Geplaatst door: 
Verhaal

27 september 1857 - Dokter Hamer, machtig goed, maar niet almachtig

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Ruim een eeuw geleden zijn bijna alle gebouwen van de bedelaarskolonie Ommerschans gesloopt. Weg met die ellende. Een paar woningen ontkwamen aan de opruimwoede, waaronder de woning van Medicinae Doctor Augustinus Antonius Hubertus Hamer, de arts wiens invloed veel verder reikte dan de Ommerschans. Hij verrichtte bijzondere daden. Maar hij kon zijn eigen zoon niet behouden voor de te vroege dood.

Het kan niet missen: het witte huis recht tegenover de begraafplaats van Ommerschans. Als je er oog voor hebt dan valt je op dat het huis een wat eigenaardige voorgevel heeft. Zou het verbouwd zijn en daarbij de oorspronkelijke gevel verloren hebben?

Neen, de waarheid is dat we hier naar de achterzijde van het pand kijken. De Balkerweg die hier door de Ommerschans slingert, is pas aangelegd nadat de kolonie was opgeheven. De oorspronkelijke doorgaande weg van Ommen naar Balkbrug lag ten oosten van de Ommerschans langs, op de foto verder naar rechts, en dus voor de woning van dokter Hamer langs.

Op een kadasterkaart uit 1861 is de situatie helder te zien.

In de groene circel rechtsboven zien we de woning van geneesheer Hamer. De doorgaande weg loopt bovenlangs en als Hamer van zijn huis naar de Schans wil gaan dan moet hij eerst naar de weg voor zijn huis, en rechts de brug over. Op onderstaande uitsnede is het allemaal wat duidelijker.

We zien de grote tuin links naast de woning van Hamer -tussen de schansgracht en de buitengracht- waar hij geneeskrachtige kruiden verbouwt. De bijzondere ringvormige dijk in de schansgracht moet een uitvinding van dokter Hamer zijn. De bedoeling van dit afgezonderde stukje water heb ik nog niet doorgrond. We zien het hospitaal liggen met -volgens de kadasterboekhouding- het mestplein ernaast. Daaronder de R.K. kerk met Pastorie, waar Hamer zijn kinderen heeft laten dopen, maar waar over een paar dagen ook de uitvaart van zijn zoon zal zijn. Wat een persoonlijk leed moet het zijn, een dokter die zo voorop loopt in de medische ontwikkeling, maar die zijn zoon niet kan redden.

Als we de kadasterkaart projecteren in Google Earth dan valt onmiddellijk op dat de woning van Hamer op de kaart niet overeen komt met het pand dat daar nu staat. De verklaring daarvoor vinden we op de voorgevel van het pand: rechts naast de voordeur is een steen ingemetseld waar we lezen dat de woning in 1868 is gebouwd, dus ca 7 jaar nadat deze kadasterkaart is gemaakt. Eerst zal de nieuwe woning gebouwd zijn en daarna is de oude afgebroken.

Augustinus Antonius Hubertus Hamer is geboren te Nijmegen, waar hij op 28 oktober 1810 gedoopt is. Een aantal generaties Hamer voor hem woonden al in Nijmegen. Zijn vader vinden we daar als schepen, griffier en boekdrukker. Een milieu dus waar een studie een logische stap is. Maar August is de eerste medicus in de familie. Hij start zijn loopbaan als Officier van Gezondheid in het 3e battaillon Artillerie, gelegerd in Maastricht. Daar ontmoet hij Maria Magdalena Schiffelers die aan het Vrijthof woont. Haar vader is in 1835 overleden en haar moeder is uitbaatster van een koffijhuis. Maria raakt zwanger en bevalt op 4 januari 1838 van een zoon. August doet zelf aangifte, erkend meteen de vader te zijn en geeft het kind de voornamen van zijn eigen -inmiddels overleden- vader:  Joannes Franciscus Xaverius. Op 22 oktober 1838 trouwt het stel en daarbij wordt hun zoon gewettigd.
In 1839 bevalt Maria van een levenloos kind. Daarna verlaat August de dienst en hij krijgt een betrekking als "geheelmeester" in het Limburgse Meersen. Daar wordt in 1840 een dochter geboren die na 11 weken overlijdt. Dan wordt in 1842 zoon Josephus Johannes Ignatius geboren. 

