Geplaatst door: 
Verhaal

24 juli 1839 - Op de vlucht neergeschoten

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Op de begraafplaats van Ommerschans zijn meer dan 5.000 mensen begraven. Overleden door ziekte, een ongeval of ouderdom. Maar zijn er ook mensen overleden ten gevolge van geweld? Het antwoord is ja! Eergisteren is kolonist Hendrik Oversteeg doodgeschoten terwijl hij met drie kornuiten probeerde te vluchten.

Normaal vergadert de Raad van Tucht op zaterdag, als het werk voor de week gedaan is. Maar dit uitzonderlijke voorval noopt de Voorzitter, adjunct-directeur Adrianus Hulst, de Raad al op woensdag bijeen te roepen. We lezen de notulen.

Verbaal van het verhandelde in de Zitting van Woensdag den 24 Juli 1839.
Alle leden zijn tegenwoordig met uitzondering van den Onder Directeur buiten P. Postema, wegen ziekte absent.
De President opent de Vergadering. De Notulen der vorige Vergadering geresumeerd en gearresteerd. 

De President brengt ter kennisse van den Raad, dat hij dezelve heeft doen beleggen ter zake der bij Complot hebbende willen deserteren kolonisten:

Hendrik Oversteeg No 1270
Willem van der Glindt No 1527
Hendrik Lutselaar No 630 en
Nicolaas Dreef No 1018
welke allen met stokken gewapend waren aangeloopen op de Hutten of Woningen van de Veteranen Veldwachters Bohan en Rozenstengel, alwaar zij met geweld wilde doordringen, en na dat gemelde Veldwachters hun herhaalde reizen hebben gezegd gi moet terug anders zullen wij schieten, waaraan zij geen gehoor gaven, is het gevolg hiervan geweest, dat H. Oversteeg, een schot heeft bekomen en daaraan is overleden, zijnde de overige drie naar het gesticht terug gebracht.

Men laat de kolonist W. van der Glindt No 1527 binnen komen, dewelke verklaard, dat hij op -aan-aanraden van Oversteeg was weggeloopen, en hij er veel berouw over had.
De kolonist Hendrik Lutselaar No 630 wordt ingelijks binnen gebragt, verklarende dat Oversteeg hem tot desertie heeft aangespoord, onder voorwendsel als zij met drie of vier waren, de veldwachters hun dan niet durfden tegen te houden en zoo gemakkelijk konden wegkomen.
Eindelijk ontbied men den kolonist Nicolaas Dreef No 1018 welke wordt binnen gelaten. denzelve zegt dat hij niet zoude willen hebben ontvlugten, maar door aanrading van Oversteeg daartoe verleid is, en in het vervolg wel zal oppassen zulks niet meer te beginnen.

De President brengt hun de verkeerde handelwijs onder het oog, met te kennen geving daar het schijnt zij de aanleggende oorzaak van het geval niet zijn geweest, het lot hunnen aanvoerder heeft moeten treffen, verklarende hun desniettemin schuldig aan desertie voor de Eerste maal, en dientengevolge strafbaar ingevolge artikel 11 van het Reglement van Tucht.
Zij worden buiten gelaten.
Na gehouden deliberatie, komt de Raad eenstemmig overeen, de beschuldigden te straffen met veertien dagen opsluiting in boeijen, waarvan de drie eerste en drie laatste te water en brood en het dragen van een onderscheidingskleed voor den tijd van vier maanden.

