Geplaatst door: 
Verhaal

24 mei 1873 - Theodorus Lambertus Koelman

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Door de Vereniging Ommerschans verkozen tot kolonist van het jaar 2018: Theo Koelman. Zoals zovele bewoners van Ommerschans afkomstig uit een normaal nest, maar ergens onderweg over de rand gekieperd.

Bij het natrekken van de ouders van Theodorus Lambertus Koelman, stuitte ik op een interessant stuk in de huwelijksbijlagen van vader Wilhelmus Koeleman en moeder Berendina Catrina ten Veld. Ze trouwden in Utrecht op 4 mei 1825. In de betreffende notariële acte verklaren de ouders van Wilhelmus Koeleman dat er iets mis is gegaan met zijn doopinschrijving in de Nieuwezijdskapel te Amsterdam op 10 juli 1797.

Gratis ingevolge getuigschrift afgegeven door Heeren Burgemeester en Wethouderen der Stad Utrecht den vijftienden April 1825
In naam der Konings!
De Regtbank van eersten aanleg te Utrecht, heeft geslagen het navolgend vonnis
Op het rapport van den Heer Mr F.J.O Boijmans Regter in deze Regtbank gecommitteerd op den Rekeste en de akte van notorieteit waarvan den inhoud is als volgt.
In het jaar Achttienhonderd vijf en twintig den een en twintigsten April, zijn voor ons Mr Rudolph Hendrik Nahuijs vrederegter van het eerste kanton der Stad Utrecht, Provincie Utrecht, geadsisteerd door Daniel Jan Ludolph Strick van Linschoten onzer Griffier verschenen
Vooreerst Jan Hendrik Koelman, oud twee en zestig jaren, tuinman, wonende te Utrecht, in de Jufferstraat.
Ten Tweeden Theresia Geeten, oud vier en zestig jaren, huisvrouw van voornoemden Comparant.
Ten derden Catharina Koelman, oud zesentwintig jaren, buiten beroep, wonende te Utrecht, in de Jufferstraat.
Ten vierden Maria Koelman, oud vierentwintig jaren, buiten beroep, wonende te Utrecht in de Jufferstraat.
Ten vijfden Adam Mulder, oud vier en zeventig jaren, buiten beroep, wonende te Utrecht op de Ganzenmarkt.
Ten zesden Maria Mulder, oud twee en veertig jaren, plooister, wonende te Utrecht op de Ganzenmarkt.
En ten zevenden Johanna Mulder, oud veertig, buiten beroep, wonende mede op gemelden Ganzenmarkt.
Welke Comparenten, ten verzoek van Wilhelmus Koelman, tuinmansknecht, wonende te Utrecht, in de Jufferstraat, bij de Wittevrouwenpoort, verlangende eenige verbeteringen te bekomen in deszelfs akte van geboorte, alvorens zich ten huwelijk te begeven, verklaarden voor openlijke bekendheid  dat gemelden Rekwirant Wilhelmus Koelman, den dertigsten Junij zeventienhonderd zesennegentig te Amsterdam is geboren, dat zijne ouders zijn Jan Hendrik Koelman en  Theresia Geeten. Dat den Rekwirant na deszelfs geboorte is opgenomen geweest in het Aalmoezeniers Weeshuis te Amsterdam en aldaar ten verzoeke van Heeren Regenten van het gemelde huis in de Nieuwezijdskapel bij de Gereformeente den tienden Julij zeventienhonder zesennegentig gedoopt.
Dat in de doop Register der gemelde kerk alleen staat vermeld, dat Wilhelmus
Koelman op verzoek van Heeren Regenten van het Aalmoezeniers Weeshuis te Amsterdam op den tienden Juli zeventienhonderd zes en negentig is gedoopt, zonder vermelding der namen van zijne ouders vermits deszelven toen noch niet wettig in het huwelijk waren verbonden. Dat vervolgens den gemelden Jan Hendrik Koelman en Theresia Geeten den zevenden Mei zeventien honderd zeven en negentig te Utrecht in het huwelijk zijn vereenigd en hun verblijf aldaar bestendig hebben gehouden.
Dat voorts hun zoon den voornoemden Rekwirant Wilhelmus Koelman toen ook door hun uit het gemelde Aalmoezeniers Weeshuis is genomen en bij hun als hun kind opgevoed geworden.
Gevende de Comparanten voor redene van wetenschap, te weten, de twee eerstgenoemden dat zij de ouders zijn van den voornoemden Rekwirant denzelven steeds als hun kind na de voltrekking van hun huwelijk hebben opgevoed en voor hunnen zoon hebben erkend, gelijk zij denzelve ook daarvoor erkennen bij deze. De derde en vierde Comparante dat zij de zusters zijn van den gemelden Rekwirant, den zelven steeds als hun broeder en door deze betrekking altijd met hem hebben omgegaan , en alzoo van het voormelde volkomen verzekert zijn, den vijfden compa

rant dat hij den voormelden Jan Hendrik Koelman en Theresia Geeten voor en na hun huwelijk zeer goed heeft gekend met hun steeds omgang gehouden en deszelfs als hun getuigen bij hun voltrekking van hun huwelijk heeft gestaan, den gemelden Requirant Wilhelmus Koelman steeds als hunnen zoon heeft gekend en als zoodanig door zijne ouders altijd zien behandelen. En de Zesde en Zevende comparente dat zij den Rekwirant en zijne voormelde ouders zeer goed kennen, reeds een aantal jaren met hun kennis en vriendschappelijke omgang houden, waar door zij van het voorschrevene mede volkomen overtuigd zijn.-- enz.

