Geplaatst door: 
Verhaal

26 november 1822 - De zesde hoevenaar

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

In 1822, het jaar waarin het enorme bedelaarsgesticht op de Ommerschans verrees, werden ook de eerste zes hoeven gebouwd. De hoevenaars werden geselecteerd onder de kolonisten van de vrije kolonieën, Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord. Op 22 juli nam de eerste hoevenaar, Johannes Molenaar, zijn intrek met zijn familie. Daarna volgden Jan Westerveld en Bernardus Harmeling op 13 augustus, Pieter Arends op 18 oktober, Klaas Tiemes op 11 november en vandaag, 26 november, de Duitse Zeeuw Dominicus Meder.


In de vroegste jaren van de kolonie Ommerschans was de term hoevenaar nog niet in zwang. De bewoners van de hoeve werden meest met de titel bouwboer aangeduid. Wat de eerste 17 (en de meeste daarna) gemeen hebben, is dat ze geselecteerd zijn in de vrije koloniën Frederiksoord, Willemsoord en Willeminaoord. Dat maakt ook dat ze van oorsprong vanuit het gehele land afkomstig zijn (klik op de namen om de genealogische kaarten op te roepen).
In de periode 1822-1825 zijn er 18 hoeve gebouwd. De hoeve bij Ommerschans werd bewoond door de onderdirecteur buiten, vandaar dat we hierboven 17 namen tellen.
Hier zien we dat hoeve nummer 6, vandaag in gebruik genomen door de familie Meder, gelegen was aan de weg tussen Ommerschans en de Vaart van van Dedem, aan de tegenwoordige Ommerweg in Balkbrug. De hoeve is nog juist op het grondgebied van de gemeente Avereest gelegen. Die gemeente was per 1 januari 1819 afgesplitst van Ommen.
De lokatie van hoeve nummer 6, die bij de hernummering in 1838 z'n nummer mocht houden, is tegenwoordig nog goed te vinden.
Hier zien we een deel van de oudste kadasterkaart, van 1832, geprojecteerd in Google Earth. Links de Ommerschans en Rechts Balkbrug met in blauw de Dedemsvaart en in geel de Ommerweg. In het groene ovaal zien we hoeve nummer 6.
Hier zien we de locatie van de hoeve ingezoomd. Dit is op de hoek van de tegenwoordige Eikenlaan en de Ommerweg. 
Hier op deze hoek, met rechts de weg naar Balkbrug en de Ommerschans achter ons, stond hoeve nummer 6, waar Dominicus Meder vandaag met zijn gezin zijn intrek neemt.

Tholen

Het gezin Meder komt is in 1818 door de subcomissie van het Zeeuwse Tholen geselecteerd om naar de proefkolonie gezonden te worden. 
Naar de huidige maatstaven was de reis van Tholen naar Frederiksoord in 1819 een fikse onderneming. Van de andere kant: toen de 32-jarige Dominicus Meder op 11 november 1811 te Tholen in het huwelijk trad met de 29-jarig Maria Catharina Dronkers, had hij als beroepsmilitair ongetwijfeld ontberingen meegemaakt waarbij vergeleken de reis nu naar Drenthe een snoepreis was.

Frederiksoord

In zijn boek "de proefkolonie" besteedt Wil Schakmann uitgebreid aandacht aan Dominicus Meder. In zijn jaren in Frederiksoord onderscheidt hij zich positief, met name door zijn inspanningen om de jeugd in Frederiksoord in het gareel te houden.
Dat lezen we ondermeer in een brief van Benjamin van den Bosch, directeur der Koloniën en broer van de stichter, van 6 mei 1820.Soortgelijke positieve berichten lezen we in het voorjaar van 1822 in een brief van de hand van de onderwijzers Middelaar en Geraets. Hier zien we dat Meder inmiddels is bevorderd tot wijkmeester.
Deze berichten hebben er ongetwijfeld toe bijgedragen dat Dominicus in beeld kwam voor de positie van bouwboer op de Ommerschans, duidelijk een promotie.