De beschuldigden worden gezamentlijk binnen gelaten, de secretaris leest hun het vonnis voor, waarna zij ter opsluiting worden weggebragt

Met deze tuchtzitting is de zaak niet af. Een veldwachter heeft een kolonist doodgeschoten: dat is een zaak van justitie. Adjunct-directeur Adriaan Hulst heeft gisteren de gang van zaken netjes gerapporteerd aan directeur Jan van Konijnenburg in Frederiksoord.Ommerschans den 23 juli 1839
Gister morgen bij het uitgaan naar het land, hebben vier kolonisten , met namen Nicolaas Dreef No 1818, Hendrik Lutselaar No 630, Willem van de Glindt No 1527 en Hendrik Oversteeg No 1270, in complot met stokken gewapend, pogingen aangewend tot desertie, langs de posten van de Veteranen Bohan en Rosenstengel, staande bij de Zwolsche weg aan de westzijde der Kolonie. Deze Veldwachters hebben volgens de door hen uitgebragte rapporten beproefd, of net de genoemde kolonisten door woorden zouden kunnen worden tegengehouden, het geen echter geen gunstig gevolg had mogen hebben, daar dezelve kolonisten , aan hunne vermaningen geen gehoor gegeven en hun voornemen om doortedringen hadden zoeken ten uitvoer te brengen- en vermits men te aankomende kolonisten in het onderhavig geval als vijanden beschouwden en men, hen zouden het gebruik van wapenen niet durfde aan te tasten, heeft de eerstgemelde Veteraan dadelijk gebruik van zijn geladen geweer gemaakt, doch hetwelk niet afging en waarop hij een -der-

Aan den Heer Directeur der Kolonien
te Frederiksoord
der kolonisten een slag met den kolf heeft toegebragt, die hem deed omvallen en belette om door te dringen; -terwijl inmiddels ook de tweede genoemde zijn geweer geladen met aan stukken geslagen kogels aanlegde; met oogmerk om een der kolonisten en wel met name Hendrik Oversteeg in de beenen te schieten, doch hetwelk tegen zijnen wil uitviel; daar het schot afgaande, hem niet alleen in het eene scheenbeen, maar ook in de linker borst holte trof, welke laatste verwonding dan ook al zeer spoedig den dood ten gevolge had. -Bij het ontwaren dezer gebeurtenis, heb ik gemeend dezelve niet te mogen verzwijgen en daar om dezelve direct kennis gegeven aan den Ambtenaar van Policie, den Heer Burgemeester van het Ambt Ommen, die geadsisteerd met den geneesheer de Goede dan ook dadelijk de zaak in loco onderzocht en van zijne bevinding aan den Heer Officier van Justitie bij de Arrondissements Regtbank te Deventer heeft kennis gegeven, terwijl het lijk tot nader order in het hiertoe bestemde  -locaal-locaal op het hospitaal is geplaatst geworden.
De gesneuvelde was iemand, die meermalen is gedeserteerd geweest, en de overige drie, inmiddels zich overgegeven hebben en teruggebragt zijn, volgens hun ieder verklaring den vorigen dag tot desertie had misleid, hetgeen ik den Heer Burgemeester verzocht heb in het belang der Veldwachters wel speciaal in het Proces Verbaal te willen vermelden, daar naar mijn inzien hieruit zoude afteleiden zijn dat die persoon als aanvoerder wel op den voorgrond gestaan en het eerst tegenstand zal hebben geboden.

Intusschen hoop ik dat mijne handeling ten dezen, de goedkeuring van UWelEdelGestrenge zal wegdragen.

De Adjunct Directeur
(get.) A. Hulst
VoorCopie Conform
De Directeur der Kolonien
J. van Konijnenburg

Vandaag, 24 juli, was het een drukke dag voor Adrianus Hulst. Want niet alleen was er de ingelaste zitting van de Raad van Tucht. Ook kwam een zware delegatie van justitie uit Deventer om het stoffelijk overschot van Hendrik Oversteeg te onderzoeken en om zich op de hoogte te stellen van de toedracht van het incident.

