Geplaatst door: 
Verhaal

21 februari 1826 - Van een goed en eerlijk bestaan, handel en wandel

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

De meeste aspirant kolonisten voor de vrije kolonien worden door de plaatselijke subcommissie aangemeld. Hermannus Haverkate neemt de touwtjes in 1820 zelf in handen. Tien jaar later -inmiddels hoevenaar te Ommerschans- dwingt hij met dezelfde overtuigingskracht zijn ontslag af, tegen het welgemeende advies van de Directeur. Een Haverkort weet wat ie wil!

De Permanente Commissie krijgt regelmatig verzoeken van Nederlanders die graag een plaats willen hebben in een van de vrije koloniën van Weldadigheid. Zelden is de aanvraag zo compleet als die van Hermanus Haverkate uit Haxbergen. De tukker wil met zijn gezin naar Frederiksoord.
Aan de Permanente Commissie van Weldadigheid, residerende in s'Gravenhage.

De ondergetekende Hermannus Haverkate van Beroep klompenmaker en landbouwer, in de gemeente Haxbergen kanton Goor, arrondisst Almelo provincie Overijssel neemt de Vrijheid eerbiedig te vertonen, dat hij behalven zijn ambagt het klompen maken ook veel en steeds gewerkt heeft in de Landbouw en bijzonder in weulte Gronden.
Dat hij een vrouw met zes kinderen heeft die alle zeer gezond en naarstig in den arbeid zijn, Dat hij overzulks vertrouwt, in de Colonie Frederiksoord met vrugt te kunnen dienen, Dat van zijn Goed en Zedelijk Gedrag uit bijgaande Certificaten van Rijke Overigheid en van den heer Pastoor zijner Gemeente kan blijken.
Waarom hij de vrijheid neemt eerbiedig te verzoeken. Dat het Uwlieden behagen moge hem Remonstrant op de Colonie Frederiks oort te emplojeren.
Het welk doende,
H. Haverkate.

Zou Mannes deze brief helemaal uit zijn klompenmakersduim gezogen hebben, of zal hij wellicht toch een steuntje in de rug hebben gehad van een welbespraakte plaatsgenoot. Sterker nog: kunnen de brief en de handtekening van zijn hand zijn? Zes jaar eerder kon Hermannus nog niet schrijven! Dat zien we in de geboorte acte van zijn zoon Waander van 31 juli 1814.
Het staat er duidelijk: Hermannus Haverkate kan niet schrijven! Zal het volwassen onderwijs in Boekelo tussen 1814 en 1820 zo'n vlucht hebben genomen? Het lijkt me niet waarschijnlijk!
Bij de brief zijn twee bijlagen gevoegd. De eerste is een brief van Mr. Joan Bernhard Auffmorth, vrederegter te Goor.Pro Deo
Wij, Mr J.B. Auffmorth vrede Regter van het kanton Goor, Arrondist Almelo, provincie Overijssel certificeeren hiermede dat Hermannus Haverkate van Beroep klompenmaker en landbouwer, van den R.C. Religie en zijn vrouw Wilhelmina Broekhuis, de eerste veertig en de laatste twee en veertig jaar oud. hebbende te zamen in Egte verwekt zes kinderen vier Zoons en twee Dogters, alle volkomen Gezond, in de gemeente Haxbergen, kanton Goor woonagtig, zijn van een goed en eerlijk bestaan, handel en wandel, kunnende, naar mijn inzien, met vrugt in de Colonie Frederiks oort worden geemplojeerd.
Gedaan binnen Goor den agttienden April agttien honderd twintig.
J.B. Auffmorth, vrede Regter van het kanton Goor.

Ik ben geen handschrift deskundige, maar ik maak mij sterk dat beide brieven door dezelfde persoon zijn geschreven. In elk geval is het woordgebruik identiek.

