Geplaatst door: 
Verhaal

24 maart 1837 - Het doopceel gelicht

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Vandaag krijgt de bedelaar kolonist Levin Joseph Dammans uit Amersfoort ontslag. Hij zat minder dan 6 maanden in Ommerschans. Dankzij de Post van Weldadigheid wordt ons zijn voorgeschiedenis op een presenteerblaadje aangereikt.

 

Wie krijgt de rekening?

De Maatschappij van Weldadigheid brengt een vast bedrag in rekening voor het huisvesten van een bedelaar-kolonist. Maar aan wie moeten ze die rekening sturen? Daarvoor moet bekeken worden waar de kolonist zijn "domicilie van onderstand" heeft. Met andere woorden: welke voormalige woonplaats van de kolonist is verantwoordelijk voor deze persoon. Het voor de hand liggende antwoord is natuurlijk: de plaats van waaruit de bedelaar is opgezonden naar de Schans. Maar daar denken die plaatsen dikwijls heel anders over. Per slot van rekening gaat het over geld!

In zo'n geval start de adjunct-directeur van de Ommerschans een onderzoek, waarbij allereerst de kolonist aan een verhoor wordt onderworpen. Zo zitten Adrianus de Geus, Adjunct-directeur van Ommerschans en onderdirekteur Jan Fredrik Krieger op 23 december 1836 aan tafel met de kolonist Levin Joseph Dammans, Hoofdelijk Nummer 840.
Aantekeningen, betrekkelijk het Algemeen Verhoor van de Bedelaars Kolonist L.J. Dammans No 840 ter ontdekking van deszelfs domicilie van onderstand.
1e Levinus Josephus Dammans
2e geboren te Deinze provincie oostvlaanderen den 5 maart 1805
3e aldaar gedoopt te Deinze in de R.C. Kerk, weet niet door welke geestelijke of wien de getuigen waaren
4e Hij beleid de roomsch Catholijke Godsdienst, en heeft zijne communie gedaan in de kerk te Deinze, weet niet den naam van den Geestelijke
5e Hij heeft voor het eerst zijne geboorteplaats verlaten in de maand februarij 1818.
6e Toen is hij gaan woonens te Goutens een uur van zijne geboorteplaats, en wel bij den Burgemeester Francis Verhorst als huisknegt, alwaar hij onafgebroken gewoond heeft tot het jaar 1825, van daar is hij naar Gend gegaan, en heeft aldaar gewoond tot het jaar 1827 en gedurende dien tijd in een Slaapstee gewoond bij Mie de Rijke op de Sintpieters Straat, en was werkzaam op de katoen fabriek van den Heer de Kok en vervolgens in dienst getreden- hij heeft nooit belastingen betaald- Na dat hij in de -maand-.

maand November 1834 uit den dienst is gekoomen, heeft hij onafgebroken te Amersfoort gewoond heeft bij zijne vrouw, en wel in de muurhuizen in een huis van Jan van Daalen te Amersfoort.
Is in dienst getreeden in de maand January 1827 en wel bij de 6e afdeeling Infanterie in Garnizoen te Brugge, alwaar hij gebleven is tot het jaar 1829, van daar is hij op verzoek overgeplaatst geworden , bij de koloniale troepen te Harderwijk, aldaar is hij gebleeven tot den 14 April 1830, en toen in Zee gegaan met het Transportschip de Koophandel, kapitein Keizer, met welk schip hij in de maand Augustus te Batavia is aangekoomen. In de Oostindien is hij gebleeven tot het jaar 1833, toen hij naar het Vaderland terug is teruggekeerd met het schip de Zeemanshoop, kapitein Witzen, met welk schip hij in de maand februarij 1834 op den Helder is terug gekoomen, en vervolgens te Harderwijk bij het algemeen Depot is ingedeeld geworden.
10e In de maand November 1834 is hij van dat korps afgegaan
11e met het gagement van fl 91,- des Jaars
12e Hij is gehuwd met Barbara Berdie te Amersfoort in de maand April 1836

13e Zijn Echtgenoote is woonachtig te Amersfoort in de muurhuizen in een huis van J. van Daalen
14e Zijn Vader heette Karel Dammans en
15e Zijn Moeder Maria Catharina van den Houten
16e Zijn Ouders zijn beide overleden te Deinze, doch weet niet in welke tijd, dewijl hij nog zeer jong was.

Ommerschans den 23 December 1836

De Adjunct Directeur, Adrianus de Geus
De Onderdirecteur, J.F. Krieger

In de transcriptie heb ik zo veel mogelijk het handschrift van de opsteller aangehouden. Waarschijnlijk zijn alle taalverbeteringen op het bureau van de Permanente Commissie in Den Haag gemaakt.