Op 18 augustus 1843 komt het gezin Hamer naar Ommerschans, zo lezen we in het proefschrift en boek "De gezondheidszorg in de Noord-Nederlandse koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid tussen 1818 en 1859" van Miek Roelfsema-van der Wissel (2006), Voor wie zich wil verdiepen in de geschiedenis van de Maatschappij van Weldadigheid is dit boek zeker een aanrader. Het is voor zover ik kan zien nog mondjesmaat verkrijgbaar en het is ook online te lezen via de website van de Rijksuniversiteit Groningen. Hamer volgde Samuel de Goede op, die bijna 10 jaar op de Schans heeft volgemaakt en die is ontslagen, ondermeer omdat hij er in de apotheek een puinhoop van heeft gemaakt. Als tijdelijke maatregel stuurde men de kolonist Douwe Petrus van Steenwijk naar Ommerschans, die jaren daarvoor al een paar jaar als geneesheer op de Schans heeft gewerkt, maar die door herhaaldelijk drankmisbruik onbekwaam was verklaard. 

Een paar maanden nadat het gezin zich in de dokterswoning had gevestigd, was Maria opnieuw zwanger, en op 1 augstus 1844 hielp August zijn vrouw bij de bevalling van zoon Karel. 


Die 2e augustus, de dag na de bevalling, is een drukke dag, want August laat zijn zoon ook meteen dopen in de R.K. kerk achter het hospitaal.

In 1846, 1848 en 1852 wordt het gezin Hamer nog uitgebreid met resp. een dochter en twee zoons.

Over het werk van August Hamer in deze periode kunnen we het nodige lezen in het proefschrift van Miek Roelfsema. Zij beschrijft alle facetten van de medische praktijk binnen de Koloniën van Weldadigheid in detail, op basis van een zeer uitgebreid en gedegen bronnenonderzoek. Zo lezen we dat Douwe Petrus van Steenwijk rechterhand van Hamer bleef tot 1847, toen Hamer de moed op gaf na de zoveelste dronkenschap van van Steenwijk. Onder de kolonisten werd een goede opvolger gevonden voor het beheer van de apotheek: kolonist Jacob Willem Craaij. De samenwerking tussen Hamer en Craaij verliep zo goed dat Hamer in 1848 voorstelt om aan alle koloniën gedestilleerd water te leveren voor de bereiding van medicijnen. Daarvoor moet dan wel een destilleertoestel worden aangeschaft. In 1848 komt die toestemming niet, maar in 1851 besluit de Permanente Commissie dat voortaan alle medicijnen voor de Maatschappij in Ommerschans zullen worden bereid. In 1842 was het hospitaal vergroot en daarbij was ook de ruimte voor de apotheek verdubbeld in oppervlakte (van 15 naar 30 vierkante meter).

Keizers snede

In het omvangrijke boek van Miek Roelfsema missen we één belangrijk wapenfeit (elk historisch werk is onderhevig aan de wet van de remmende voorsprong). Op de kranten website Delpher -die hadden we in 2006 nog niet- komen we het volgende bericht over August Hamer tegen.

Ik ben een enkele keer vaker een kind tegen gekomen dat door middel van een keizersnede ter wereld is gekomen en wat alle gevallen die ik zag gemeen hebben, is dat het kind als één van de namen Caesar kreeg. Welnu, zo wordt het zoeken in de geboorte-actes van Ommerschans wel heel eenvoudig.

We zien dat de koloniste Fiolette Vliet haar zoon niet alleen Caesar laat noemen, maar ook nog August, ongetwijfeld naar dokter Hamer die het wonderstukje verricht. Moeder en zoon blijven leven, wat voor 1853 een uitzonderlijke prestatie is, temeer daar -voor zover ik weet- August Hamer geen specialisatie als chirurg heeft.

Op de genealogische kaart van Fiolette zien we dat zij op 30 juni 1852 voor de 2e maal is ingeschreven op de Ommerschans. Zij moet op dat moment ongeveer 2 maanden zwanger zijn geweest. Het is maar de vraag of "de zwangeren staat" werkelijk de reden was voor haar opzending naar Ommerschans. Feit is wel dat zij kort na haar eerste ontslag van de Schans op 16 april 1852 zwanger moet zijn geraakt.

Fiolette en haar kind blijven ruim 4 jaar op de Schans, worden ontslagen op 30 april 1857 en zijn op 11 juni van dat jaar al weer terug. Zal August Hamer het erg gevonden hebben, het wandelend en inmiddels ook sprekend bewijs van zijn kunst weer rond te zien lopen op de Schans?