De tweede bijlage is -zoals in de brief van Hermannus wordt aangekondigd- een aanbevelingsbrief van de Schout en de Pastoor van Haaksbergen.Pro Deo
Wij Schout en Secretaris van de gemeente van Haaksbergen, provincie Overijssel, Certificeren hiermede, dat Hermannus Haverkate, en deszelfs vrouw Wilhelmina Broekhuis, alhier in de gemeente woonende, zijn van een goed en eerlijk bestaan, handel en wandel, zoo dat er op haar gedrag niets te zeggen valt.
Ten blijke waar van , het tegenwoordig Certificaat heb aggegeeven, om te strekken daar en waar het behoordt.
Binnen Haaksbergen den negentienden april achttien honderd en Twintig.
get. W. Waanders, Schout en Secretaris.

Met Bovenstaande Certificaat kann ik mij Ten vollen Conformeren.
H. Eenhuis, Pastor R.C. gemete Alhier
Wegdam 1820, 21 april

En natuurlijk kan de Subcommissie van de Maatschappij van Weldadigheid te Goor niet achterblijven. Zij sturen op 22 april een hartverwarmende aanbeveling voor het gezin Haverkate.
Mijne Heeren!
Ik neme de Vrijheid, nevensgaand adres op verzoek van Requestrant te zenden.
En het komt ons voor, dat deeze man met voordeel op de Colonie kan gebruikt worden, vermits wij onderrigt zijn, dat het aldaar aan klompemakers mankeerd, en deeze man is buiten dien zeer geschikt tot alle ander werk als hebbende een goed oordeel en directie zoo dat wij aan de goede Recussite niet twijffelen.
Wij hebben den Eer met alle Hoogagting te zijn.
De Sub Commissie van Weldadigheid te Goor

J.B. Auffmorth, Presid.

Huh, dat is de Vrederechter van Goor die nu z'n derde aanbevelingsbrief in twee dagen schrijft...

Tegen zoveel positiviteit van de lokale autoriteit kan de Permanente Commissie onmogelijk nee zeggen. En dus komt Haverkate op 24 juli 1820 met zijn gezin naar Drenthe, waar ze geplaatst worden in Kolonie III, Willemsoord.
Volgens de website Koloniehuizen van het Drents Archief is het gezin bij aankomst in Willemsoord geplaatst in Hoeve No 25 en per 19 januari 1825 in Hoeve No 40, waarbij Haverkate bevorderd is tot wijkmeester.

Een direct voordeel voor de toekomst van de kinderen Haverkate, is dat zij nu naar school gaan, iets wat in Haaksbergen voor hen niet zou zijn weggelegd. En ze doen het erg goed op school, zo lezen we in een nominatieve staat van 1822, waar de zonen Christiaan en Hendrik onder hun latere naam, Haverkort, staan geregistreerd.
Tenslotte lezen we dat het gezin gisteren, 20 februari 1826, is uitgeschreven naar de Ommerschans, waar Mannus is aangesteld als hoevenaar op hoeve nummer 13. Deze aanstelling kan echt als promotie worden gezien: Als hoevenaar op de Ommerschans draagt je veel meer verantwoordelijkheid dan als vrije kolonist: je moet niet alleen een grote hoeve runnen, maar je moet ook de bedelaar-kolonisten in toom houden die op je boerderij en je land aan het werk gezet worden.

Ommerschans

Op dit kaartje is te zien waar Hoeve No 13 gesitueerd is in 1826. Het gezin Haverkort wordt hier geplaatst nadat hoevenaar Eelke Bakema met zijn gezin is teruggezonden naar Frederiksoord.

In het Hoevenaarsregister van Ommerschans is het gezin ingeschreven onder de naam Haverhorst. Wellicht heeft Mannus zijn naam wel goed uitgesproken in het Nedersaksisch: Haverkaote, maar heeft de boekhouder het niet goed verstaan. En omdat Mannes niet kan lezen, kan hij de boekhouder onmogelijk corrigeren.
Als buurvrouw Kuipers van Hoeve Nr 14 een week na aankomst van de familie Haverkort bevalt van een zoon, gaat Mannes mee naar Ommen om aangifte te doen. Nu spreekt hij zijn naam duidelijk uit en de ambtenaar noteert: Haverkort. Mannes kan het zelf niet controleren, want hij is niet in staat te lezen of te schrijven.
In 1827 zien we Haverkort in een overzicht van de samenstelling van de veestapels op de hoeven te Ommerschans.