Maar belangrijker dan de stijl is de inhoud van het document, aan de hand waarvan we kunnen proberen de gangen van Dammans na te trekken.

militaire carrière

De hoofdlijnen van zijn militaire carriere vinden we via zoekakten.nl terug op familysearch.org, waar een aantal militaire stamboeken online staan. We vinden Damman daarin zelfs drie maal en daardoor zien we dat zijn militaire carrière enigszins complexer was dan wat hij in zijn verhoor vertelt.
We zien dat Damman op 14 november 1825 is aangenomen als soldaat voor de duur van 6 jaren. Die tijd heeft hij niet volgemaakt, want op 26 januari 1827 krijgt hij verlof met paspoort wegens ligchaamsgebreken.
Kennelijk zijn die gebreken van voorbijgaande aard, want op 8 september 1827 tekent Damman opnieuw voor een periode van 6 jaar.
Verder zien we dat Levin op 1 december 1829 naar het Koloniale Werfdepot in Harderwijk is overgeplaatst. Dat komt overeen met zijn getuigenis. Ik schreef al over het depot in Harderwijk op 30 juli 1826, toen een grote groep jonge mannen van de Ommerschans naar Harderwijk werden overgeplaatst. Levin's inschrijving daar is ook te vinden op zoekakten.nl.
Hier zien we dat hij -overeenkomstig zijn verklaring- op 22 maart 1830 aan boord is gegaan van het driemast fregat de Koophandel, bestemd voor Nederlands Indie. Dit schip is bekend in de Maritiem-Historische Databank. Daar zien we dat het schip in 1826 in Antwerpen gebouwd is en dat het inderdaad in 1830 naar Batavia is gevaren.

Terug naar Nederland

Een groot deel van de mannen die vanuit Harderwijk naar de Oost vertrokken, hebben Nederland nooit terug gezien. Damman scheepte volgens zijn verklaring in 1833 in op het schip Zeemanshoop terug naar Nederland. Ook dit schip is te vinden in de in de Maritiem-Historische Databank en inderdaad is de kapitein Jan Albert Witzen. Van dit schip is ook een afbeelding bewaard gebleven.
In het Algemeen Handelsblad zien we een bericht waarin de aankomst van het schip op de rede van Texel wordt vermeld.

Huwelijk

Het eerstvolgende wapenfeit dat ik vindt, is het huwelijk van Levin Joseph Dammans met Barbara Bardie op 6 april 1836 in de stad Amersfoort.We zien in de huwelijksacte dat Dammans is vrijgesteld om bewijzen van zijn geboorte en van het overlijden van zijn ouders te overleggen. Vanwege de opstand in de Zuidelijke Nederlanden, erkennen de autoriteiten in Nederland geen documenten van de opstandelingen, want daarmee zou de afsplitsing impliciet erkend worden.

Ommerschans

Amper een half jaar nadat hij gehuwd is, wordt Levin te Ommerschans ingeschreven als bedelaar-kolonist.Hij is vanuit zijn woonplaats Amersfoort opgezonden, vermoedelijk omdat hij gebedeld heeft. Maar kennelijk betwist de stad Amersfoort dat zij voor de kosten van het verblijf in pension Ommerschans moeten opdraaien. Vandaar dat Dammans een paar weken na aankomst wordt ondervraagd. Normaal gesproken zou dat verhoor sneller plaats vinden, maar het management van Ommerschans had eind november en begin december de handen vol aan de gevolgen van de verwoestende storm op 29 november.

vrij man

Het meest opmerkelijk aan de inschrijving van Dammans is dat hij al op 24 maart 1837 wordt ontslagen. In het reglement voor ontslag staat toch dat kolonisten minimaal een jaar moeten verblijven? Wellicht gaan we in de Post van Weldadigheid de reden van het vroege ontslag vinden, zodra de toegang op het jaar 1836 online wordt gezet door het Drents Archief. Het verhoor, boven in dit verhaal, vond ik "bij toeval" toen ik bladerend op zoek was naar gegevens over de storm.

Het huwelijksgeluk van Levin en zijn vrouw heeft niet lang mogen duren. Op 30 november 1838 overlijdt Barbara Bardie. Levin doet zelf aangifte van het overlijden.
Ik heb van het stel geen kinderen gevonden.

Op 27 maart 1841 hertrouwt Levin in Brummen met de 46-jarige Jenneke Temmink, weduwe van Mertijn VlaswinkelSamen kinderen krijgen zit er niet meer in, maar ik tel tenminste 3 stiefkinderen voor Levin. Als het gezin in 1856 vertrekt naar Dieren (gemeente Rheden), komen de kinderen mee.
Als Jenneke Temmink op 22 mei 1874 overlijdt op 86-jarige leeftijd, is het Levin zelf die de aangifte doet.
Levin Joseph Damman is zelf overleden te Dieren op 6 september 1884, 79 jaar oud.

 

Reacties