Geplaatst door: 
Verhaal

25 september 1833 - de zaal der scabieuzen

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Als je veel mensen samen op een zaal zet onder -naar onze maatstaven- slechte hygiënische omstandigheden dan kun je er op wachten dat de schurft uitbreekt. Vandaag grote inspectie op de Ommerschans. Groot appel voor alle bewoners en iedereen wordt gerapporteerd. Daardoor weten we dat er één zaal is ingericht voor de opvang van scabieuzen - de schurftlijders.


Dat de gestichten in Veenhuizen een "zaal voor scabieuzen" had dat wist ik al. Zo was Thobias Braxhoofden, de "vader van het Pauperparadijs", opzichter over de zaal voor scabieuzen in het Derde Etablissement. Het ligt dus voor de hand dat ook in de Ommerschans de schurftlijders worden afgezonderd van de andere bedelaar-kolonisten.

In de Post van Weldadigheid vinden we een uitgebreide opsomming van alle bewoners van de Schans, kolonisten en geëmployeerden, gedateerd 25 september 1833. Wat de lijsten bijzonder maakt is dat de kolonisten per zaal zijn opgesomd. Je weet dus niet alleen wie er op dat moment als kolonist in de Ommerschans zet -iets wat je uit de inschrijvingsregisters ook wel kunt destilleren, maar ook hoe ze verdeeld zijn over de zalen, en wie hun zaalopziener is. Naast de detail lijsten zijn er ook recapitulaties -totaaltellingen- waaruit bijvoorbeeld ook het verloop zichtbaar is.

De totale rapportage omvat 36 documenten. We beperken ons nu even tot de schurftlijders, twintig in getal.

Ik heb deze ywintig bedelaar-kolonisten opgespoord in de inschrijvingsregisters en op deze wijze achterhaald wat hun naam, geslacht, leeftijd en geloof is, alsmede hun datum van inschrijving en idem van uitschrijving. Hieronder het resultaat. Door op een regel te klikken komt de genealogische kaart van de betreffende persoon in beeld.

Gijsberta Cousijnse

De gemiddelde leeftijd op deze zaal is slechts 19 jaar. De jongste is de 6-jarige Gijsberta Cousijnse uit Utrecht, die hier samen met haar moeder en haar broer verbijft. Ruim twee jaar geleden kwamen ze met z'n vieren aan op de Schans, maar Gijsberta's broertje Drikus overleed na 4 maanden, slechts 6 maanden oud.
 Gijsberta zal een groot deel van haar leven binnen de gestichten van Ommerschans en Veenhuizen doorbrengen. Als ze op 30 april 1857 voor de 5e maal met haat moeder ontslag krijgt, is ze in 26 jaar tijd in totaal slecht 8 maanden vrij geweest. Als ze een jaar later voor de zesde maal naar Ommerschans wordt gebracht ontmoet ze daat de uit Haarlem afkomstige kolonist Wilhelmus Verbaarschott. Hij zit er voor de eerste maal. Kort nadat ze samen ontslag krijgen op 20 april 1860, trouwen ze te Weesp. Na drie wittebroodsweken zijn ze samen weer op de Schans en daar worden hun eerste twee kinderen geboren; een duidelijk bewijs dat de scheiding van mannen en vrouwen niet strikt wordt gehandhaafd.We zien ook dat Willem Verbaarschott zelf aangifte mag doen van de geboorte van zijn eersteling. Gelet op de geboortedatum is dit kind verwekt voor het huwelijk van Gijsberta en Willem en "in vrijheid", vlak na hun ontslag van de Ommerschans op 20 april 1860. 

Dat Willem Verbaarschott zelf aangifte mocht doen, was wellicht ook gerelateerd aan het feit dat hij als kolonist-veldwachter werkzaam was. Dat zien we in een geboorte-acte van 16 september 1861, waar Willem een bedelaar-kolonist begeleidt als die aangifte doet. Hier zie je het bijzondere karakter van de Ommerschans, waar een deel van de kolonisten een beter "baantje" krijgen met de daaraan verbonden privileges. Overigens: regelmatig komen we deze "bevoorrechten" tegen in de verslagen van de Raad van Tucht, als ze buiten hun boekje gaan. Daarbij raken ze dan steevast hun privileges kwijt. Zo zal het wellicht ook Willem Verbaarschott zijn vergaan, want in het inschrijvingsregister zien we dat hij op 18 augustus 1863 "voor den Regter" is gebracht op verdenking van het plegen van een delict.
Als Willem al veroordeeld is dan heeft hij geen zware straf gekregen, want op 1 september is hij al weer terug op de Schans, ruim op tijd voor de geboorte van zijn tweede kind. En ondanks zijn recente escapades mag hij andermaal zelf aangifte doen.http://www.bonmama.nl/avgeb.php?reg=63183Het gezin Verbaarschott krijgt 11 april 1864 ontslag en een maand later zijn ze al weer terug op de Schans. Nu worden ze doorgestuurd naar Veenhuizen. Voor Gijsberta is dit haar 8e inschrijving. In Veenhuizen wordt in 1866 nog een dochter geboren. Een maand na hun ontslag in 1867 zijn ze al weer terug in Veenhuizen, maar dit zal de laatste maal zijn. Op 15 juli 1870 wordt het gezin voor -zoals we achteraf kunnen concluderen- de laatste maal en daarna leven ze -nog lang en gelukkig- in de regio Amsterdam, waar nog een kind wordt geboren en waar de kinderen trouwen.

Hieronder de kolonie geschiedenis van Gijsberta Cosijnse.

Johanna Theresia Boussier

Waar de kleine Gijsberta Cousijnse samen met haar zus en moeder op de zaal voor schurftlijders verblijft, moet de 8-jarige Johanna Theresia Boussier het zonder haar moeder doen. Weliswaar verblijft haar moeder ook binnen Ommerschans, maar kennelijk is ze niet zo knuffelig met haar dochter dat ze beiden onder de schurftmijt zitten, of misschien heeft ze het goed weten te verbergen.  Zij is met haar moeder op 30 november 1830 in Middelburg in hechtenis genomen wegens bedelarij en ruim twee weken later zijn ze gearriveerd op de Ommerschans. Haar moeder is afkomstig van St Pieter bij Brugge. de kleine Johanna Theresia is een `onegt` kind en ze zou geboren zijn in Oostburg. Maar in het Zeeuwse Oostburg heb ik haar geboorteacte niet gevonden.Op 24 november 1835 zijn moeder en dochter ontslagen te Ommerschans en vanaf dat punt ontbreekt vooralsnog ieder spoor. Wellicht zijn ze in Vlaanderen terug als de afscheiding van Nederland zich voltrekt.

 

 

Reacties