Ik benadruk maar weer eens het belang van het controleren van de huwelijksbijlagen, omdat daar dikwijls belangrijke achtergronden over het echtpaar zijn vastgelegd. Om een indruk te krijgen van het gezin waarin Theo Koelman is opgegroeid, laat ik de genealogische kaart van vader Wilhelmus zien.
We zien dat hij het vierde kind uit een Utrechts gezin met zes kinderen is. Vader Wilhelmus Koelman is tuinman van beroep. Theo's jongste broertje is jong gestorven. Zijn zus en drie broers zijn gehuwd en hebben samen tenminste 30 kinderen. Dat ziet er uit als een normale familie.
Als Theo Koelman op 13 augustus 1866 voor de eerste maal op Ommerschans wordt ingeschreven, zijn zijn ouders resp. negen en tien jaar dood, en zijn oudere zus en broers zijn al lang en breed gehuwd en hebben kinderen.
We zien dat Theo is opgezonden vanuit Zutphen. Vrijwel zeker is hij daar veroordeeld wegens bedelarij en/of landloperij. We zien dat zijn eerste verblijf op Ommerschans van korte duur is. Negen dagen na aankomst wordt hij doorgezonden naar Veenhuizen. Daar wordt hij na anderhalf jaar ontslagen.

Op Theo's genealogische kaart zien we dat deze opname in de Rijksgestichten de eerste van een reeks is.We zien dat Theo ook de tweede maal, in 1868, slechts kort in Ommerschans heeft gezeten. De derde maal, in 1872, werd hij niet doorgestuurd naar Veenhuizen. Hij bleef acht maanden op de Schans en werd vandaag, 24 mei 1873, uitgeschreven naar militaire dienst.
Door de jaren heen zien we dat kolonisten, later verpleegden, van Ommerschans en Veenhuizen de militaire dienst in gaan. Een deel vertrekt naar het militair werfdepot in Harderwijk, om opgeleid te worden voor 6 jaar dienst in Nederlands Indie. Zie bijvoorbeeld het artikel van 30 juli: vrijwillig naar de Oost. Maar een ander deel komt in dienst op vaderlandse bodem en als de jongens geluk hebben, dan verandert dat hun leven ten goede. Zie bijvoorbeeld het verhaal van 15 mei: onzedigen omgang met anderen

In het geval van Theo Koelman brengt de militaire dienst niet de duurzame positieve wending in zijn leven. Het blijft modderen. Zo vindt ik hem vijf maal in het bevolkingsregister van Amsterdam. De eerste maal aan de St.Pieterstraat No 12, waar hij op 22 juni 1883 is ingeschreven, komend van Nieuwer Amstel. Op 9 februari 1884 wordt hij daar uitgeschreven naar Ommerschans. En daar vinden we hem in het inschrijvingsregister op 4 februari inderdaad terug. Op 9 maart 1885 krijgt hij ontslag. Hij kan tijdelijk bij zijn broer Wilhelmus terecht, die bloemist is in Amsterdam. Die woont met z'n gezin aan de tweede Spaarndammerstraat nummer 94. Theo wordt daar ingeschreven op 10 maart 1885. Een maand later wordt hij al weer uitgeschreven, naar Renkum.Op 28 september 1885 is Theo weer terug op de Schans. En zo blijft hij jojo-en tussen de gestichten en de "vrijheid". In dat beeld past ook dat we Theo in 1889 terug vinden in een gevangenisregister van 's Hertogenbosch, veroordeeld voor landloperij.
En uiteindelijk komen we dan bij zijn signalementskaart in Veenhuizen, opgesteld op 19 mei 1896. Tot mijn verrassing zie ik dat Theo 10 jaar lang gediend heeft en dat hij als militair in Nederlands Indie heeft gezeten. Tot 1883. Hij heeft zelfs een pensioen uit het leger. Maar het is duidelijk dat hij in Nederland zijn draai niet meer vindt: Na zijn ontslag in het leger is hij spoedig op Ommerschans. En nu zijn we dertien jaar verder en heeft Theo elf veroordelingen op zak.De aantekeningen op bladzijde twee doen vermoeden dat Theo in Indie wel degelijk bij gevechtshandelingen betrokken is geweest. Hij heeft de nodige lidtekens en een aantal gewrichten functioneren niet naar behoren.En tenslotte kijkt Theo ons aan. Wat zal hij gedacht hebben, terwijl hij in de camera staarde?

Veel van Theo's lotgenoten vinden hun einde in het hospitaal van de Rijkswerkinrichtingen te Veenhuizen. Zo niet Theo. Hij overlijdt op maandag 8 april 1901 in het Diaconessenhuis aan de Bovenbrugstraat te Arnhem. In den ouderdom van zevenenzestig jaren en tien maanden.

Reacties