Geplaatst door: 
Verhaal

30 mei 1834 - Antje Molenbroek

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Het spookt in de voormalige Nederlands Hervormde pastorie van de Ommerschans. Het zou de geest zijn van een vrouw zijn die in de pastorie heeft gewoond en die daar op ellende wijze aan haar einde is gekomen. Als spoken bestaan en helderzienden valide waarnemingen hebben gedaan, dan denk ik dat ik haar naam ken: Antje Molenbroek.
 

Ik kwam haar naam tegen in 1992. Van de spookpastorie had ik nog nooit gehoord en van de Ommerschans wist ik weinig meer dan dat mijn oud-betovergrootvader Adolph Daniel Otterbein er zaalopziener was geweest. In 1992 stond de toekomst van de begraafplaats Mulderij bij Dedemsvaart ter discussie. De begraafplaats werd in de jaren '80 uitgebreid omdat de algemene begraafplaats in het Achterveld bijna vol was. Nu gingen er stemmen op om de "oude zooi" op de Mulderij op te ruimen. Daar stak de Historische Vereniging Avereest een stokje voor. Met een werkgroep hebben we alle grafstenen op het oude deel van de begraafplaats schoongemaakt, foto's gemaakt en een inventarisatie gemaakt volgens de systematiek van de vereniging Terebinth. Ik schreef hierover in 1992 een eerste artikel. De oude begraafplaats bestaat uit vier vakken. In het midden is het graf uit 1851 van Mr Willem Jan Baron van Dedem, stichter van de Dedemsvaart. Buiten vak A (het vak met de koopgraven met "eeuwigdurend recht"), zijn er slechts 2 grafstenen te vinden. De ene is van de catechiseermeester Jan ter Vaart, rechterhand van de Baron, die naar verluidt in 1861 vlak naast de baron begraven werd. Zijn grafsteen werd verplaatst toen jaren later het ronde perk rond het graf van de baron werd aangelegd.

De andere grafsteen is die van Antje Molenbroek, rechts achter op de begraafplaats langs het buitenpad. De steen lag -zoals veel stenen- half onder het zand en de tekst was onleesbaar. Maar nadat we de steen schoon maakten, kwam er een glasheldere tekst tevoorschijn:

                                                               ONDER DEZEN STEEN
                                                                             RUST
                                                                ANTJE MOLENBROEK
                                                              geboren te BEEMSTER
                                                               den 5 November 1814
                                                         overleden te OMMERSCHANS
                                                                den 13 Januarij 1869

Nadat de inventarisatie voltooid was, ben ik aan de slag gegaan om "rechthebbenden" op de graven op te sporen. De zoektocht naar nabestaanden was bedoeld om de gemeente Avereest te helpen deze nabestaanden er op aan te kunnen spreken dat ze onderhoud aan de graftekens uitvoeren. Als we 25 jaar later kijken naar de staat van onderhoud van dit deel van de begraafplaats dan moeten we constateren dat er weinig terecht is gekomen van het voornemen om graftekens te laten onderhouden. Maar het goede nieuws: De grafstenen staan er nog!

Van Antje Molenbroek vond ik aanvankelijk niets meer dan haar overlijdensacte uit 1869.

Het enige aanknopingspunt dat ik hierin destijd vond, was dat haar moeder, Niesje Blokker, in 1869 te Avereest zou wonen. Ik vond Antje's moeder wel in het bevolkingsregister van 1850-1860, maar niet in de periode erna. Kortom: het spoor liep dood. Maar inmiddels zijn er heel veel meer bronnen ontsloten en thans vormt zich een beeld van het leven van Antje Molenbroek.