De volgende dag maakt Hulst een notitie voor zijn meerderen in Frederiksoord en Den Haag.Ommerschans, 25 juli 1839

Ten vervolge op mijn rapport van eergisteren No 280, deel ik UWEdG bij deze mede dat hier gisteren zijn geweest de Heeren Baron van Knobbelsdorf tot den Krietenberg, substituut officier, van Marle, Regter Commissaris, Kuvel, commies Griffier, bij de Arrondissements Regtbank te Deventer, geadsisteerd met den Med Doctor Hof, mede uit Deventer, ten einde onderzoek te doen naar het voorgevallene tusschen de Veteranen Rosenstengel en Bohan met de Kolonisten Lutselaar, van der Glindt, Dreef en Oversteeg, waarvan de laatste door den Veteraan Rosenstengel gewond is en die aan de gevolgen daarvan dadelijk is overleden.
     dat het bij de schouwing van het lijk is gebleken, dat geen twee zoo als mij was gerapporteerd, maar zeven wonden waren toegebracht.
     dat ofschoon gemelde Heeren van gevoelen waren, dat Rosenstengel, zoo niet geheel vrijgesproken er dan toch wel met -eene-

Aan den Heer Directeur der Koloniëneene ligte straf wegens onvoorzigtigheid zoude afkomen, het mij evenwel toescheen dat zij de zaak als hoogst moeijelijk beschouwen en daarom dan ook op het naauwkeurigst wenschten te worden onderrigt, op grond van welke bepalingen de Veteranen het regt hebben om des noods hunnen posten door geweld te verdeedigen of wel om des noods de Kolonisten het deserteren met  geweld te beletten.
dat ik hierop geantwoord heb, des wegens met geene bepaalde instructie bekend te zijn, doch dat het mij bewust was, dat de Veteranen nog werkelijk Militairen waren en als zoodanig gewapend met een schietgeweer, Sabel en scherpe patronen, van Gouvernementswege naar de bedelaars gestichte waren gedetacheerd, en dat zij volgens hetgeen ik ten dezen van den Sergeant de Bruin had hooren zeggen, van een mijner voorgangers, nu wijlen de Heer Harloff de instructie mondelinge hadden bekomen, om de desertie des noods met geweld te keer te gaan, zoodanig dat zij in die gevallen, de kolonisten altijd met de stukken konden -betalen-
betalen, eindelijk dat ik mij omtrent het een en ander nader bij UWEdG zoude infomeren en dat ik alle ophelderingen welke mij dien volgens mogten geworden, aan den Heer Officier bij de Regtbank zoude meede deelen, waarmeede volgens de verklaring van welgemelde Heeren, de Regtbank dienst zoude worden gedaan.

Het is dan ten gevolge van dat alles, dat ik UWEdGeb mitsdien beleefdelijk verzoek van mij zoo mogeljik met de eerste gelegenheid de bedoelde inlichtingen wel te willen doen toekomen.

De Adjunct Directeur
(get.) A. Hulst
Voor Copie Conform
De Directeur der Kolonien
J. van Konijnenburg

 

plaats delict

De Oude Zwolscheweg loopt even ten noorden van de Ommerschans in westelijke richting naar Nieuwleusen. Op de grens van de kolonie moet Hendrik Oversteeg zijn neergeschoten. Die plaats is nog prima te vinden.

De Hoofrolspelers

In de stukken hierboven wordt de doodgeschoten kolonist Hendrik Oversteeg door iedereen aangewezen als de hoofddader van de ontsnappingspoging. Zijn er in de archieven van de Maatschappij aanwijzingen te vinden die deze unanieme verklaringen ondersteunen? Laten we de feiten op een rijtje zetten.

Hendrik Oversteeg

Volgens de inschrijvingsregisters is Hendrik Oversteeg geboren te 's Gravenhage op 31 maart 1792. Over zijn achtergrond en familie heb ik tot nu toe helemaal niets kunnen vinden. Op 16 maart 1829 is hij voor de eerste maal ingeschreven te Ommerschans, opgezonden vanuit Arnhem. Dat doet vermoeden dat Hendrik al zwervend was. Dat Hendrik in Den Haag geboren is, zien we niet in bovenstaande inschrijving, maar in de eerstvolgende. Wel zien we dat hij op 19 juli 1830 gedeserteerd is van Ommerschans en dat er daarna, op 27 oktober, een volgende kolonist onder Hoofdelijk Nummer 838 is ingeschreven. Normaal gesproken wordt drie maanden na een succesvolle desertie in het register vermeld: geroyeerd. Maar af en toe vinden we een hiaat in de ogenschijnlijk perfecte administratie van de Maatschappij.