Ommerschans

Meder had het slechter kunnen treffen met hoeve 6. De hoeves 1 t/m 4 waren aangelegd in een nog onontgonnen gebied, aan een pas aangelegde zandpad ten westen van de Schans. Hoeves 5 en 6 daarentegen lagen aan de eeuwenoude weg van de Ommerschans naar het noorden. De A-locatie in die dagen.
In het oudste hoevenaarsregister van Ommerschans zien we dat het gezin Meder het minder dan vijf jaar aan de Schans heeft volgehouden. Op 3 mei 1827 is Dominicus Meder ontslagen en was hij vrij man.In de Bedelaarskolonie lees ik dat Meder zelf om ontslag heeft gevraagd. Dat strookt wel met een paar akkefietjes die we in het archief vinden. Zo is er een verslag, gedateerd 22 maart 1824 van directeur Wouter Visser, de opvolger van Benjamin van den Bosch, en sinds 28 october 1823 zwager van Johannes van den Bosch, die verslag doet van een tuchtzaak op de Ommerschans, waarin Meder is gestraft wegens het voor eigen gewin verkopen van 2 schepel (ca 20 kg) aardappelen, verbouwd bij zijn hoeve, en die daarmee het eigendom zijn van de Maatschappij van Weldadigheid. 
De Permanente Comissie besloot dat Meder ontslagen zou moeten worden. Maar Wouter Visser besloot die opdracht niet zondermeer uit te voeren. Zo betoogt hij in een volgende brief dat het verantwoord is om Meder's ontslag niet door te zetten.
Ik heb de reactie van de P.C. niet gezien, maar feit is dat Meder vooralsnog bleef.

Een jaar later stond Dominicus aan de andere kant van de streep, toen bouwboer Jan Cornelis Westerveld, die kort daarvoor al voor straf moest verhuizen van hoeve no 1 naar hoeve no 12,  er van werd beschuldigd dat hij kostbaar graan van de Maatschappij opvoerde aan zijn dieren en dat hij voor eigen gewin brood verkocht aan derden. Westerveld wordt op 17 februari 1825 officieel ondervraagd -dit soort ondervragingen vinden we met enige regelmaat in de Post van Weldadigheid- door adjunct-directeur Harloff
Naast onderdirecteur-buiten Jan Bosscha en wijkmeester Alle Jans Wijkstra is ook Dominicus Meder als getuige aanwezig. Hij ondertekent de notulen.

In de herfst van 1826 vinden we een een bijzonder verzoek van Meder in de Post van Weldadigheid. Hij heeft het verzoek aan de Permanente Commissie gedaan om de bedelaar koloniste Hendrina Langenberg, No 1399 en haar kind, Cornelia, No 1400, ontslag te geven. Dominicus verklaart dat hij de zorg voor het tweetal op zich wil nemen.
Ook in dit geval heb ik het besluit van de Permanente Commissie niet gezien, maar het resultaat is duidelijk: in het inschrijvingsregister zien we dat moeder en dochter op de Schans blijven tot aan hun ontslag op 13 juli 1828. Dominicus Meder is dan al een jaar vertrokken.

Maar voordat de familie Meder van de Schans vertrekt zien we nog wel één wapenfeit: op 20 april 1827 trouwt dochter Wilhelmina Maria, 22 jaar oud, met de 27-jarige kleermaker Friederich Wilhelm Harloff uit Hasselt. Hij is een jongere broer van adjunkt-directeur Jacob Vertraugoth Harloff. Ze trouwen in het gemeentehuis van Stad Ommen en wat mij betreft is het meest opvallend dat de adjunct niet als getuige optreedt bij dit huwelijk. Wellicht heeft het er mee te maken dat de aanloop naar het huwelijk niet ideaal is: de bruid bevalt 5 weken na sluiting van het huwelijk van haar eerste kind.

Wie wel als getuige optreedt, is Douwe Petrus van Steenwijk, geneesheer op de Schans. Van hem weten we dat hij geen feest liet lopen...