Beemster

Antje is geboren in de Noordhollandse gemeente Beemster op 3 november 1814.In het jaar 1814 op 9 November is ons .... officier van den Burgerlijken Staat van de Gemeente Beemster Canton Purmerend District Hoorn Provincie Holland gecompareerd Hendrik Meulenbroek, oud 26 jaren van beroep werkman, woonende alhier de welke ons voorgesteld heeft een kind van het vrouwelijk geslagt uit hem declarant den 5. dezer loopende Maand des avonds om 7 uur en Neesje Blokker zijn wettigehuwd vrouw gebooren en aan hetwelk hij verklaart heeft den voor en toenaam te willen geven van Antje Meulenbroek.
De gemelde verklaring en voorstelling is geschied in tegenwoordigheid van Hendrik Vreger oud 43 jaaren van beroep Bode en Hendrik Blok... oud 56 jaaren van beroep veldwagter, wonende beijde in de Beemster en hebben de Vader en getuijgen deze acte nadat hem dezelve was voor gelesen ... ondertekend.

Haar ouders, Hendrik Fredriks Meulenbroek en Niesje Clasen Blokker, trouwen te Beemster op 30 april 1809.In 1810 wordt dochter Margaretha geboren, in 1811 een dochter Antje, die na anderhalf jaar overlijdt. In 1812 wordt zoon Frederik geboren en daarna dus opnieuw een dochter die Antje genoemd wordt, in 1814. Antje zal haar vader niet leren kennen, want Hendrik Meulenbroek overlijdt op 1 december van hetzelfde jaar.En zo blijft de 28-jarige Niesje Blokker alleen achter met drie jonge kinderen.
Niesje is niet altijd alleen, want in de zomer van 1819 blijkt ze zwanger te zijn. Op 14 februari 1820 bevalt ze van een "onegte" dochter, Jantje.
Opvallend aan deze acte is dat de aangifte bijna 8 weken na de geboorte van het kind heeft plaats gevonden. Wellicht heeft Niesje haar zwangerschap en de geboorte van het kind aanvankelijk verborgen gehouden, bang voor de consequenties in een kleine gemeenschap als die van Beemster. En wellicht was die angst terecht, want een gevolg van haar "situatie" is dat ze met haar kinderen naar Drenthe wordt gestuurd.

Willemsoord

Op 22 maart 1820, nog voordat de geboorte van Jantje Blokker is aangegeven, sluit de "Algemeene Armendirectie van de Gemeente van de Beemster" een contract met de Maatschappij van Weldadigheid. Voor 360 gulden per jaar mag Beemster zes weeskinderen plaatsen in de nieuwe kolonie Willemsoord, plus een aantal volwassen en/of gezinnen, waarmee in totaal 3 kolonistenwoningen worden bevolkt. Na zestien jaar contributie verwerft Beemster het eigendom over de drie hoeven en mag men er voor altijd gezinnen en wezen plaatsen.

Als eerste wordt de weduwe Meulenbroek geselecteerd. Op 9 september arriveert zij in Willemsoord met haar vier kinderen, plus twee andere halfwezen (kinderen van de weduwe Jacobs) uit Beemster, om het huishouden compleet te maken. Ze worden op Hoeve nr 100 geplaatst. Het huidige adres is Koningin Wilhelminalaan nr 58 in Willemsoord. De oorspronkelijke hoeve heeft daar al lang plaats gemaakt voor een nieuwe woning.

In de Post van Weldadigheid vond ik een staat van de verdiensten van kolonisten-kinderen per 21 december 1820.
Hier zien we dat de 9-jarige Frederik Molenbroek een oververdienste heeft van 1 gulden 66,5, voornamelijk met spinarbeid. Hij moet dus buiten schooltijd aan het werk in de spinnerij van Willemsoord.

