Geplaatst door: 
Verhaal

22 oktober 1824 - massa ontslag op de Ommerschans

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Een bedelaar komt voor ontslag in aanmerking als hij tenminste één jaar binnen de Koloniën is en als hij een krediet heeft staan van tenminste 25 gulden. Vandaag krijgen er 132 tegelijk ontslag. Dat is niet eerder vertoond!

Hoewel er in het Drents Archief ca 400 meter papier ligt van de Maatschappij van Weldadigheid, en andere archieven ook een paar meter aan aanvullende gegevens hebben staan met betrekking tot de Koloniën, is het meest bewerkelijke deel van de administratie waarschijnlijk niet bewaard gebleven: de wekelijkse verdiensten van de bedelaar-kolonisten. 

ontslag regeling

De oorspronkelijke voorwaarden om voor ontslag in aanmerking te komen, luiden als volgt: Elke bedelaar moet minimaal 1 gulden en 27 cent per week verdienen. Wat ie daar voor moet doen hangt af van waar hij of zij wordt ingezet. Maar ga er maar van uit dat je daarvoor 6 dagen flink moet aanpakken. Van dat bedrag wordt 91 cent ingehouden voor kost en inwoning en wordt voor 36 cent aan winkelkaartjes uitgekeerd, waarmee eten of spullen kunnen worden gekocht in de koloniewinkel. Die winkelkaartjes zijn tegoedbonnen met bedragen in guldens (zeg maar centen), waarmee je buiten de muren van Ommerschans niets kunt beginnen. 

Als een kolonist meer verdient dan het minimum, dan wordt het meerdere in 3 gelijke porties verdeeld: 1/3 wordt uitgekeerd in extra winkelkaartjes, 1/3 gaat naar de Maatschappij en 1/3 wordt genoteerd als krediet. De kolonist moet 25 gulden aan krediet hebben om ontslag te mogen aanvragen en krijgt dan bij vertrek zijn krediet uitbetaald in echt geld.

Vandaag kunnen we bekijken of deze regels strikt worden nageleefd, want in de Post van Weldadigheid vinden we een keurige Nominatieve Staat van 14 september 1824 waarin een groot aantal (143) kolonisten worden voorgedragen voor ontslag, omdat zij voldoen aan de eisen.

We zien in deze staat, die in totaal 8 bladzijden beslaat, de naam en het Hoofdelijk Nummer van de bedelaar-kolonist. We zien verder dat op de halve cent nauwkeurig per persoon is bijgehouden hoeveel oververdienste is gemaakt en hoe deze verdeeld is. Tevens zien we bij de meeste kolonisten dat zij een voorschot hebben gekregen op hun tegoed, dat normaal gesproken pas bij het verlaten van de kolonie wordt uitgekeerd. Achter deze staat schuilt een enorme administratie waarin de verdiensten per week worden bijgehouden.

Nu hebben we het geluk dat er van een aantal ontslagen dergelijke staten bewaard zijn gebleven. Maar dat geldt lang niet voor alle ontslagen. Om conclusies te kunnen trekken over de uitvoering van het ontslagbeleid, kijken we naar de 143 personen op de ontslagvoordracht van 14 september. 

Deze groep heeft een gemiddelde leeftijd van 39 jaar. De oudste persoon is de 69-jarige Fries Pieter Jans van der Wijk, die nog maar net een jaar binnen de muren van Ommerschans verblijft en nu al ruim 33 gulden aan oververdienste heeft staan. De jongste in de lijst is de 12-jarige Cornelia Doeijen. Zij verblijft hier met haar moeder, Helena Tila, die ook op de voordracht voor komt met precies 25 gulden oververdienste. Cornelia heeft zelf een oververdienste van bijna 11 gulden. Waarschijnlijk is de hoogte van dat bedrag niet belangrijk voor het besluit om haar samen met haar moeder ontslag te geven.

Deze groep heeft er gemiddeld een verblijf van 19 maanden op de Schans op zitten. De langst verblijvenden zijn er 24 maanden. Dat is geen wonder, want zij waren in september 1822 de eersten die hun intrek namen in het etablissement dat op dat moment zelfs nog in aanbouw was. De kortst verblijvende is de 40-jarige Willem Mencks uit Bergen op Zoom, die nog geen jaar binnen de poort is, en een saldo van 32 gulden heeft opgebouwd.

Met enige regelmaat hoor of lees ik het vooroordeel dat het bijna onmogelijk was om ontslag te krijgen in Ommerschans of Veenhuizen, omdat de eisen veel te hoog lagen. Als je naar de voordracht van 14 september 1824 kijkt, dan ligt het toch wel iets genuanceerder. Kijk naar de "grootverdieners". Zo heeft de 42-jarige Cornelis Stolk een tegoed van 76 gulden opgebouwd in slechts 13 maanden verblijf. Dat is driemaal het minimum bedrag om voor ontslag in aanmerking te komen. Dan is het wel verwonderlijk dat hij pas op 17 maart 1825 daadwerkelijk ontslag heeft gekregen, terwijl het overgrote deel van de genomineerden vandaag, 22 oktober, is vrijgelaten. 45 van de 143 genomineerden heeft meer dan 30 gulden aan oververdienste en het gemiddelde tegoed van deze groep bedraagt 29 gulden en 62 cent.