27 september 1857

Het is duidelijk dat August Hamer een getalenteerd arts is. Maar vandaag heeft hij daar niets aan. Zijn zoon Jozef, inmiddels 15 jaar oud, overlijdt 's ochtends om 9 uur in de armen van zijn vader.

Deze vreselijke gebeurtenis was voor Hamer geen aanleiding bij de pakken neer te zitten. Integendeel: hij ging onverdroten verder met zijn missie. Inmiddels werkte zijn oudste zoon Jan -19 jaar- full time in de apotheek van zijn vader. Toen in 1858 Jacob Willem Craaij werd overgeplaatst naar Veenhuizen kon de jonge Jan Hamer diens taken zo overnemen. August Hamer eiste wel dat het salaris van zijn zoon -tot die tijd 50 cent per week- zou worden verhoogd naar 2 gulden per week. Craaij had immers 4 gulden per week verdiend. Daarbij beargumenteert August dat er jaarlijks 36.000 recepten worden bereid in de apotheek, plus de medicijnen voor de andere koloniën.

Na lang aandringen stemt de P.C. toe, maar men wil de jonge Hamer geen vaste aanstelling geven. Daarop besluit August om een vervanger te zoeken voor zijn zoon, opdat Jan kan gaan studeren. In 1859 vertrekt hij van de Schans en al in 1860 wordt hij bevordert tot plattelands heel- en vroedmeester.

Oogziekten

In maart 1861 zien we dat Jan Hamer als oogarts is aangesteld op het Eerste Gesticht te Veenhuizen, op dat moment het Wezengesticht. Naar schatten 1/3 van de kinderen leed aan oogziekten . Wil Schackmann schrijft hierover uitvoerig in "de kinderkolonie".

In mei 1862 lezen we dat Jan Hamer benoemd is als "adsistent" bij hoogleraar Franciscus Cornelis Donders te Utrecht. 

Het kan bijna niet toevallig zijn dat de Fiolette Vliet, die in 1853 door August Hamer is verlost door middel van de keizers snede, op 14 december 1860 van Ommerschans vertrekt naar gasthuis voor ooglijders in Utrecht. Op 3 maart 1861 is ze terug op Ommerschans en op 30 augustus wordt ze voor de derde maal ontslagen. We weten inmiddels hoe dit soort geschiedenissen verlopen: op 5 november 1861 wordt ze met haar zoon Caesar, inmiddels 8 jaar oud, weer ingeschreven in de Ommerschans. Beiden worden op 28 februari 1862 doorgezonden naar Veenhuizen. Waarschijnlijk heeft August Hamer de kleine Caesar in deze tijd voor het laatst gezien, want de jongen overlijdt drie weken later te Veenhuizen. Fiolette kunnen we op dit moment volgen tot 1872, als je voor de 7e maal wordt ingeschreven in Veenhuizen.

In 1866 treedt August Hamer tot de Geneeskundige  Raad van Overijssel en Drenthe.

Binnen dit forum laat Hamer niet na om zijn ideeën onder de aandracht van zijn collegae te brengen, bij voorbeeld met betrekking tot de vaccinatie tegen de gevreesde pokken. Hamer is voortdurend in de weer om deze techniek te verbeteren.

Cholera

Vanzelfsprekend komen we Hamer tegen als in 1867 een groot aantal geneeskundigen bij Koninklijk Besluit een medaille krijgen vanwege hun verdiensten in de bestrijding van de Cholera in 1866. Naast Hamer zien we hier ook de artsen Meijeringh en Habermehl uit Dedemsvaart.

Ook op het gebied van de liefdadigheid maakt August Hamer zich regelmatig sterk. Zo komen we hem in de landelijke dagbladen tegen in goed gezelschap bij de inzameling voor de weduwe van een collega geneesheer.

Zoon Jan Hamer verlaat de Maatschappij van Weldadigheid in 1869, om zich als oogarts te vestigen in Franeker.

In hetzelfde jaar komen we August Hamer terloops tegen als er melding wordt gemaakt van het oprichten van een medicijn- en begrafenisfonds voor ambtenaren te Veenhuizen, naar het succesvolle voorbeeld van August Hamer te Ommerschans.

Pokken

Regelmatig zien we artikelen met betrekking tot vaccinatie tegen pokken, waarin Hamer meer en meer als autoriteit wordt genoemd.