Maar voordat we Hendrik laten ontsnappen, komen we hem op 20 april 1830 tegen in de notulen van de Raad van Tucht van Ommerschans.Zitting van den 20ste April 1830
G.A. van Veen, opzichter in de Fabriek, zich schuldig gemaakt hebbende aan het ontvreemden van 10 Ned. Ellen linnen uit de fabriek, zal ingevolge Art. 13 van het Reglement van Tucht met 6 dagen opsluiting, om den anderen in de Boeijen gestraft worden en uit zijn Post ontzetten.
Hendrik Oversteeg en Jan Dijk, zich schuldig gemaakt hebbende aan het verkopen van bovengemeld linnen, zullen ieder met 4 dagen opsluiting, om den anderen in de Boeijen gestraft worden.
Gedaan en gevonnisd in den Raad als boven en door derzelver Leden ondertekend.

3 maanden later, op 19 juli, piept Hendrik Oversteeg er dus voor de eerste maal tussenuit. Maar het genoegen van de vrijheid is van beperkte duur: op 25 oktober wordt hij weer ingeschreven. Hij is opgezonden vanuit Zutphen.Hendrik had op 25 oktober nog prima onder zijn oorspronkelijk Hoofdelijk Nummer kunnen worden ingeschreven, maar omdat hij iets langer dan 3 maanden weg is geweest, krijgt hij formeel een nieuwe inschrijving. Bij zijn naam komt netjes te staan: 2e maal. Waarschijnlijk heeft hij meteen weer voor de Raad van Tucht gestaan en is hij gestraft voor zijn desertie. Maar daar zit een hiaat van een paar maanden in de notulen en dus zullen we dat wellicht nooit meer zeker weten.

In deze tweede periode gedraagt Hendrik zich aanvankelijk netjes. Dat maak ik op uit het feit dat hij in 1831 een paar keer mee mag met de zaalopziener naar Ommen, om te getuigen bij de aangifte van een geboorte. Zo vinden we hem op 8 oktober 1831 bij de aangifte van de geboorte van Helena Hofstee Ditterich, het buitenechtelijke kind van de koloniste Christina Ditterich, die een paar maanden eerder vanuit Groningen met drie kinderen is opgezonden naar de Schans. Ze is weduwe van een matroos die op zee is achtergebleven en in Groningen weten ze wel raad met armlastige weduwen: naar de Schans! Drie weken na de geboorte van haar dochter wordt ze met haar vier kinderen naar Veenhuizen doorgezonden. Als ze daar in 1834 wordt vrijgelaten blijven er 2 kinderen achter op het Vierde Gesticht, waaronder de kleine Helena. Een derde kind overlijdt kort na terugkeer in Groningen...
Dankzij de geboorte aangifte van Helena weten we dat Hendrik Oversteeg de schrijfkunst machtig is!
We zien in deze tweede inschrijving dat Hendrik na ruim vier jaar, op 3 februari 1835, opnieuw gedeserteerd is. Ook nu wordt zijn royement niet ingeschreven in het register en in december van dat jaar wordt een andere kolonist onder het nummer 628 ingeschreven.