Na een tijdje vertrekken de twee kinderen Jacobs naar hun moeder, die inmiddels elders in de kolonie is geplaatst. Hun plaats wordt ingenomen door twee wat oudere jongens, hetgeen goed is voor de inkomsten. Het zijn de 13-jarige Gijsbert van Zuijlekom, afkomstig van Texel en de 18-jarige Abraham van Anker uit Dordrecht. Abraham bekwaamt zich niet alleen in de veldarbeid. Ook in de omgang met vrouwen staat hij z'n mannetje. Zo bevalt de ongehuwde kolonistendochter Maria Elizabeth Pijpers in de zomer van 1826 van een zoon, die de namen Petrus Abraham krijgt, vernoemd naar haar eigen vader, en naar de verwekker van haar zoon. Het stel trouwt in oktober 1826 (Abraham blijkt dan eigenlijk van der Linden te heten) en krijgt een eigen hoeve toegewezen. Abraham doet het goed binnen de Maatschappij en krijgt een positie als wijkmeester. Het stel krijgt zes kinderen, waarvan de laatste in 1837 ter wereld komt nadat Abraham al is overleden. Maar in 1829 raakt Abraham nog betrokken bij een bizarre tuchtzaak. Wat is het geval: Niesje Blokkers, de weduwe Molenbroek, is zwanger. Op 18 april 1829 verklaart ze voor de Raad van Tucht dat wijkmeester Abraham van Ankeren, die voorheen bij haar was inbesteed,  de verwekker van het kind is. Abraham ontkent maar Niesje houdt voet bij stuk. Voor straf wordt ze met haar kinderen voor onbepaalde tijd naar de Strafkolonie te Ommerschans gestuurd. Daar worden ze op 9 mei 1829 ingeschreven.

Ommerschans

Niesje blokker wordt met haar kinderen gehuisvest in het gebouw van de strafkolonie, ook walkolonie genoemd, omdat ze op de binnenwal van de voormalige versterking Ommerschans is gebouwd.Het gebouw van de strafkolonie biedt uitsluitend onderdak aan gezinnen. De overige strafkolonisten worden ondergebracht in de zalen van het bedelaarsgesticht.

Op 31 juli 1829, elf weken na aankomst in de Ommerschans, bevalt Niesje Blokkers van een zoon. Overtuigd als ze is van wie de vader van het kind is, laat ze de jongen de naam Abraham geven.In het inschrijvingsregister zien we dat zoon Frederik op 6 november 1830, bijna 18 jaar oud, in militaire dienst is gegaan. Het jaar erop, op 31 mei 1831, is dochter Grietje ontslagen. Ze is 21 jaar oud. Vermoedelijk is ze in Dedemsvaart aan de slag gegaan. Daar trouwt ze twee jaar later met Hendrik Jan Holleman. Ze krijgen samen 10 kinderen en blijven hun leven lang in Dedemsvaart.

Op 25 oktober 1832 overlijdt de kleine Abraham Blokkers

Op 25 september 1833 worden alle neuzen geteld op Ommerschans. De daarbij opgemaakte overzichten zijn bewaard gebleven in de Post van Weldadigheid. Daardoor weten we van elke kolonist in welke zaal bij welke opziener zij op die datum verbleven. Dit levert prachtige informatie op.
Hier zien we dat veruit de meeste Bankolonisten (de derde naam voor de straf- of Walkolonisten) onder de hoede van meester Haijo Hoogstra staan. Dit zijn de kolonisten die op de Wal wonen. De anderen zijn verspreid over de zalen: zaalopziener Charles Louis Donninger heeft er de meeste (15 personen). Totaal zijn er dus 70 Bankolonisten, waarvan 40 op de Wal.

Hieronder zien we het twee bladzijden tellende dozument van Haijo Hoogstra, waarin de bankolonisten op de Wal met naam en toenaam zijn genoemd. Onder op bladzijde 1 staat Niesje Blokker en op het tweede blad staan haar twee dochters, Antje en Jantje.

In dezelfde Post van Weldadigheid vinden we van dezelfde datum een overzicht van de gezinshoofden op de Wal, met daarbij interessante aanvullende informatie: voor welk vergrijp zijn ze op de Wal beland en hoe gedragen ze zich nu. Over de weduwe Mollenbroek is het oordeel kort maar krachtig:

Gedraagt zich, met eene harer dochters, verre van onberispelijk - Blijven. Die beoordeling over het gedrag van Niesje Blokkers en haar dochter Antje Molenbroek was niet op drijfzand gebaseerd. Want Antje kwam er in januari 1834 achter dat ze zwanger was. Dat was schrikken. Ze wist maar al te goed hoe er binnen de Maatschappij van Weldadigheid op onzedelijk gedrag werd gereageerd. En dus zag ze maar één uitweg: ontslag vragen. De procedure daarvoor was helder: ze was geplaatst door het armenbestuur van Beemster, dus als die toestemming geven, dan ben je vrij. Met haar 19 lentes is ze aan de jonge kant, maar wie niet waagt...

