hem terug vinden. En dat is bijzonder, want op 4 juni 1845 wordt Gerard voor de eerste maal ingeschreven in de register van Ommerschans. In zijn signalement krijgen we ook een indruk van zijn ligchaamsgebrek: hij heeft een krom been.Zo is hij niet van de partij als op 28 juli 1845 de boedel van zijn moeder "finaal" wordt verdeeld.Gerard Weijdens wordt kort na aankomst doorgestuurd naar Veenhuizen, waar hij een jaar later wordt ontslagen. Ruim een jaar later wordt hij opnieuw vanuit Rotterdam opgezonden. Je zou toch denken dat hij in zijn woonplaats moet zijn gesignaleerd... Maar vanaf dit punt duikt hij een onomkeerbare spiraal in. Tot 1853 wordt hij vijf maal ingeschreven. Vandaag, 20 juni 1848 is hij voor de derde maal ingeschreven, veroordeeld te Zwolle...In 1853 bedenkt men een nieuw plan: stuur hem naar Nederlandsch Indië. Daar is altijd mankracht nodig. Kennelijk is zijn kromme been geen onoverkomelijke horde. Zoals gebruikelijk zal Gerard voor zes jaar hebben getekend. En zo zit hij in de Gordel van Smaragd als zijn schoonmoeder overlijdt. Hij zal er geen weet van hebben gehad.https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:000016275:mpeg21:a0019En zo is hij ook uit beeld als zijn vrouw, Sophia Woollett, echtscheiding aanvraagt. Zij blijkt inmiddels -in navolging van haar drie zusters- in Nederlands Indië te verblijven en heeft het voornemen om daar opnieuw te trouwen. Maar... dan moet eerst haar wettige echtgenoot worden opgespoord. Ze zal er geen idee van hebben dat Gerard op dat moment ook in Indië verblijft. Zij neemt een advocaat in Nederland in de arm, die de voorgeschreven procedure volgt en Gerard Weijdens sommeert zich te melden. Hier lezen we dat hij in augustus 1844 met de noorderzon is vertrokken.Uiteindelijk wordt de echtscheiding uitgesproken en op 14 april 1858 ingeschreven in het trouwregister te Rotterdam. Sophia is vrij om te hertrouwen.

Na iets minder dan zes jaar duikt Gerard Weijdens weer op in Nederland. Zijn militaire carrière maakt van hem niet de spreekwoordelijke "man" die z'n leven op regel heeft. Op 8 september 1862 wordt hij voor de zesde maal ingeschreven in de registers van de maatschappij. En in het oude tempo volgende de 7e, 8e en 9e maal...En zo zit Gerard Weijdens de laatste weken van zijn 9e veroordeling uit als zich een bizarre ramp voltrekt...

Op de klippen

Ik wil natuurlijk weten hoe het verder is gegaan met Sophia Woollett. Ik vond haar overlijden in Rotterdam in 1868. Maar toen ik haar overlijdensacte in beeld kreeg, bleek die een bijzondere inhoud te hebben... Ik zet de transcriptie van de acte onder het document.Verklaring van Overlijden
Wij William Broad, adj. consul der Nederlanden te Falmouth, verklaren dat op den zesentwintigsten Maart achttienhonderd zevenenzestig des morgens ten ongeveer vier uur in de nabijheid van Poljeu Cove kust van Cornwall totaal is verongelukt het Nederlandsch schip Jonkheer Mr van de Wall van Puttershoek, kapt. Klaas Folkerts Lammerts, waarbij alle opvarenden uitgenomen een matroos zijn verdronken en dat onder de aan wal aangespoelde lijken zich een bevond het welk is herkend geworden voor dat van Sophia Woollett Echtgenote van Gerardus August Weijdens, geboren en gedomicilieerd te Rotterdam den 25 April 1815, passagiere  van Batavia aan boord van gemeld schip. Zijnde voornoemd lijk begraven te Mulleon in tegenwoordigheijd van den Nederlandsche Consulaire Agent William B. Ludlow.
gegeven aan het consulaat der Nederlanden te Falmouth den zestienden april 1800 achtenzestig. enz.enz.

