Geplaatst door: 
Verhaal

6 januari 1879 - Zaaien en oogsten

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Tot ver in de 20e eeuw was de familienaam Hakkert een begrip in Dedemsvaart. Was je eigenaar van een Hakkert-woning, dan zat je gebeiteld. Dat ook de familie Hakkert een kolonie-verleden heeft, zal veel minder bekend zijn.

Mijn eerste klus in het archief van de gemeente Avereest, in 1987, was het toegankelijk maken van de 5.200 bouwvergunningen over de periode 1903-1960. Bij het ordenen van die aanvragen en het doornemen van tekeningen sprong er één naam steevast uit: Karel Adrianus Hakkert. Lange tijd was hij de gemeentelijk bouwkundige die elke aanvraag voorzag van een advies. En tegelijkertijd was hij architect en aannemer. In Dedemsvaart zijn tientallen woningen en gebouwen te vinden die de signatuur van Hakkert dragen. Eén van de fraaiste voorbeelden kwam helaas vroegtijdig onder de slopershamer: het politiebureau aan de markt. Oudere inwoners van Dedemsvaart spreken daar dertig jaar later nog schande van.
Toen deze Karel Adrianus Hakkert in 1880 in Dedemsvaart geboren werd, stond het voortbestaan van de Rijkswerkinrichting Ommerschans al geruime tijd ter discussie. Vanaf het moment dat de bedelaarskolonie in 1859 een Rijkswerkinrichting werd, gingen er stemmen op om alle bedelaars naar Veenhuizen te brengen. Daarop vooruit lopend werden aan het begin van de jaren '70 de vrouwen en kinderen van de Schans gehaald: het werd een inrichting voor mannen. 

Karel Adrianus Hakkert heeft zijn grootvader Anthonie Hakkert niet gekend. Die overleed iets minder dan een jaar voor zijn geboorte. Hij was 34 jaar hoevenaar op Ommerschans. Zijn grafsteen is gemakkelijk te vinden op de begraafplaats in de Ommerschans en siert de kop van dit artikel.

Arien Hakkert

Het verhaal van vandaag begint met het echtpaar Arien Hakkert en Neeltje Nout, die in 1810 te Zaltbommel trouwen.
In 1826 werden ze met hun kinderen vanuit hun woonplaats Tiel opgezonden naar Veenhuizen, waar ze als arbeiders-huisgezin werden geplaatst in het twee jaar oude Derde Etablissement, dat in gebruik was genomen voor het huisvesten en opvoeden van wezen.
Op het overzicht zien we dat het gezin Hakkert uit 7 hoofden bestaat. Dat is enigszins verwonderlijk, want ik tel 7 kinderen, tussen 1811 en 1823 geboren, die allen in Veenhuizen hebben gewoond.

Aan de buitenzijde van de drie gestichten in Veenhuizen waren een groot aantal woningen gesitueerd, waar het personeel van het gesticht werd gehuisvest. Dat personeel bestond uit twee groepen: Veteranen en arbeiders huisgezinnen. De veteranen werden door het ministerie van Oorlog geplaatst. De arbeiders huisgezinnen werden net als de kolonisten in de vrije kolonien (Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord) door de plaatselijke besturen opgezonden. Voor beide groepen gold dat ze niet de vrijheid hadden om van Veenhuizen te vertrekken: daarvoor moesten ze ontslag aanvragen en de regels voor het verlenen van ontslag waren niet doorzichtig.

 In de "pikorde" stonden de veteranen hoger in aanzien dan de arbeiders huisgezinnen. Dat lezen we bijvoorbeeld in "het Pauperparadijs", waar het arbeiders huisgezin van Pieter Gijben en het veteraan-gezin van Thobias Braxhoofden, beide ook van het Derde Etablissement, centraal staan. Op een overzicht van 20 januari 1832 zien we de drie gezinshoofden met hun functies: Hakkert is nachtwagt, Gijben is veldwachter en Braxhoofden is oppasser bij de Schabieuse (de schurftlijders).
De omstandigheden in het Derde Gesticht zijn bepaald niet optimaal. Het gesticht gebouwd op een stuk land dat veel te drassig is, waardoor het niet goed toeven is. Als er een ziekte uitbreekt in Veenhuizen dan is het Derde Gesticht "grootverdiener" in slachtoffers en de ellende blijft niet beperkt tot de wezen; ook de gezinnen aan de buitenzijde worden veelvuldig getroffen. Dat zien we ook bij het gezin Hakkert: Zoon Derk overlijdt -4 jaar oud- in 1826 slechts enkele maanden na aankomst en moeder Neeltje Nout overlijdt op 1 augustus 1827. Arien Hakkert zelf overlijdt in 1835 en dan staan zijn kinderen, van 12 tot 24 jaar oud, er alleen voor. 

De oudste, Anthonie Hakkert, trouwt op 10 maart 1838 met Andrietta Catharina Muller, dochter van een zaalopziener. Deze familie is uit Apeldoorn afkomstig. Het stel krijgt een woning aan het Derde Etablissement en daar worden hun eerste vier kinderen geboren. Hun status is gelijk aan die van Anthonie's vader: arbeiders huisgezin. Maar in 1845 wordt Antonie aangesteld als Hoevenaar op de Ommerschans. Een mooie promotie. En zo wordt het gezin op 10 juni 1845 ingeschreven in het hoevenaarsregister te Ommerschans. Ze worden geplaatst op hoeve nummer 16.
Op deze hoeve, net binnen de gemeente Avereest gelegen, worden nog vier kinderen geboren, waarvan er twee jong overlijden. De overige zes zullen allemaal volwassen worden. Nadat in 1850 de jongste, dochter Neeltje, op een leeftijd van bijna 10 maanden oud overlijdt, overlijdt ook Anthonie's vrouw. Ruim een jaar later hertrouwt hij met Maria Magdalena Muller, de 11 jaar jongere zuster van zijn eerste vrouw. Zij bevalt ruim drie weken later van een dochter, die 10 maanden later, februari 1853, overlijdt. Kort daarop wordt het gezin overgeplaatst naar Hoeve No 4, even ten zuiden van de Ommerschans. Dit is niet de hoeve die daar thans nog staat en waar in 2018 het informatiecentrum over Ommerschans wordt ingericht: de huidige hoeve is in 1873 nieuw gebouwd. 