Antje zal daarop een brief naar haar geboorteplaats Beemster hebben gestuurd met het ontslagverzoek. Daarop stuurt het gemeentebestuur van Beemster op 10 april 1834 de mededeling aan de Permanente Commissie dat ze accoord gaat, mits Antje goede getuigschriften mee krijgt.
Beemster, 10 april 1834
Antje Molenbroek wordt bij deze berigt dat zij, zoo zij uit de Kolonie aan den ommerschans wil ontslagen worden, de noodige getuigschriften, door den Heer Directeur der Kolonie, behoorlijk gecertificeerd aan het gemeente Bestuur van de Beemster moet inzenden.

Burgemeester en Assessoren van de Beemster
en uit derzelve naam (get.) Secretaris

Bij de Maatschappij van Weldadigheid zijn ze zo kwaad nog niet. Directeur Jan van Konijnenburg wil best een positief advies geven aan de Permanente Commissie.
Frederiksoord, 12 mei 1834

Uit den brief van de Plaatselijke Regering van de Beemster, welke ik de eer heb UWEdGeb hierbij te doen geworden, zullen UWEdGeb bemerken, dat Antje, dochter van de strafkoloniste de Wed. Molenbroek uit de koloniën verlangt ontslagen te worden, waarin de Directeur geen zwarigheid behoeft te maken. Zij is gezond en sterk, ook werkzaam; ook werkzaam en kan dus in haar onderhoud wel voorzien. Overigens is hare zedelijkheid niet zoo onbesproken ofschoon er van dadelijkheden tot nog toe geen stellige bewijzen of voldoende kenmerken bestaan.

De Directeur der Koloniën
J. van Konijnenburg
Aan de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid te 's Gravenhage

Tot zover geen vuiltje aan de lucht: alle lichten staan op groen voor Antje. Maar helaas, de ambtelijke molens van de Maatschappij malen langzaam en de brief van van Konijnenburg is pas twee dagen geleden op tafel gekomen. En nu is de bom gebarsten! Iedereen weet dat Antje zwanger is, of in de taal van de Maatschappij: er zijn voldoende kenmerken van dadelijkheden.

Het is  vandaag 30 mei 1834. Antje Molenbroek staat voor de Raad van Tucht te Ommerschans.De Raad van Tucht, gehouden in het Gesticht de Ommerschans op Vrijdag den 30e Mei 1834.

Alle de Leden zijn tegenwoordig, uitgenomen den Onder Directeur Wijkstra, die door ongesteldheid is verhinderd.Eindelijk ten derden is door den Opzigter der Wal- of Strafkolonie ingezonden een Proces Verbaal vermeldende dat zekere Antje Molenbroek, dochter van de Strafkoloniste Neesjen Blokker, wed. Molenbroek, aan hem te kennen heeft gegeven, dat zij eenigen tijd, zonder dat het iemand heeft kunnen merken, met een particulier persoon verkering heeft gehouden en welke verkering vervolgens in eenen onzedelijken omgang is overgegaan, zodat gemelde Antje Molenbroek Zedert januarij in eenen zwangeren Staat verkeert.

De President laat Antje Molenbroek ontbieden, verschijnd voor den Raad en bekent het voorgevallene.

De President geeft haar te kennen, dat dergelijke verregaande onzedigheden eenen nadeeligen invloed voor haar zelven en voor andere Kolonisten en schadelijke gevolgen voor de Maatschappij moeten hebben, en dien ten gevolge zou streng mogelijk gestraft diende te worden.