Voor Hendrik lijkt zich de geschiedenis te herhalen. Drie maanden en 1 week na zijn ontslag wordt hij weer naar de Schans gestuurd, deze keer vanuit Goor.De notulen van de Raad van Tucht voor 1835 zien er vrij compleet uit. Hier vinden we Hendrik dan ook zonder probleem, een week na zijn derde inschrijving staat hij voor de Raad.Raad van Tucht, gehouden op Woensdag den 13 mei 1835.
Ten Tweede wordt ter tafel gebracht Proces Verbaal van den Zaal opziener Muller van den volgenden inhoud.
De Ondergetekende Zaalopziener, brengt ter kennisse der Directie als dat de kolonist Remmer Hendriks Nicolai No 186, den 2e februari gedeserteerd, den 6e dezelve maand door een geleider teruggebragt, op den 9e dito gestraft met opsluiting uit de strafkelder, na het avondappel van 5 1/2 uur is gebroken en ontvlugt, zich bij deze gelegenheid verzettende tegen den veldwachter Arendshorst welke hem trachte te arresteren, als het mes tegen deze veldwachter trekkende en hem in het aangezicht verwondende. Zijnde op den 12 dezer van Goor als deserteur terug gebragt, als mede dat de kolonist Hendrik Oversteeg No 628, uit deze kolonie gedeserteerd op den 30 Juli 1830, zich ten tweeden male aan datzelfde feit heeft schuldig gemaakt als zijnde den 3e februari ll van de Hoef des bouwboer Fukke ontvlugt, hebbende hierbij geene verzwarende omstandigheden plaats gehad noch hebbende iets medegenomen en zijnde op bovengemelde datum insgelijks van Goor terug gebragt, hebbende hiervan dit Proces Verbaal opgemaakt om te dienen ter plaatse waar zulks behoort.
Ommerschans den 13 Mei 1835, de Zaalopziener  /geteekend/ Muller.

Voornoemde Kolonisten binnen gelaten zijnde, wordt hetzelve aan hun voorgelezen.
Geene redenen hoegenaamd ter defensie intebrengen hebbende, geeft de President hun te kennen, dat het blijkt dat de straffen zie zij wegens desertie ondergaan, weinig invloed schijnen te hebben, gelast hun aftetreden op dat er over hun gehandeld worde.
Gezien Art. 11 van het Reglement van Tucht vorengemeld.
De leden bepalen in deze voor den kolonist R.H. Nicolai de volle straf, en alzoo wordt denzelve gecondemneerd tot 40 Rietjes slagen, opsluiting in boeijen gedurende 14 dagen, de 3 eerste en de 3 laatste te water en brood, en de kolonist H. Oversteeg , met 14 dagen opsluiting in boeijen, waarvan de 3 eerste en de 3 laatste te water en brood, en beiden tot het dragen va het onderscheidingskleed.
De beschuldigden worden wederom binnen gelaten. De Secretaris leest hun het vonnis voor, waarna zij aftreden en ter opsluiting worden weggebragt.
Op rondvraag van den President niemand der Leden iets meer hebbende voor te stellen, wordt de Raad gesloten.

Aldus gedaan op dato als boven, /geteekend/ A. de Geus, adjunct Directeur, President, J.F. Krieger, A.J. Wijkstra en H. Steenbeek, onder directeuren, Bak, Otterbein, Muller en Bourlard, zaalopzieners, allen Leden van den Raad. In Kennisse van mij, De Secretaris, Stous.

Deze keer lijkt de straf te werken, want Hendrik Oversteeg zit netjes zijn straf uit. Op 10 november 1838 krijgt hij voor de eerste maal officieel ontslag.

Maar ook nu Hendrik werkelijk vrij man is, weet hij zich in de vrije maatschappij niet te handhaven. Dire maanden en drie dagen na zijn vrijlating wordt Hendrik voor de vierde maal ingeschreven op de Schans. Net als zijn eerste maal, 10 jaar geleden, veroordeeld in Arnhem.
Ruim vijf maanden is Hendrik dus al weer op de Schans, als hij met drie andere kolonisten een plan smeedt om te ontvluchten. Die actie wordt hem fataal. In het inschrijvingsregister worden geen doodsoorzaken vermeld. Het staat er zoals bij zoveel andere kolonisten: Overleden.