Goed beschouwd gaat het het gezin Haverkort voor de wind op de Ommerschans. Zeven gezonde kinderen die de volwassenheid naderen. Maar de zoons voelen er niets voor om binnen de Maatschappij van Weldadigheid aan de slag te gaan. Voor kolonisten -ook voor Hoevenaars- geldt dat ze een deel van hun karige verdienste af moeten dragen aan de Maatschappij. En om de hoek van de deur, in de nieuwe veenkolonie Dedemsvaart, verdienen de arbeiders in het zomerseizoen geld als water. Daar willen ze naar toe! En dus neemt de familie in het voorjaar van 1829 een besluit: we vragen ontslag.

Haverkort kent de spelregels: ontslag kan er alleen komen als dat wordt gevraagd door de subcommissie van de Maatschappij in Goor. Want die hebben al die jaren betaald voor het verblijf van het gezin binnen de Maatschappij. En dus verschijnt de vrederegter van Goor,  Mr. Joan Bernhard Auffmorth, weer ten tonele.
Goor, den 2e Maart 1829
Aan de Permanente Commissie van Weldadigheid
De ondergetekende Mr J.B. Auffmorth vrederegter van het kanton Goor arrondissement Almelo provincie Overijssel neemt de vrijheid eerbiedig te vertonen dat hij voor ongeveer negen Jaar medegewerkt hebbende dat Mannes Haverkot een zeer behoeftig ingezeten met vrouw en zes kleine kinderen uit zijn Kanton op en aangenomen is op de Colonie No 3, dat zich denzelven tot zijn Remonsts innig genoegen zoo wel heeft gekweten dat hij de goedkeuring van de Commissie heeft weggedragen en ten blijke van dien bij besluit van den 31e augustus 1824 met de zilvere medaille is vereert.
dat hij vervolgens is geplaatst als boer op de Hoeve Nr 13 bij de ommerschans, dat hij zoo door de goede opvoeding die zijn kinders genoten hebben als door zijn vlijt en oppassing zich in een zeer gematige omstandigheid bevind bevind wenscht hij echter / om redenen die mij nogal gegrond voorkomen / van Stand te veranderen, actiëerende daartoe mijne voorspraak het welk ik niet hebbende willen weigeren, dier halven de vrijheid neem eerbiedig te verzoeken zijn verzoek tot ontslag uit de Colonie gunstig te willen accorderen.
T welk onder betuiging van hoogachting is doende
(get.) J.B.Auffmorth

Auffmorth geeft Mannes Haverkort een seintje dat hij z'n werk gedaan heeft, waarop Mannes zijn ontslag in dient. Nu wordt andermaal duidelijk dat hij zelf zo'n brief niet kan schrijven: een zekere J. van den Bosse schrijft deze brief.
Aan de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid te 's Gravenhage

Geeft met gepaste vrijmoedigheid te kennen Mannes Haverkort Hoevenaar in de Kolonie Ommerschans, dat hij door de gevorderde ouderdom zijner 7 kinderen, waarvan de oudste 20 en de jongste 8 jaren oud is, als nu in staat is gesteld om zonder verdere hulp, van de zijde van de Maatschappij van Weldadigheid in die der algemeene zijn bestaan zoo hij hoopt, en waartoe de vooruitzichten voor hem niet ongunstig zijn, te zullen kunnen verdienen, en hij alzoo voor een minder gunstig bedeeld huisgezin wenscht plaats te maken; zijnde ik Mannes Haverkort door drie bijna volwassen zonen, die ik het klompen maken volledig geleerd heb, daardoor gewaarborgd, van niet meer tot bijzondere Lasten te zullen komen, En neem ik dierhalve uit bovengenoemde redenen de vrijheid de permanente kommissie zeer vriendelijk te verzoeken, de orders tot mijn ontslag snel te willen uitvaardigen, zullende ik door een voort durend braaf en ijverig gedrag ook elders mij plaatsende, der maatschappij de overtuigenste blijken geven, dat ik het waard ben geweest, hare hulp te hebben ingeroepen, toen mijne omstandigheden dit dringende vorderde.

