Geplaatst door: 
Verhaal

24 september 1824 - terug naar Paasloo

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

De Employees van Ommerschans. Zij komen -meestal met hun gezinnen- voor kortere of langere tijd naar de Schans. Sommigen komen uit of vertrekken naar Veenhuizen, anderen blijven hun leven lang op de Schans of vestigen zich na vrijwillig of gedwongen ontslag in de omgeving van de Schans. Veel mensen met voorouders, geboren op Ommerschans, stammen af van deze groep. Vandaag de geboorte van Wolter Bosscha, de stamhouder, zoon van onderdirecteur buiten Jan Arriens Bosscha.

In het boek "de Bedelaarskolonie" beschrijft auteur Wil Schackmann op luchtige wijze hoe de kolonie Ommerschans vanaf 1819 vorm krijgt. Hij vertelt uitgebreid over de eerste onderdirecteur, Carl Franz Ludwig Fenner, op dat moment de hoogste in rang op de Schans (De directeur had als standplaats Frederiksoord).
Op 16 mei 1822 wordt Georg Wilhelm Friedrich von Hoff benoemd als adjunct-directeur op de Ommerschans. Hij wordt boven Fenner geplaatst, die onderdirecteur-binnen wordt (binnen betekent, binnen de wallen van de Schans, ook Kolonie IV genoemd, dit in tegenstelling tot Ommerschans-buiten of Kolonie V, de landbouwkolonie rond de Schans). Fenner ontploft van woede en uiteindelijk moet hij het veld ruimen.

In de Bedelaarskolonie wordt met geen woord gerept over Jan Arriens Bosscha, die in de loop van 1821 moet zijn aangesteld op de Ommerschans als onderdirecteur buiten. Vooruitlopend op de bouw van de eerste Hoeven rond de Schans heeft Johannes van den Bosch bedacht dat die onderneming speciale aandacht verdient. En zo komen we Jan Bosscha in zijn nieuwe functie tegen op 2 december 1821, als hij getuige is bij het verhoor van strafkoloniste Hijntje van de Vliert, die tijdens dit verhoor een door haar gepleegde diefstal bekent.

Jan Arriens Bosscha is op 19 juli 1795 gedoopt in de gereformeerde kerk van Paasloo, hier boven het artikel afgebeeld. Tweehonderdtwintig jaar later is deze kerk nog steeds het pronkstuk in het centrum van Paasloo. Jan trouwt op 2 juni 1822 in Vledder met de 30-jarige Zwaantje Wolters Groeneboer. Jan en Zwaantje laten er geen gras over groeien: na 8 maanden en 3 dagen wordt hun eerste kind geboren, dochter Geertje. En 9 maanden later is Zwaantje weer zwanger, waardoor vandaag, 24 september 1824 hun eerste zoon geboren wordt. Zijn naam zal Wolter zijn.

We zien dat Jan Bosscha zelf aangifte doet, vergezeld van zijn rechterhand, wijkmeester Lambert van Blanken en van een zekere Nicolaas Ketelaar, die landmeter van beroep is.

Lambert van Blanken is in 1815 gehuwd met Johanna Pijpers, die daarvoor gehuwd was met Jacobus Mathijssen van den Berg, de laatste commandant van de Ommerschans in het tijdperk vóór de kolonie. Zij is "mejuffrouw de weduwe van den Berg" die we kennen uit "de Bedelaarskolonie". Ze was dus helemaal geen weduwe. Sterker nog, 4 maanden geleden heeft ze in haar 41e levensjaar het leven geschonken aan een gezonde dochter.

De andere getuige, Nicolaas Ketelaar, komen we in de periode 1823-1828 regelmatig tegen als getuige. En steevast geeft hij als beroep op: landmeter. Nu is dit precies de periode waarin het landmeetwerk ten behoeve van de kadasterregistratie is uitgevoerd. En dus ging ik er van uit dat Nicolaas hier aanwezig was vanwege deze klus. Echter, deze week kreeg ik een compleet nieuw inzicht dankzij de Post van Weldadigheid.

Op deze staat van Geemployeerden van kolonie V (Ommerschans buiten) en IV (Ommerschans) van 20 januari 1823 zien we dat Bosscha beschikt over 3 wijkmeesters, waaronder deze Nicolaas Ketelaar. Hij was dus in dienst bij de Maatschappij van Weldadigheid!
In 1828 is Ketelaar afgezwaaid bij de Ommerschans en toen de Dedemsvaart in 1832 een Provinciale vaarweg werd, was Nicolaas Ketelaar de eerste opzichter.

Het document hierboven is een prachtig voorbeeld van het geweldige correspondentie-archief van de Maatschappij van Weldadigheid. In het vele-handen project Post van Weldadigheid is een flink deel van de inkomende post bij de Permanente Commissie door vrijwilligers onder de loep genomen, waarbij de persoonsnamen in een database zijn gestopt die thans doorzoekbaar is op alledrenten.nl. Nog niet alle gegevens staan online, maar als ik vandaag zoek op de naam Bosscha dan krijg ik toch al 46 resultaten.  

Zo vinden we op 17 februari 1825 een verslag van de Raad van Discipline.