Het leven na de Ommerschans

Waar zijn Dominicus Meder en zijn vrouw gebleven na het ontslag op de Ommerschans? Daarvoor kijken we naar zijn genealogische kaart.
Omdat op bonmama.nl uit de gehele burgerlijke stand alle aangevers en getuigen zijn ontsloten, zien we dat Dominicus Meder in de periode van 20 jaar tot zijn overlijden in Avereest in 1847 overwegend in Avereest moet hebben gewoond. Leuk is daarbij dat hij regelmatig optrekt met oude makkers uit de kolonietijd. Zo treedt hij op 20 april 1833 op als getuige bij de geboorte van Andries Langenberg.
Achter deze geboorteacte steekt een verhaal op zich: De aangever, Jan Jongma, is de natuurlijke vader van het kind. Hij trouwt echter niet met Femmigje Langenberg, terwijl hij wel 8 kinderen bij haar verwekt en ze ook als gezin samenleven. Maar het leuke voor het verhaal van vandaag is dat de Frederiksoord-veteranen Dominicus Meder en Nicolaas Verhulst hier samen optrekken als getuigen. In Frederiksoord was Dominicus de voorbeeldige kolonist en Nicolaas de oproerkraaier. In Ommerschans daalde de ster van Dominicus, terwijl Nicolaas er als bedelaar-kolonist zat. En nu hebben ze weer een gelijke status.

De belangrijkste bronvermelding is die in de kadastrale legger. Dominicus Meder blijkt in 1832 (en dus waarschijnlijk eerder) erfpachter te zijn van een woning en een stukland dat in eigendom is bij Willem Jan Baron van Dedem, de stichter van de Dedemsvaart. De betreffende percelen, sectie C nrs 170p en 170q, vinden we aan de Schotkampswijk, tegenwoordig Sponturfwijk.
Volgens de kadasterboekhouding heeft Meder het perceel tot 1840 in erfpacht gehad. Daarna is het pand verkocht aan Johannes Wijnandus de Jeeger. Die heeft daar niet gewoond en dus is het heel wel mogelijk dat Meder er ook na 1840 heeft gewoond. Hij overlijdt in 1847 in een woning aan de Langewijk. Dat is waarschijnlijk in de woning waar in 1850 zijn zoon Frans woont.

De grote vraag die vandaag blijft staan: Hoe is het afgelopen met Maria Catharina Dronkers? Na het ontslag in 1827 is het eerstvolgende moment waar haar naam opduikt in de overlijdensacte van haar dochter Willemina Maria Meder op 12 september 1845 te Oldemarkt. Sinds 1827 heeft zij met haar man gewoond in Hasselt, Avereest, Ambt Ommen en Oldemarkt. De overlijdensacte is helder: vader Dominicus woont te Dedemsvaart en moeder is overleden.

Na het overlijden van zijn vrouw hertrouwt Frederik Willem Harloff op 4 mei 1849 te Oldemarkt met zijn schoonzuster Joanna Elizabeth Meder, dan inmiddels 42 jaar oud. Vlak voor haar 45e verjaardag wordt zij nog moeder. Het kind, een dochter, krijgt de naam Willemina Maria. Helaas zijn bij de huwelijksbijlagen in 1849 niet de bewijsstukken van het overlijden van Maria Catharina Dronkers. Dat geldt ook voor het huwelijk van Frans Meder in Avereest op 23 augustus 1850 met Albertje Drent, een weduwe met twee kinderen. Zijn huwelijk blijft kinderloos.

Dat betekent dat al het nageslacht van Dominicus Meder via zijn schoonzoon Frederik Willem Harloff loopt. Die komt in 1856 met zijn gezin vanuit Oldemarkt naar Avereest. Hij is niet alleen kleermaker, maar ook vaste klant op het gemeentehuis als getuige. Hij komt in de periode 1857-1872 meer dan 300 maal als getuige voor.

De prijsvraag van vandaag voor U blijft vooralsnog staan: Wanneer is  Maria Catharina Dronkers overleden?

Zoektip

Bij zijn vooronderzoek ten behoeve van de boeken de Proefkolonie en de Bedelaarskolonie heeft schrijver Wil Schackmann veel informatie verzameld die niet in de boeken is terecht gekomen. Een deel van die informatie stelt hij beschikbaar op internet. Zo vinden we veel aanvullende informatie over Dominicus Meeder en zijn collega proefkolonisten op de daarvoor ingerichte webpagina.

Reacties