T Welk doende
Ommerschans, 10 maart 1829
Dit is het (X) handmerk van Mannes Haverkort
Mij Present J. van den Bosse


Ondanks de zalvende woorden van Haverkort gaat de Permanente Commissie niet meteen overstag. Ze vragen Wouter Visser, directeur der Kolonien en zwager van Johannes van den Bosch, om Haverkort te onderhouden over zijn voornemen. Wouter doet hiervan verslag opm 11 april 1829.
Frederiks Oord 11 April 1829
De Permanente Kommissie heb ik de Eer op Sommige harer laatste Missives nader te Antwoorden.

Dat ik de Hoevenaar Haverkort voor zijn gevraagd ontslag heb onderhouden, en doen opmerken, dat zijn bijna volwassen kinderen van wie hij hulp in zijne vorderende jaren te gemoet ziet, hem waarschijnlijk het zij door Huwelijke, als den Militairen dienst zullen verlaten, en hij dan alleen verpligt zal zijn, in hoge ouderdom zelf te arbeiden, of opnieuw in armoede te vervallen; één en ander scheen Haverkort ook wel te gevoelen, doch door zijne Vrouw en Kinderen aangezet te Wezen, om op zijn ontslag te blijven aandringen; de reden waarom vooral de Zonen gaarne de Kolonieën verlaten, is, dat Zij in de Kolonieën arbeidende één gedeelte hunner verdienste voor lopende schuld moeten laten staan, in in de nabij gelegene Turfgraverijen voor al in den Zomer veel geld kunnen verdienen waarvan Zij meer gebruik naar goedvinden kunnen maken, zonder op de gevolgen in de Winter te letten; verder Zoude ik van gevoelen Zijn, om aan Haverkort nu hij naar de welmeenendste raadgeving en teregtwijzerij nog verlangd ontslagen te worden, het hem niet te weigeren. - Zijne rekening welke nog niet in behoorlijke order ontvangen is, zal Spoedig volgen.

Ik heb de Eer te Zijn
De Direkreur der Kolonien
(get) Visser

Op 20 mei 1829 is het gezin Haverkort In het register staat nog steeds Haverhorst) uitgeschreven als ontslagen. Het nieuwe leven begint in de veenkolonie Dedemsvaart, 5 kilometer naar het oosten.

Dedemsvaart in de gemeente Ambt Ommen

De veenkolonie Dedemsvaart ligt in 1829 binnen het grondgebied van de gemeente Ambt Ommen. Als er geboortes of overlijdens worden geregistreerd op het gemeentehuis te Ommen, wordt als locatie vermeld: "aan de Vaart". Die term is zo vast ingeburgerd in het locale dialect dan Dedemsvaarters tegenwoordig nog steeds "an de Voart" wonen.

En zo vinden we het gezin "aan de Vaart" op 10 mei 1831 als dochter Henrica trouwt met Stephanus Wittendorp, ook van de Vaart. Opvallend in de huwelijksacte is dat Henrica's achternaam in deze acte niet Haverkort of Haverkate is, maar Konink! Zo zie je maar weer welke instinkers op de loer liggen als je in de eerste helft van de 19e eeuw zoekt op naam.
Als op 8 mei 1833 zoon Christiaan trouwt met Martha Wittendorp, een zus van zijn zwager Stephanus, wordt zijn achternaam genoteerd als Haverkotte.

