Geplaatst door: 
Verhaal

23 mei 1825 - de eerste groep bedelaars naar Veenhuizen

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Nadat in 1822 het etablissement voor bedelaars te Ommerschans is gebouwd, zijn in 1823 en 1824 drie nagenoeg identieke gestichten gebouwd in Veenhuizen. Deze waren bedoeld als kindergesticht. Maar begin 1825 puilde het bedelaarsgesticht uit terwijl het tweede gesticht in Veenhuizen nog leeg stond. De oplossing lag voor de hand: herbestemming. De eerste van een lange reeks. En zo vertrekken vandaag de eerste tweehonderd bedelaars vanuit Ommerschans naar Veenhuizen.

Johannes van den Bosch was tamelijk overmoedig, toen hij in 1823 de bouw van maar liefst drie kindergestichten in Veenhuizen doordrukte. Hij vertrouwde erop dat alle weeshuizen in Nederland hun kindertjes naar Drenthe zouden sturen. Voor de burgerweeshuizen volstond de toezegging van Zijne Majesteit. Maar de diaconale weeshuizen lagen dwars: van onze kinderen blijf je af. En daarom werden de geschatte aantallen kinderen nimmer gerealiseerd. Het Eerste Gesticht was het grootste deel van haar bestaan in gebruik als kindergesticht. Het Derde Gesticht begon als kindergesticht, maar kreeg naar verloop van tijd een duo-functie en in 1842 verdwenen daar de laatste weeskinderen.

Maar nu is het 1825 en De Ommerschans puilt uit. Het twee verdiepingen hoge etablissement is gebouwd voor 1.000 bedelaars en sinds de opening zijn er 2.052 kolonisten ingeschreven, waarvan er inmiddels 787 weer uitgeschreven zijn. Een simpele rekensom leert derhalve dat er vandaag 1.265 kolonisten in de stampvolle zalen zitten.

Van de uitgeschrevenen  zijn er maar liefst 275 gedeserteerd. Weggelopen dus. Verder zijn er 233 overleden en 200 ontslagen. Daarnaast zijn er 45 teruggezonden naar de plaats van herkomst omdat de Ommerschans in de begintijd geen invaliden accepteerde. 10 zijn er in militaire dienst gegaan en dan hebben we nog wat incidentele gevallen, zoals Anna Christina Seijffer, die naar de Strafkolonie is overgeplaatst en Nicolaas Wessels die het land is uitgezet.

Nu de kogel door de kerk is dat het Tweede Etablissement te Veenhuizen in gebruik zal worden genomen als dependance van de Ommerschans, zijn 343 kolonisten geselecteerd om in twee groepen te worden overgebracht naar Veenhuizen. Ik heb geen aanwijzingen gevonden wat de selectiecriteria zijn geweest, maar uit de samenstelling van de groep kunnen we misschien wel iets concluderen. Zo zien we dat de gemiddelde leeftijd van de groep 31 jaar is. De jongste kolonist die de reis maakt is ruim 7 maanden oud. Het is de kleine Arie Spoel, geboren op de Ommerschans op 7 oktober vorig jaar. Hij zal zich later niets van deze reis kunnen herinneren, maar hij blijft zijn leven lang onder de hoede van de Maatschappij van Weldadigheid en haar rechtsopvolgers: de Rijksgestichten. Toch zal Arie een gezin stichten en zijn nazaten doen het over het algemeen prima: We kennen een achterkleinzoon van hem, schrijver en dichter Cees Buddingh. Behalve Arie gaat nog een drietal peuters mee naar Veenhuizen, maar in totaal zijn er slechts 6 personen onder de tien jaar, terwijl er 44 tieners mee reizen. Maar nog opvallender is de maximum leeftijd in de groep: twee 58-jarigen. En dat terwijl er op de Schans veel kolonisten rondlopen met meer jaren op de teller.De verdeling naar sexe van de groep is denk ik redelijk conform de samenstelling van de complete groep: 203 mannen en 140 vrouwen.

Het lijkt er verder op dat de gezondheid van de kolonisten wel een rol heeft gespeeld in de selectie. Zoals gesteld zijn er tussen september 1822 en mei 1825 233 kolonisten overleden op de Schans. Dat zijn er gemiddeld 7 per maand. Tot nu toe zijn er deze maand ook weer zeven overleden. Maar in Veenhuizen overlijdt de eerste van de groep "pas" op 15 augustus 1825. De twijfelachtige eer is voor een 30-jarige kolonist met een prachtige naam Pierre Philip des Tombes. De eerstvolgende is Arie Keesman op 17 oktober. Hieruit mag niet worden geconcludeerd dat Magere Hein de weg naar Veenhuizen nog niet had gevonden, want in 1825 overleden er aan de lopende band kinderen in de twee wezengestichten.

En zo vertrekt vandaag een enorme groep van 194 bedelaar kolonisten van Ommerschans naar Veenhuizen. Morgen, 24 mei, gaan de overige 147. Daarmee komt er "lucht" in de Ommerschans.

Ik sluit niet uit dat de werkelijke aantallen kolonisten resp. 200 en 150 hebben bedragen, en dat een aantal niet als verplaatst is geregistreerd in de inschrijvingsregisters. Je ziet in de beginjaren dat de administratie een moeizame start kent. Zo worden er twee registers bijgehouden waarin dezelfde personen worden geregistreerd en er zitten behoorlijk veel verschillen in de inhoud van de registers. Zo worden namen op verschillende wijzen gespeld, wordt een verplaatsing naar Veenhuizen in het ene register wel vermeld en in het andere niet en hetzelfde geldt voor desertie of overlijden. Daarom staan de beide registers online op bonmama.nl voor de eerste lichtingen bedelaar-kolonisten. Met de combinatie van gegevens krijg je een veel completer beeld. Tegelijkertijd maken de verschillen duidelijk dat er ongetwijfeld ook gegevens compleet ontbreken in de administratie.

Ik heb de indruk dat er na deze twee grote transporten nimmer meer grote groepen ineens zijn verplaatst. Wel is de Ommerschans altijd de "hoofdvestiging" gebleven van waaruit kolonisten in kleine groepjes naar Veenhuizen werden overgeplaatst. Andersom, van Veenhuizen naar Ommerschans, kwam niet veel voor. Wel werden er na verloop van tijd kolonisten direct in Veenhuizen geplaatst (met name vanuit Groningen, Assen en Leeuwarden), maar in de tijd van de Maatschappij, tot 1859, is dat nimmer op grote schaal gebeurd.

Eénmaal is er nog wel halsoverkop een grote groep kolonisten verplaatst van Ommerschans naar Veenhuizen, in december 1836, toen vier zalen instortten tijdens een zware storm.

Reacties