Men doet haar aftreeden.De President vraagt de gevoelens der Leden. Allen stemmen overeen haar voor een onbepaalden tijd naar eene der Discipline Zalen te Veenhuizen 2e Gesticht over te plaatsen dewijl men haar verblijf hier niet dienstig acht. Gezien Art. 22 van het Reglement van Tucht luidende dat gemeld Reglement ook op de kolonisten van de Strafkolonie te Ommerschans van toepassing is.
Gezien Art. 16 van gemeld Reglement hier voren omschreven.
Onzedelijk Gedrag enz.

De beklaagde wordt binnen gelaten en den Secretaris leest haar haar vonnis voor, waarna zij wederom aftreed,

Op rondvraag van den President niemand der Leden iets meer hebbende in te brengen, wordt de Raad gehouden voor gesloten.
Aldus gedaan op dato als boven
Ads. De Geus, H. Hoogstra, J.Krieger, H.Steenbeek, ............, A.D.Otterbein, Muller, An.Bak
In kennisse van mij, Stous, Secretaris.

In 1834 gaan berichten niet zo snel als tegenwoordig. Op 4 juni verstuurt het bestuur van Beemster nog een vriendelijke brief aan de Maatschappij.
Beemster, 4 junij 1834

Burgemeester & Assessoren van Beemster consenteren bij deze dat Antje Molenbroek (indien zij is van een zedelijk gedrag en er geene in het oog loopende bewijzen voor eene ongunstige getuigenis ten deze mogten bestaan; uit de colonie der maatschappij van weldadigheid in welke zij zich thans bevindt, worde ontslagen.

Burgemeester en Assessoren voornoemd
van wege dezelven
De secretaris van het Pl. Bestuur

Aan de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid

Deze brief komt op 23 juni tegelijk op tafel met de brief van directeur Jan van Konijnenburg, die officieel toestemming vraagt om Antje te mogen overbrengen naar een disciplinezaal in het tweede gesticht van Veenhuizen.Frederiksoord den 5 junij 1834

Ik heb de eer UwEdG hierbij in te zenden een proces-verbaal van den Raad van Tucht bij de Ommerschans, van den 30 Mei jl, met verzoek om UwEdG goedkeuring te erlangen op de overplaatsing naar het 2e gesticht te Veenhuizen, in het voor dezulken afgeschoten quartier, van de strafkolonist Antje Molenbroek, die zich in  zwangeren staat bevindt, als waardoor hare schadelijke betrekking op verscheidene manspersonen, te Ommerschans zal worden afgebroken.

De Directeur der Koloniën
J. van Konijnenburg

Lieve Hemel, dat stond niet in het verslag van de Raad: het is niet één geheime minnaar die Antje het hof heeft gemaakt: ze heeft betrekkingen op verscheidene manspersonen.

Veenhuizen

We zien in het inschrijvingsregister van de Walkolonie dat Antje Molenbroek in juni 1834 naar het Tweede gesticht te Veenhuizen is gebracht. Wellicht heeft Jan van Konijnenburg geen antwoord van de PC afgewacht, want het is zeker dat Antje begin juli in Veenhuizen is. Dat lezen we in het eerstvolgende inschrijvingsregister: Antje is namelijk al op 5 juli gedeserteerd.We zien in het register dat ze er niet in is geslaagd om weg te blijven: op 9 augustus wordt ze opnieuw in het tweede gesticht opgesloten. Daar bevalt ze op 28 oktober van een dochter, die de namen Magdalena Margreta krijgt.
Misschien was het al een veeg teken dat de aangifte is gedaan door vroedmeester Kramer. In elk geval is Antje Molenbroek maar heel kort moeder geweest: op 15 december is haar dochter in het tweede gesticht overleden. Als je tegenwoordig het gevangenismuseum binnen stapt dan ziet het er allemaal zo lekker romantisch uit. Maar stel je voor hoe het leven er voor Antje uitzag met kerstmis 1834...