Hierin zien we dat de onderdirecteur van kolonie V, onze Jan Bosscha, "de landbouwende kolonist" Jan Cornelis Westerveld verdenkt van "continueele slegte gedragingen en oneerlijkheid". We lezen dat Westerveld, hoevenaar op Hoeve No 1, voor straf moest verhuizen naar Hoeve No 12 omdat hij "2 maanden hooij" verkwist had. Bij die verhuizing bleek hij 20 broden op de wagen verstopt te hebben. Dat riekt naar fraude, en dus wordt Westerveld stevig ondervraagd door de adjuct-directeur, Jacob Harloff, in aanwezigheid van onder-directeur Jan Bosscha, wijkmeesters Lambert van Blanken en Alle Jans Wijkstra en hoevenaar Dominicus Meder. Westerveld houdt stuk vol dat er niets aan de hand is, weigert het verslag te ondertekenen en komt er kennelijk mee weg, want de jaren erna blijft hij gewoon hoevenaar op hoeve No 12. Dat zien we bijvoorbeeld uit het volgende stuk van 15 mei 1827.

Wat hier ook opvalt is dat Bosscha "meewerkend voorman" is geworden: hij woont met zijn gezin op Hoeve No 8 en heeft 9 koeien, 4 stuks jongvee en 3 kalveren. Er zijn meer stukken die over koetjes en kalfjes gaan, zoals de brief van Directeur Wouter Visser (zwager van Johannes van den Bosch) aan de Permanente Commissie van 11 september 1827, waarin het voorstel van Jan Bosscha verdedigt om 40 koeien op de Ommerschans, die bijna geen melk geven (maar wel gras eten) te verkopen, en om voor de opbrengst een groot aantal schapen te kopen.
Terloops lees je in zo'n brief dat adjunct directeur Harloff "gevaarlijk ziek" is.

In 1829 komt Jan Bosscha in opspraak, als magazijnmeester Hendrik Sitsen, die zelf wordt ondervraagd vanwege een illegale handel in aardappelen, een brief stuurt aan de Permanente Commissie, waarin hij ondermeer Bosscha beschuldigt van misbruiken.

Direkteur Wouter Visser stelt hierop een onderzoek in, waarvan hij op 4 april 1829 uitvoerig verslag doet aan de P.C. Hierin pleit hij Jan Bosscha geheel vrij.

Op 6 augustus 1829 wordt er weer eens een "Nominative Staat van de gehouden Monstering der Geëmploijeerden Bouwboeren en Veteranen als Veldwachetrs in bovengemelde Kolonie V te Ommerschans" aan de P.C. verstuurd. Wij zijn er nu minstens ze blij mee als de Permanente Commissie in 1829!


We zien dat er in het gezin Bosscha nu twee zoons zijn. Oudste dochter Geertje is op 15 november 1826 overleden. En in 1827 is er nog een dochter geboren, die de naam Geertje krijgt. Ze overlijdt op 11 november van dat jaar. Op 7 oktober 1828 is zoon Arend geboren. Hij prijkt nu met zijn broer en ouders op deze lijst, waarop we verder de nodige hoofdrolspelers uit dit verhaal herkennen. We zien hier dat Jan Bosscha niet aan een hoeve nummer is gekoppeld, wat niet weg neemt dat hij mogelijk toch op hoeve nummer 8 woont. Die hoeve ontbreekt namelijk in dit overzicht.

Daarna zien we de ene rapportage na de andere. Ik denk dat er tegenwoordig veel ondernemingen zijn die een voorbeeld kunnen nemen aan de Maatschappij van Weldadigheid, als het gaat om interne rapportage. Hieronder een verslag over de toestand van de landbouw van 2 mei 1831.


Intussen had het gezin Bosscha al weer uitbreiding: op 10 januari is zoon Albert geboren.

Eind november 1831 komt Jan Bosscha weer in de problemen. Als ik de stukken goed begrepen heb dan komt het er op neer dat Bosscha in zijn rapportage van hoeveelheden geproduceerde melk en boter op de hoeven minder opgeeft dan dat er werkelijke geproduceerd is. Het vermoeden bestaat dat de hoevenaars de opbrengst van het verschil in eigen zak stoppen. Directeur Jan van Konijnenburg, die per 1 juli 1829 het stokje heeft overgenomen van Wouter Visser, Neemt Jan Bosscha persoonlijk onder handen, en eist dat hij de rapportages in orde maakt. Bosscha weigert, waarop van Konijnenburg de P.C. vraagt om Bosscha ontslag aan te zeggen indien hij volhardt.


Twee weken later rapporteert van Konijnenburg dat Jan Bosscha overstag is gegaan en dat hij de juiste cijfers heeft overlegd. Het tekort in opbrengst wordt in mindering gebracht op het traktement van de betreffende Hoevenaren van der Heide, Wijkstra, van Blanken en Bosscha. Het kost Bosscha 69 gulden en dertig cent. Omgerekend naar 2016 is dat een bedrag van 1.400 Euro.

Op dit moment is de Post van Weldadigheid na 1831 nog niet online op naam doorzoekbaar. Daardoor missen we de ontknoping van deze zaak nog even. Feit is dat Jan Bosscha op 22 april 1833 te Ommerschans voor de derde keer vader is geworden van een dochter, die ook nu weer de naam Geertje krijgt. Deze Geertje wordt in tegenstelling tot haar twee voorgangsters wel volwassen. Maar aan de Ommerschans zal ze geen herinnering hebben want in haar geboortejaar vertrekt het gezin Bosscha van de Ommerschans, terug naar Paasloo. Volgens de website bij "de bedelaarskolonie" krijgt Bosscha eervol ontslag op 1 mei 1833.

In Paasloo is Jan Bosscha verder gegaan als boer, tot aan zijn dood in 1848. Hij werd slechts 53 jaar oud.

 

 

 

 

Reacties