Morgen, 25 juli, zullen onderdirecteur Jan Frederik Krieger, verantwoordelijk voor het bedelaarsgesticht, en zaalopziener Johannes Borman samen aangifte doen van het overlijden van Hendrik Oversteeg. De gemeente Stad Ommen werkt -zoals de meeste gemeentes- inmiddels met voorgedrukte overlijdensactes. Daarin wordt er van uit gegaan dat mensen in een woning sterven. Dat klopt in dit geval niet, want Oversteeg is buiten overleden, in de nabijheid van de veldwachterhutten aan de Zwolscheweg.
Hendrik Oversteeg is begraven op de noordelijke helft van de begraafplaats aan de zuidzijde van de Ommerschans. Is het aannemelijk dat Hendrik werkelijk de aanstichter van de desertie is geweest en dat hij de andere drie onder druk heeft gezet. Laten we hun doopcelen eens lichten.

Willem van der Glindt

Volgens het inschrijvingsregister is Willem van der Glindt geboren in de stad Hoorn in 1795. Zijn vader, Jacob Huijgen van der Glint, overlijdt als Willem net 1 jaar oud is en zijn moeder ondergaat hetzelfde lot als Willem bijna 7 jaar oud is. Met zijn zus Jannetje moet hij dus in een weeshuis zijn opgevoed. Toen in 1823 de weeshuizen in Veenhuizen werden geopend waren beiden al volwassen. Jannetje trouwde in dat jaar. Willem is voor zover ik kan zien ongehuwd gebleven.

Hij moet 43 jaar oud zijn als hij op 15 juli 1839 vanuit Arnhem in de Ommerschans aan komt. Hij is dus nog maar 9 dagen op de Schans als hij mee gaat in de fatale vluchtpoging. Vandaag belooft Willem van der Grindt nooit meer te zullen deserteren. Voor zover ik kan overzien heeft hij zich aan zijn belofte gehouden. Maar hij zal nooit meer op eigen benen staan. 

Ik heb vier inschrijvingen van Willem gevonden; zijn laatste ontslag vond ik in 1853. Maar waarschijnlijk is deze reeks onvolledig, want als Willem op 16 september 1859 overlijdt in de strafgevangenis te Leeuwarden, wordt als woonplaats vermeld: Veenhuizen.


Hendrik Lutselaar

Johannes Hendrikus Lutselaar is in 1805 geboren in de stad Hoorn. Hij is dus plaats- en jaargenoot van Willem van der Glindt. Toch zullen het waarschijnlijk geen jeugdkameraden zijn geweest, want Willem is protestant en Hendrik is daar katholiek gedoopt op 9 oktober 1805. Ik heb 9 kinderen gevonden in het gezin Lutselaar, waarvan de meeste jong overlijden. Ik vond alleen het huwelijk van zijn zus Elisabeth. Zij kreeg tenminste drie kinderen.

Vader Hendrik Lutselaar komen we in 1829 tegen in de periodiek "Konst en Letterbode", waar hij wordt opgevoerd als zeldzaam voorbeeld van een persoon bij wie op zeer hoge leeftijd het gezichtsvermogen sterk verbeterde.

De 33-jarige Hendrik Lutzelaar wordt op 27 juni 1839 voor de eerste maal ingeschreven op de Ommerschans, komend vanuit Leiden. Hij is dus vandaag nog maar 4 weken op de Schans.
Zo te zien was de spijtbetuiging van Hendrik voor de Raad van Tucht alleen maar voor de Bühne. Kort na zijn berisping is hij naar Veenhuizen gebracht, waar hij op 3 maart 1840 is gedeserteerd. Hij werd snel in z'n kraag gevat en terug gebracht naar Veenhuizen en daarna naar Ommerschans. En ook op de Schans deserteert hij in september 1840 opnieuw en met succes. Ruim tien jaar blijft hij uit handen van de bedelaarsgestichten. Daarna zit hij van 1851-1854 een straf uit in Ommerschans en Veenhuizen. Tenslotte komt hij 10 mei 1859 opnieuw op de Schans aan. Een maand later wordt hij als krankzinnig afgevoerd van de Schans. Hij belandt in het Psychiatrisch gesticht Meerenburg in Bloemendaal, waar hij op 13 juli 1860 is overleden.