Ommerschans

Het is wonderbaarlijk in welke hoeken en gaten van het Drents Archief je relevante informatie over Ommerschans kunt vinden. Zo staan er "verstopt" tussen de bevolkingsregisters van de Drentse gemeente Norg een aantal kwalitatief goed gescande registers van Ommerschans, met onder andere de bewoners van de Strafkolonie. En hier vinden we gegevens die niet in de "normale" registers staan. Zo zie ik hier aangetekend dat Antje Molenbroek op 1 november 1836 is terug gekeerd van Veenhuizen naar haar moeder te Ommerschans.Nog éénmaal komen we Antje met haar moeder en zus Jantje tegen in de registers van de strafkolonie. Daar zien we dat Antje op 7 januari 1839 toch haar ontslag heeft gekregen. We zien dat Antje's moeder en zus op 11 oktober 1841 terug zijn geplaatst naar de "vrije" kolonie Frederiksoord. In de kolonistendatabase op alledrenten.nl zien we dat ze daar zijn geplaatst bij kolonist J.P. Hentz, waar ze beide op 30 december 1841 zijn ontslagen.Antje Molenbroek was nog maar 24 jaar oud toen ze op vrije voeten kwam. Waarschijnlijk kreeg ze al kort na haar terugkeer naar Ommerschans, eind 1836, een baantje als dienstmeid bij dominee Andries Campagne, die op 10 december 1836 zijn intrek nam in de nog zo goed als nieuwe pastorie aan de noordzijde van de Schans. Na haar ontslag in 1839 kon ze bij Ds Campagne komen wonen en gedurende 30 jaar was zij de huishoudster van de vrijgezelle predikant.In een volkstelling in Ommen in 1840 vinden we het bewijs dat Antje Molenbroek bij Andries Campagne woont.
In de loop van de jaren '40 verhuisde moeder Niesje Blokker, inmiddels ontslagen te Frederiksoord, naar Dedemsvaart. Daar vinden we haar in het bevolkingsregister 1850 op het adres wijk G nr 33.1, waarschijnlijk een kamer in de woning van Hendrik Kreuzen aan de Hoofdvaart, hemelsbreed niet meer dan een kilometer van de Ommerschans. Kreuzen was een zwager van de belangrijkste veenbaas, later vervener, in Dedemsvaart: Bonne Berends.
Het is enigszins opmerkelijk dat Niesje niet bij haar oudste dochter Grietje woonde in de Mulderij.

In 1855 overleed Antje's broer Frederik in Breda. Hij was na zijn ontslag van de Schans in dienst gegaan en hij bleef beroepsmilitair (hoornblazer) tot aan zijn dood. Hij is nimmer gehuwd geweest, maar had wel twee kinderen in Vlissingen bij Johanna van der Hout.

Zo rond 1858 besloot predikant Andries Campagne er een dienstmeid bij te nemen. Het werd Margien Winkel uit Dedemsvaart, dochter van scheepstimmerman Koert Schippers Winkel, die in 1819 met zijn zwager Andries Lucas Mol de eerste scheepswerf in de veenkolonie aan de Van Dedems Vaart stichtte. Kon Antje Molenbroek het tweepersoonshouden in de pastorie niet meer aan? Was zij blij met de tien jaar jongere meid in huis? In 1860 zien we dat Andries met zijn twee dienstboden samen woont.En meteen zien we dat Antje's naam is doorgestreept. Overleden op 13 januari 1869.
Van de website van de heer Nieuwlaar, zelf afstammeling van Niesje Blokker, weet ik dat Antje op 27 juni 1866 een testament heeft laten opmaken bij notaris Mulert te Ommen. De heer Nieuwlaar bracht mij in contact met de Bart Schuurman, nazaat van Jantje Blokker. Hij stuurde me een kopie van het testament. Aan de vouwen in het document maak je je een voorstelling hoe het 150 jaar lang in een kabinet of schoenendoos is bewaard gebleven.
Heden den zeven en twintigsten Junij achttienhonderd zes en zestig, Compareerde ten mijnen kantore te Ommen, voor mij Frederik Willem Nicolaas Mulert, notaris in het arrondissement Deventer residerende te Ommen, in tegenwoordigheid der nagenoemde en bij mij bekende getuigen.
Mejuffouw Antje Molenbroek, huishoudersche ten huizen van den Heer predikant Campagne, wonende te Ommerschans in de gemeente stad Ommen.
Welke Comparante, aan mij notaris bekend, verklaarde op heden bij testament te willen beschikken en daartoe dan ook dadelijk overgaande, zoo heeft zij comparante aan mij notaris in tegenwoordigheid der getuigen haren uitersten wil nader zakelijk opgegeven, zoals die opgave ook reeds vroeger door haar buiten de tegenwoordigheid der getuigen aan mij notaris was gedaan en het opstel door mij gereed gemaakt, hetwelk ik in duidelijke bewoordingen heb doen schrijven, zoodanig als die wil door de erflateres aan mij zakelijk is opgegeven, als volgt:

Ik herroep alle vroegere door mij gemaakte testamenten.
Ik legateer aan Marrigje Winkel, thans
-dienst-

dienstbode bij den Heer predikant Campagne te Ommerschans, gemeente stad Ommen, alle mijne meubelen, kleederen, lijfstoebehoren en lijfsieraden.
Voor het geval ik voor mijne moeder mogt komen te overlijden, legateer ik aan mijne natuurlijke Zuster Jannetje Blokkers, weduwe K.L. Westra te Amsterdam, eene Somma van twee honderd vijf en dertig gulden, waarvoor zij echter verpligt zal zijn mijne voormelde moeder levenslang te onderhouden.
Ik maak en bespreek aan voormelde Marrigje Winkel, zoolang zij ongehuwd is en anders levenslang het vruchtgebruik van alle overige goederen mijner nalatenschap, haar ontheffende van de verpligting om voor dat vruchtgebruik eenige zekerheid te stellen.
Onder den last van dat vruchtgebruik en de uitkeering van bovengezegde legaten benoem ik tot de eenige en universele erfgenamen mijner nalatenschap de kinderen van gezegde Jannetje Blokkers, ieder voor gelijke deelen.
Ik begeer, dat, hetgeen deze kinderen uit mijne nalatenschap zullen kunnen verkrijgen, na mijn overlijden, door de gezegde vruchtgebruikster van hetzelve, zal worden belegd in inschrijving op een der Grootboeken der Nederlandsche Werkelijke Schuld
-Daar-
Daarna heb ik Notaris dezen uitersten wil aan de comparante testatrice voorgelezen en na die voorlezing aan haar afgevraagd, of het voorgelezene haren uitersten wil bevat, het welk zij met Ja! heeft beantwoord, alles in tegenwoordigheid der getuigen.
Waarvan acte.
Gedaan en verleden in tegenwoordigheid van Jan Hendrik Mensink, landbouwer, en Evert Smit, notarisklerk, wonende beide te Ommen, als getuigen, die, na dat de Comparante testatrice had verklaart de schrijfkunst niet te verstaan en daarom niet te kunnen naamtekenen, de acte, benevens mij Notaris, na gedane voorlezing des geheels hebben onderteekend
(geteekend J.H. Mensink, E. Smid, F.W.N. Mulert, notaris
enz.

Er van uitgaande dat Antje haar testament geheel uit vrije wil heeft laten opmaken, is er dus allerminst sprake van spanning tussen de twee vrouwen in het huishouden van Andries Campagne. Antje laat haar nalatenschap juist door Marrigje Winkel beheren en in ruil daarvoor krijgt ze de meubeltjes en het lijfstoebehoren van Antje. En we zien dat Antje aan haar halfzuster Jantje Blokker een bedrag van 235 gulden legateert, onder de voorwaarde dat zij na Antje's dood voor hun moeder zal zorgen. Voelde Antje haar einde naderen?

Het lijkt er ook op dat Antje de zorg voor haar moeder droeg, hoewel onduidelijk is waar Niesje Blokker op dat moment woonde.