Liefdadigheid

Samen met dominee Andries Campagne van de Ommerschans -deze bewoont de Hervormde Pastorie ten noorden van de Schans, een woning die er thans ook nog staat- zet Hamer zich in 1875 voor een weduwe met zeven kinderen. 

Hierachter schuilt het bizarre verhaal van gymnastiekmeester Jacobus de Gruijter, leraar aan de H.B.S. te Kampen, wiens hoed -zo lezen we in een courant- tijdens een wandeling afwaait en in het water terecht komt. de Gruijter springt te water om zijn hoed te pakken en verdrinkt.

In de laatste jaren van August Hamer op de Schans -hij is inmidddels 67 jaar- komen we nog een paar opmerkelijke zaken op de Schans tegen waarbij hij ongetwijfeld meteen in actie heeft moeten komen.

het Eind

En dan worden we op 20 november 1879 ineens opgeschrikt door het volgende bericht:

Uit deze advertentie maken we op dat Hamer inmiddels te Meppel zou wonen. Zijn overlijden, op 14 november 1879 in het Brabantse Rosmalen, is inderdaad ingeschreven in zijn woonplaats Meppel. Toch is hij dan nog niet lang van de Ommerschans af, want een opvolger is nog niet aangesteld.

In het bevolkingsregister van Meppel zien we dat August Hamer daar nimmer is ingeschreven: zijn weduwe is met drie kinderen ingeschreven met komstdatum 1 oktober 1879. Ze vestigen zich aan de Stationsweg, wijk 7 nr 101. We mogen concluderen dat het gezin op 1 oktober verhuisd is naar Meppel en dat August Hamer overleden is voordat het gezin is ingeschreven. Niet in het harnas gestorven, maar overleden bij het omkleden...

Op 3 december 1879 vinden we een bericht over de aanstelling van Hamer's opvolger, Auwinus Johannes Braak uit het Gelderse Huissen. Hier zien we dat dokter Meijeringh uit Dedemsvaart sinds het vertrek van Hamer plaatsvervanger is geweest.

 

Het Dankbare Nageslacht


Zoals we op de genealogische kaart van August Hamer kunnen zien, heeft hij 18 kleinkinderen bij drie van z'n kinderen. Daarvan heeft er zelf slechts drie gekend. Via de humogen links, is het nageslacht, voor zover niet geblokkeerd door het privacy filter, direct in beeld te krijgen.

 

met dank aan Rosemarijn Milo, nazaat van August Hamer, voor een aantal aanvullingen op de voorouders en het nageslacht van August Hamer.

Reacties

afbeelding van E. Braak
Geachte heer Rijnhart, Wat een leuk artikel heeft u geschreven. Ik ben een nazaat van Auwinus Johannes Braak, opvolger van Dr. Hamer. Graag zou ik meer willen weten over A.J. Braak's tijd bij de Ommerschans. Zijn er in uw archieven of elders nog sporen van te vinden ? Ook ben ik benieuwd of hij in hetzelfde doktershuis gewoond heeft en of het hospitaal uit 1842 in zijn tijd nog bestond. Weet u waar ik nog meer over Ommerschans rond 1890 kan vinden ? Verder een opmerking: een van de leden van het goede gezelschap dat de advertentie 'Fatsoenlijke weduwe in nood' heeft geplaatst, is de heer Fr. Haverschmidt. Dit is de echte naam van de bekende 19e eeuwse dichter met pseudoniem Piet Paaltjens ! Met vriendelijke groet, E. Braak
afbeelding van Iris Benjaminsen
Hallo, wat een bron aan informatie! Ik ben een direkte nakomelingen van August Hamer en vroeg mij af wat u bedoelt met de woorden 'niet gestorven in het harnas maar bij het omkleden'. Ik zie niets terug van de doodsoorzaak in het krantenartikel daaronder? Uiteraard ben ik hier erg nieuwsgierig naar!
afbeelding van Helmuth Rijnhart
Hallo Iris, dat was een woordgrapje! Iemand die in het harnas sterft, overlijdt terwijl hij in het volle leven staat, en letterlijk tijdens de uitoefening van zijn/haar beroep. August Hamer was net gepensioneerd en overleed dus bij wijze van spreken terwijl hij zijn harnas uit trok.
afbeelding van Iris Benjaminsen
Oops sorry! Ik was zo serieus aan het lezen dat dit detail mij ontging. Bedankt voor uw snelle reactie en nogmaals complimenten over deze pagina!