Op het uitgebreide verslag over de opbrengsten der Hoeven te Ommerschans in 1855, zien we hoevenaar Hakkert op Hoeve 4 staan.
In deze competitie zien we dat hij met het zaaien en oogsten op het land minder goed mee komt dan in de voortplanting: Op Hoeve 4 worden nog 6 kinderen geboren. En ondanks het matige succes wordt Hakkert in 1869 bevordert tot wijkmeester in de Kolonie, als hoevenaar van de Bosch wordt benoemd tot onderdirecteur van de Landbouw in Veenhuizen.
Als gevolg van deze benoeming verhuist het gezin in 1869 naar Hoeve No 9, waar in 1870 het laatste kind wordt geboren. Ja U concludeert het goed: Anthonie Hakkert heeft 16 kinderen.
Intussen is zijn oudste zoon, de inmiddels 30-jarige Karel Adrianus, opgeleid als timmerman, actief is als aannemer van publieke werken. We komen hem regelmatig tegen bij aanbestedingen klussen op en rond de Ommerschans. Kennelijk is hij goed thuis in de aanbestedings spelregels en weet hij hierin een goede boterham te verdienen.
Karel Adrianus is in 1871 gehuwd met de Friese schippersdochter Elisabeth Walstra. Ze betrekken een woning aan de latere Moerheimstraat te Dedemsvaart, nabij scheepswerf Mol. Hier worden vier kinderen geboren.
In 1877 verhuist vader en hoevenaar Antonie Hakkert, 65 jaar oud, naar Hoeve No 7.

Dan breekt het jaar 1878 aan. Op 16 januari overlijdt het jongste kind, zoon Karel Adrianus jr, 8 maanden oud. Drie dagen later overlijdt Elisabeth Walstra. En dan lijkt zich de geschiedenis te herhalen: Karel Adrianus hertrouwt op 25 november met Berber Walstra, een jongere zus van zijn eerste vrouw. En kort daarop verhuizen ze naar de Kalkwijk (tegenwoordig Julianastraat).

Op 6 januari 1879 overlijdt Anthonie Hakkert op Hoeve No 7. Hij wordt begraven op de overvolle begraafplaats bij de Ommerschans. Zoon Karel Adrianus krijgt ook met zijn tweede vrouw vier kinderen. De eerste is "mijn" Karel Adrianus jr. Hij groeit op in Dedemsvaart, wordt opgeleidt tot timmerman en bouwkundige en treedt daarmee in de voetsporen van zijn vader.
Ook een zoon uit het eerste huwelijk van Karel Adrianus Sr, Pieter Willem Hakkert, wordt bouwkundige. Van beide Hakkerts vinden we tot op de dag van vandaag fraaie woningen in Dedemsvaart. Zo tekent Pieter Willem in 1898 villa Lellingbo voor Bonne Ruys, directeur van kwekerij Moerheim.
In 1906 tekent Karel Adrianus Hakkert het nieuwe voorhuis voor de boerderij van landbouwer Arent van Linge, Huize Diffelerend.
In 1908 maakt Pieter Willem Hakkert het ontwerp voor villa "Marquette" voor Willem Herman Jurriaanse, schoonzoon van de vervener Bonne Azn Berends.
Naast deze monumentale panden staan er in Dedemsvaart veel "normale" woonhuizen met de signatuur van Hakkert.

Karel Adrianus Jr trouwt in 1913 met Margaretha Roelina Knol, dochter van Jacob Knol, de hoofdonderwijzer aan de MULO, ook aan de Kalkwijk gevestigd. Hakkert ontwerpt vanzelfsprekend zijn eigen woning, aan de overzijde van de Kalkwijk. De woning krijgt de naam Namoerus.
In vergelijking met de villa's is zijn eigen woning van heel bescheiden afmetingen. Maar we herkennen wel de stijlkenmerken van Hakkert. Ook deze woning, waar Karel Adrianus Hakkert voor zover ik weet, tot aan zijn overlijden in 1955 is blijven wonen, staat er tegenwoordig nog in prima staat bij.  
Karel Adrianus Jr en zijn vrouw krijgen één dochter, Femmie.

In 1926 overlijdt Karel Adrianus Sr, zijn vrouw overlijdt in 1928. Zij worden begraven in het Achterveld.

Karel Adrianus Junior overlijdt in 1955, zijn vrouw in 1974. Ook zij zijn begraven in het Achterveld.
Wat rest, zijn de fraaie bouwwerken die nog tot in lengte van jaren doen herinneren aan de familie Hakkert.

Reacties

afbeelding van Roeli Wolters
Geweldig om het verhaal nu achter die prachtige huizen te kennen. Van 1958-1962 fietste ik daar elke dag langs op weg naar de Mulo. Het zijn dus "Hakkert-huizen". Mijn interesse in de Ommerschans en al zijn "bewoners" en hoevenaars is groot, ook omdat ik er geboren ben en 20 jaar gewoond heb (1946-1967).