Nicolaas Dreef

Nicolaas Dreef stamt uit een omvangrijk Leids geslacht, waarvan de roots terug gaan tot een zekere Cornelis de Rieu die omstreeks 1590 in Brugge geboren is en wiens gelijknamige kleinzoon (geb. Brugge 1644) in 1671 in Leiden trouwde. De familienaam verbasterde via Drieuw naar Dreef. Een groot deel van de familie Dreef was -hoe kan het anders in Leiden- werkzaam in de textielindustrie. Door de economische misère aan het begin van de 19e eeuw kwamen veel neven en nichten Dreef in de knoei en dus vinden we er de nodige in de inschrijfregisters van Ommerschans en Veenhuizen. Nicolaas Dreef was de jongste uit een gezin van tien kinderen. Ook hij is in 1795 geboren, net als de andere twee deserteurs van vandaag. Zijn vader overleed al in 1806 en zijn moeder is in 1837 overleden, bijna twee jaar geleden.

Nicolaas heeft twee getrouwde zussen en een getrouwde broer -die zelfs viermaal trouwde- als hij -zelf ongehuwd- op 17 april 1839 voor de eerste maal wordt ingeschreven te Ommerschans. Hij is dus ruim drie maanden op de Schans en kent Hendrik Oversteeg dus al iets langer.
Met met deze wetenschap is het aannemelijk dat Hendrik de drie knapen heeft aangezet tot desertie. Hij was daadwerkelijk de oudgediende van het stel.Voor zover ik kan nagaan, is Nicolaas Dreef na zijn ontslag in 1842 niet meer terug geweest in de bedelaarsgestichten. Hij is terug gegaan naar Leiden, waar hij als sjouwer, los werkman dus, zijn centen bijeen heeft gesprokkeld. Al op 27 september 1850 is hij in Leiden overleden.

En dan de twee betrokken veldwachters. Wat weten we over hen?

Petrus Johannes Bohan

Petrus Johannes Bohan is in 1789 in Rotterdam geboren. Bohan is als kanonnier 1e klasse in Nederlandse dienst als hij omstreeks 1823, vermoedelijk in de omgeving van Huy in de Zuidelijke Nederlanden huwt met Maria Joseph de Toerbe. Daar in Huy worden hun eerste kinderen geboren. In 1828 wordt Bohan zoals veel collega veteranen gedetacheerd bij de Maatschappij van Weldadigheid in Veenhuizen. In Veenhuizen krijgt het stel nog vier kinderen tot 1837. Daarna wordt Bohan geplaatst te Ommerschans. Als eergisteren zijn geweer niet had geweigerd, dan had hij wellicht de twijfelachtige eer gehad om als eerste een kolonist neer te schieten.Na het dramatische voorval van eergisteren houden Bohan en zijn vrouw de moed erin. Over vier maanden zal Maria weer zwanger zijn en op 30 augustus 1840 zal zij het leven schenken aan een tweeling, die -en dat is niet vanzelfsprekend- in leven blijft.

Op 26 juli 1843 wordt Bohan terug geplaatst naar Veenhuizen, waar hij de rest van zijn carriere als veldwachter zal doorbrengen. Hij zal daar niet overlijden: tijdens een verlof in 1856 overlijdt hij in de stad Dordrecht.