Dedemsvaart in de gemeente Avereest

Per 1 januari 1837 is de plaats Dedemsvaart aan de gemeente Avereest toegevoegd. Bij die gelegenheid is een lijst opgesteld van alle nieuwe Avereesters. In combinatie met de kadaster administratie is van veel huishoudens exact vast te stellen waar ze in 1837 woonden. Baron van Dedem lokte namelijk de veenarbeiders naar zijn vaart door ze in het vooruitzicht te stellen dat ze op gunstige voorwaarden een woning konden verwerven. Hij liet woningen bouwen en liet de bewoner dan in het kadaster registreren als erfpachter.
We vinden ook het gezin Haverkort in deze lijst terug. Zij komen in 1837 niet voor als erfpachter, maar een aantal "buren" wel, en daardoor weten we vrij nauwkeurig dat ze in Noord Stegeren hebben gewoond. In de registratie staan ze als gezin nummer 37.
In de kadasterregistratie vinden we zoon Willem Haverkort vanaf 1843 als erfpachter te boek staat op een woning in het achterveld. Bij de vernieuwing van de kadasterboekhouding in Avereest in 1860 is hij inmiddels eigenaar van dezelfde woning met ruim een bunder grond. Op de kadasterkaart van 1860 zijn deze percelen eenvoudig te localiseren.
Door deze kaart, gescanned door het Historisch Centrum Overijssel, transparant te projecteren in Google Earth, kun je de locatie heel precies in het huidige landschap terug vinden.
De woning van Willem Haverkort stond op wat thans de parkeerplaats is van de begraafplaats in het Achterveld bij Dedemsvaart. De locatie komt heel goed overeen met de kaart van 1837, en dus is het aannemelijk dat Mannes Haverkort zich hier spoedig na het vertrek uit de Ommerschans heeft gevestigd. In elk geval woont hij daar in 1850, als het eerste bevolkingsregister is aangelegd.
Hier zien we dat Mannes Haverkort en zijn vrouw de laatste jaren van hun leven verzorgd worden door zoon Willem. Wouter Visser's sombere waarschuwing kwam gelukkig niet uit: de mantelzorg lijkt binnen de familie Haverkort een vanzelfsprekendheid. We zien in dit register dat Willemina Broekhuis overleden is op 16 augustus 1856. Mannes overleed een jaar later, op 20 augustus 1857, op de gezegende leeftijd van 83 jaar.
Mannes zal bij zijn vrouw begraven zijn op de R.K. begraafplaats van Avereest, een paar honderd meter ten zuiden van hun woning. Al hun zeven kinderen zijn gehuwd en ik tel in totaal 62 kleinkinderen.
Het is dan ook geen wonder dat je het nageslacht van Mannes Haverkort overal tegen komt. Mijn eigen favouriet is Agnes Haverkort. Ze woonde in mijn kinderjaren in de Rozenstraat in Dedemsvaart drie huizen verderop, was een half jaar jonger dan ik en haar ouders waren bevriend met mijn ouders. En daarmee was ons lot bezegeld: Agnes en ik waren voorbestemd voor elkaar! Natuurlijk liep het allemaal anders, maar nog steeds staan we in elkaars herinnering gegrift als eerste liefde: ik vijf jaar oud en zij vier-en-een-half.
Wellicht kent U Agnes niet, maar actrice Loes Haverkort wel. Haar veel te vroeg overleden vader Jos Haverkort was de achter-achterkleinzoon van Willem Haverkort, geboren te Haaksbergen in 1814, die als zesjarige jongen in Willemsoord terecht kwam, als twaalfjarige in de kolonie Ommerschans en als 15-jarige in de veenkolonie Dedemsvaart. Hij trouwde in 1839 met Francisca ten Klei. Ze kregen samen 7 kinderen en 51 kleinkinderen en werden 89 en 84 jaar oud. En wij maar denken dat de mensen vroeger niet oud werden...

Reacties