Lieve hemel, dat is heftige informatie! Wat weten we over die laatste reis van dit schip, dat in 1856 te Dordrecht gebouwd is en ook vaart voor een Dortse rederij. Allereerst zien we dat het schip op 14 augustus 1866 op de rede van Batavia vol water is gelopen, in aanloop naar de retour reis naar thuishaven Dordrecht. Het schip was kort daarvoor nog van Batavia op en neer naar Australie gevaren. Newcastle N.S.W. ligt 150 km ten noorden van Sidney.Een week later was dat probleem verholpen.In de Java Bode werd geadverteerd om passagiers te vinden voor de reis naar Nederland. Overigens was het schip geen passagiersschip: het werd beladen met koffiebonen en tin.Op 14 november 1866 zien we dat Sophia Woollett in het Javahotel aan het Koningsplein te Batavia is aangekomen vanuit Bandoeng. Zij is op doortocht naar Nederland.Kort daarvoor verloor het schip al een lid van de bemanning aan cholera. Een tweede slecht voorteken?In de scheepstijdingen zien we dat het schip op 24 november 1866 is vertrokken van Batavia naar Nederland.Het laatste teken van leven is gezien op het eiland St Helena op 19 januari 1867.Eind maart 1867 staan de kranten er vol van: een scheepsramp met een nederlands koopvaardijschip op de zuidkust van Engeland.En al snel komen er gedetailleerde berichten met bijzonderheden over de opvarenden en de toedracht van de ramp.

In mei zien we in een bericht de naam van Sophia Woollet opduiken. Er zou een photographie van haar gevonden zijn in het wrak, alsmede een door haar tekende wissel van -zo kun je uit het bericht concluderen- zevenduizend gulden.In het maritiem museum te Rotterdam bevindt zich een speelkaart met de afbeelding van het schip. De ondergang van het schip is op de keerzijde vastgelegd.Op een engelse website vind ik een gedetailleerd verslag van de berging van het schip. Daar lees ik dat de geborgen lichamen, waaronder die van Sophia Woollett, in de kerk van Mullion zijn opgebaard, waarna ze op het kerkhof aldaar zijn begraven.

Zal Gerard Weijdens van dit alles iets hebben meegekregen? Zijn er Rotterdammers die in de berichten hebben herkend dat een stadsgenote bij deze ramp is omgekomen?

Een vraag die voor mij nog niet beantwoord is: Is Sophia na haar echtscheiding daadwerkelijk opnieuw gehuwd? Volgens haar overlijdensacte is ze de echtgenote van Gerardus Weijdens en dat lijkt me in elk geval onjuist. Maar hoe is dan haar tijd in Indië verlopen? En waarom kwam ze terug naar Nederland?

Een verdrietig uitzicht

Voor Gerard Weijdens lijkt de rest van zijn levenspad uitgestippeld. Hij wordt op 19 mei 1867 voor de 9e maal ontslagen en een maand later wordt hij in Zutphen voor de 10e maal veroordeeld. En zo blijft hij in de spiraal zitten.In het thans toegankelijke deel van de inschrijvingsregsters heb ik Gerard's 19e inschrijving kunnen vinden, van 1885 tot 1887. En dan komen we bij zijn signalementskaart, waar de teller op 21 staat. "Black Jack". Het zal zijn laatste inschrijving zijn. We zien in de signalementskaart dat hij de weduwnaar is van Sophia Walet. Over zijn echtscheiding wordt met geen woord gerept.
Op het tweede blad van zijn signalement zien we zijn meest bijzondere kenmerk: verdrietig uitzicht. Daar is geen woord aan gelogen. Verder zien we dat zijn armen en vingers door de Rheumatiek geheel zijn opgetrokken. Over zijn kromme been wordt niet gesproken.En daar zit hij dan. Voor de eerste en laatste maal.Misschien is het wel opmerkelijk te noemen dat Gerard niet in Veenhuizen overlijdt. Want minder dan 5 maanden nadat de signalementskaart is gemaakt, overlijdt hij in zijn geboortestad Rotterdam in een huis aan den Schiedamschedijk. Op een steenworp afstand van de plaats waar zijn wieg stond. Zes en zeventig jaar oud, waarvan het grootste deel in de gestichten Ommerschans en Veenhuizen. Het kan verkeren.

 

Reacties