Johannes Rozenstengel

Johannes Rozenstengel is in 1784 in Duitsland geboren. Zijn geboorteplaats zou Protlitz zijn, een plaatsnaam die in Google geen aanknopingspunten biedt. Rozenstengel is als fuselier (soldaat) in Nederlandse dienst als hij in 1828 in Vilvoorde (de Zuiderlijke Nederlanden) huwt met Johanna Piepers. Zij komt uit de streek. per 7 juli 1833 wordt Rozenstengel vanuit zijn woonplaats Heusden gedetacheerd bij de Maatschappij van Weldadigheid te Ommerschans. Daar worden in 1836 en 1839 twee dochters geboren. Vandaag is Johanna hoogzwanger. Wat moet dat een spanning gegeven hebben, als haar echtgenoot onder vuur komt te liggen nadat hij Hendrik Oversteeg heeft doodgeschoten. 
Op 9 september 1839 wordt hun dochter gezond geboren in de hut aan de Zwolscheweg. Ze krijgt de namen Maria Sepha. Johannes doet zelf aangifte van de geboorte in Ommen.Een jaar later vult ook Johannes Rozenstengel netjes het formulier voor de volkstelling in. Opvallend is dat er ook een zoon in huis is met de naam Jan. Hij is 5 jaar oud en moet dus -als het hun eigen kind is- te Ommerschans geboren zijn. In andere registers staat hij vermeld als Jan Baptist. Maar na 1850 wordt hij niet meer vermeld, terwijl ik ook geen overlijdensacte kan vinden. Dat blijft nog even een raadsel.
Johannes Rozenstengel wordt op 23 september 1852 met zijn gezin overgeplaatst naar Veenhuizen. Daar maakt hij in 1857 nog mee dat zijn oudste dochter trouwt. In 1859 overlijdt Johannes te Veenhuizen, zes weken eerder dan Willem van der Glindt. Zijn jongste dochter trouwt in 1861 en Johannes zal uiteindelijk 16 kleinkinderen krijgen. Zonder twijfel lopen zijn er levende nakomelingen van opa Rozenstengel, de schutter van Ommerschans.Ik zag tijdens de voorbereidingen op dit verhaal dat Wil Schackmann deze gebeurtenis te Ommerschans ook al had opgemerkt tijdens het vele handen project "Post van Weldadigheid". Wil heeft een schrijven van de Permanente Commissie gevonden aan de rechtbank van Deventer dat die er niks mee te maken heeft. De veteranen vallen onder het ministerie van Oorlog. De veldwachter heeft 'in zyne betrekking als militair van het hem door de militaire autoriteit toevertrouwde wapen en kruid gebruik gemaakt'. En daarom is hij er 'niet aan den burgerlijken maar aan de militairen regter verantwoordelijk voor'. Dus de rechtbank moet zich er niet mee bemoeien en in plaats daarvan laat de permanente commissie de kapitein der veteranen, Thonhäuser, een rapportje maken voor de militaire autoriteiten.

En zo liep het incident voor Johannes Rozenstengel met een sisser af.

geweldsinstructie

Naar aanleiding van dit incident te Ommerschans komt er een uitgebreide discussie op gang over een onderwerp dat nu, 180 jaar later, nog steeds actueel is: wat is nu eigenlijk de geweldsinstructie van het bewakend personeel? Welke wapens mogen ze dragen en wanneer mogen ze deze wapens gebruiken? Nader onderzoek in de archieven van de Maatschappij van Weldadigheid moet duidelijk maken hoe die discussie zich in de loop der tijden ontwikkeld heeft. Feit is dat Hendrik Oversteeg een fatale inschattingsfout maakte. Hij ging er van uit dat de veteraan veldwachters nooit en te nimmer gericht zouden schieten... 

stukgeslagen kogels

Tot slot een vraag aan U: wie kan mij vertellen wat in die jaren de gedachte was om met stukgeslagen kogels te gaan schieten? Was de werking hiervan dat er minder schade werd aangericht, of het het juist de werking dat de flodders als hagel alle kanten op zouden gaan? Ik hoor hier graag reacties op!

Reacties