En zo overlijdt Antje op 13 januari 1869 in de pastorie bij Ommerschans.

Antje's overlijdensacte bevat geen bijzonderheden, anders dan dat het twee zaalopzieners van het Gesticht Ommerschans zijn die haar overlijden aangeven. En dat terwijl er echt wel naaste buren zijn, zoals boekhouder Nicolaas Hofman en onderdirecteur Reinier van Nispen.

Mulderij

Ik begon dit artikel met mijn kennismaking met Antje in 1992 op de begraafplaats Mulderij. Van de meer dan 5.500 personen die te Ommerschans zijn overleden, is zij waarschijnlijk de enige die niet op de begraafplaats bij de Schans is begraven. Waarom niet? Was dit haar eigen keus? Of die van haar broodheer en huisgenoot Andries Campagne? Even dacht ik dat zuster Grietje een rol zou hebben gespeeld. Die woonde immers in de Mulderij? Maar zij is in 1866, een paar maanden nadat Antje haar testament liet maken, overleden. En gelet op de inhoud van het testament was Grietje niet erg in beeld bij antje. En wie heeft die oerdegelijke grafsteen van Bentheimer zandsteen bekostigd? "Gewone" mensen krijgen een houten grafteken. Het zijn vraagtekens die passen in een klassieke mythevorming. En dan doel ik op het spook in de pastorie.

Het Spookt

Sinds decennia gaat het verhaal over de spookpastorie aan de Ommerschans. De huidige bewoners, die er zo'n veertig jaar wonen, weten er alles van. Op internet zijn opnames te vinden van "ghosthunters" die bij nacht en ontij het bewijs zoeken dat het spook bestaat. Een terugkerend thema is dat het om een vrouw zou gaan die op de pastorie is overleden. Er zouden zelfs bewijzen zijn gevonden van een zelfmoord, voor de mythevorming een uitstekende aanvulling. Als ik de bewoners van het huis vanaf de stichting in 1834 tot het einde van de gestichtstijd in 1890 bekijk, dan vind ik daar 2 "zielen". De eerste is het doodgeboren kind van dominee van Nes op 24 februari 1834 in het spiksplinternieuwe huis en de tweede is Antje Molenbroek in 1869. Natuurlijk is het denkbaar dat het echte spook na 1890 in de woning is gaan huizen. Daarvoor zou nader onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis moeten plaats vinden. Misschien kan een medium met een bezoek aan Antje's graf opheldering geven. Maar de charme van mythes is ook dat ze niet volledig ontrafelt worden. 

Amsterdam

Met haar testament in 1866 probeerde Antje te bewerkstelligen dat haar halfzus Jantje Blokker de zorg voor moeder Niesje Blokker op zich zou nemen. Jantje is in 1851 te Amsterdam gehuwd met de zeeman Kornelis Liebes Westra, die op 20 september 1856 tijdens een zeereis overleed in Ciudad de Bolivar, Venezuela. Jantje bleef achter met drie dochters, maar wist het hoofd boven water te houden. Ze neemt -wellicht gesteund door de belofte van haar zus Antje- haar moeder in huis.
We zien dat de weduwe Westra, woonachtig in de Brouwers Steeg, haar moeder in huis nam. Ze is ingeschreven op 16 november 1869, maar de aantekening in de kantlijn laat zien dat de inschrijving aanvankelijk vergeten was. 

Nazaat Bart Schuurman stuurde met met het testament en de bladzijde uit het bevolkingsregister ook nog een foto jan Jantje Westra-Blokker, winkelierster te Amsterdam.Moeder Niesje Blokker overlijdt te Amsterdam op 14 april 1871, op de gezegende leeftijd van 85 jaar.Op Niesje's genealogische kaart zien we de gebeurtenissen in haar leven, voor zover de bronnen binnen bonmama beschikbaar zijn, in één oogopslag.Niesje Blokker heeft een talrijk nageslacht. Zit één van uw voorouders er bij? Dan bent U wellicht familie van een heus spook!

Reacties