Systematisch ontsluiten van bronnen

Als een archiefinstelling het besluit neemt om bronnen te ontsluiten, dan is een belangrijke vraag: welke gegevens uit de bronnen typen we over in de database. In de loop der jaren is die vraag op alle denkbare manieren beantwoord. Van alleen een datum van het betreffende stuk en verder helemaal niets, tot een volledige transcriptie aan de andere zijde van het spectrum. Kijk je bijvoorbeeld naar de Burgerlijke Stand, die we kunnen doorzoeken op een website als wiewaswie, dan zie je dat de algemene status quo is dat de hoofdpersonen in een acte (de geborene met zijn/haar ouders, de gehuwden met hun ouders en de eventuele eerdere partners, de overleden met zijn/haar ouders en eventuele partners) in de database zijn gezet, maar de aangevers en getuigen vind je maar zelden. Maar als je nu op allefriezen.nl een overlijden zoekt, weet dan daar daar de namen van de ouders (nog) niet in de database staan. Dus zoeken op de beide achternamen van de ouders levert dan geen overleden kinderen op.

Hoe pakken we dat nu aan met de inschrijfregisters voor bedelaar-kolonisten van de Maatschappij van Weldadigheid? De normale aanpak van het Drents archief is dat alleen de namen in een database worden gestopt, met geboortedatum, maar zonder brondatum. Als je bijvoorbeeld in de bevolkingsregisters zoekt op de weduwe Braxhoofden-Koene, dan krijg je veel resultaten, maar je hebt geen idee welke jaartallen daar bij horen en dus zit er niets anders op de bronnen stuk voor stuk te openen. Voor een kleine moeite meer haal je alle gegevens uit de bevolkingsregisters en dan kun je ineens veel meer informatie over personen, maar ook over bevolkingsgroepen halen.

Op bonmama.nl worden nagenoeg alle rubriceerbare gegevens uit de bronnen gehaald. Dus uit het inschrijvingsregister wordt niet alleen de persoon met geboorteplaats en -datum gehaald, maar ook de datum van inschrijven en de plaats van herkomst, alsmede alle mutaties (overlijden, desertie, ontslag etc.) met datum en type. Daar deze gegevens op een handige wijze te presenteren krijg je met één druk op de knop een reeks gebeurtenissen van een persoon in beeld. Zie bijvoorbeeld de genealogische kaart van bedelaar-kolonist Adrianus Johannes Singelenberg, die in zijn leven 9 maal werd ingeschreven en 8 maal ontslagen...

Je ziet hier 20 van de 37 "gebeurtenissen" in het leven van deze bedelaar-kolonist, zoals zijn inschrijvingen, overplaatsingen naar Veenhuizen, zijn overdracht aan de politie-rechter in 1840 en zijn ontslagen. Een aantal regels lijken dubbel. In dat geval is hetzelfde feit in verschillende bronnen aangetroffen.

De inschrijvingsregisters worden nu (najaar 2018) in het vele-handen project familie van je? ontsloten. Daarbij heeft het Drents Archief er gelukkig voor gekozen om alle gebeurtenissen die in de inschrijvingsregisters vermeld staan, over te nemen in de database. Een goede stap vooruit! 

Door deze wijze van ontsluiten is het goed mogelijk om alle denkbare soorten van populatie-onderzoek te verrichten. Dat er vandaag, 22 oktober 1824, 132 bedelaars tegelijk ontslagen worden, lezen we niet als bericht in een courant, het is de conclusie die je trekt door alle ontslagen uit de database te filteren en de aantallen per datum te berekenen. Voor dit artikel heb ik de gegevens uit de schaduwregisters (Drents Archief Toegang 0186 inv.nrs. 1443, 1444 en 1445) over de periode september 1822 tot augustus 1828 gebruikt. We zien dan de volgende spreidingen in ontslagen per maand:

We zien dat er in die eerste vijf jaar van het bedelaarsgesticht éénmaal per jaar sprake was van een "massaontslag". Alleen in 1827 was er ook nog een fors ontslag in December. Ik heb geen aanwijzingen dat het een bewuste keuze was om eens per jaar een grote groep te ontslaan. Ik ga er vooralsnog van uit dat dat bij toeval zo is uitgepakt. Naarmate de inschrijvingsregisters verder ontsloten worden, de komende jaren, zal duidelijk worden hoe de aantallen ontslagen er vanaf 1828 hebben uitgezien. Dan kunnen we eindelijk een onderbouwd oordeel vormen over de praktijk van het ontslag in Ommerschans en Veenhuizen.

Ontslag voor veroordeelden

Natuurlijk moeten we onderscheid maken tussen de bedelaar-kolonisten die vanuit een stad werden opgezonden door een stads- of armenbestuur, en de latere lichtingen bedelaars die door de arrondissementsrechtsbanken naar de gestichten, later rijkswerkinrichtingen, werden opgezonden. Die laatste groep kreeg een veroordeling met een tijdsduur van meest 1 of 2 jaar. Dan zien we dat mensen precies een of twee jaar na inschrijving worden ontslagen. Wat ze in de tussentijd wel of niet presteerden, deed niet meer ter zake.

Reacties

Onderdeel van het thema: