Geplaatst door: 
Verhaal

6 november 1840 - Uit hoofde der geringe waarde

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Op ontvreemding van koloniale goederen staat een straf van 3 tot 14 dagen gevangenis in de boeijen, plus een boete ter grootte van de waarde der ontvreemde goederen, in te houden op het tegoed van de kolonist. Maar soms zijn we coulant...

Meestal vergadert de Raad van Tucht op zaterdag, maar vandaag, 6 november 1840, handelen we de zaken af op vrijdag. Maar liefst vijf zaken staan er op de rol: diefstal van aardappelen, desertie, twee maal diefstal van kleding en tenslotte een veroordeling wegens schelden.

Wij bekijken vandaag de eerste zaak, tegen de kolonist Jacob Koningshoven, hoofdelijk nummer 1990. Hij is schuldig aan het ontvreemden  van aardappelen van het land. Jacob wordt voor de Raad van Tucht gebracht en weet niets ter zijner defensie in te brengen.  De Raad beoordeelt de zaak en besluit Jacob te straffen met 8 dagen gevangenisstraf in de boeijen, zonder vergoeding van het ontvreemde, uit hoofde der geringe waarde.

Zozo, wat een coulance! Nicolaas Hofman, de boekhouder van de Schans, die we nog kennen van 29 oktober, houdt de verdiensten van de kolonisten bij tot op een halve cent nauwkeurig. Het is dan één pennestreek om een stuiver in te houden voor de gestolen aardappelen...

Wat weten we van Jacob Koningshoven? Hij is één jaar en negen maanden geleden, op 3 februari 1839, ingeschreven op de Ommerschans.

We zien dat hij op 21 november 1840, dus over twee weken, naar Veenhuizen wordt overgebracht. Daar krijgt hij op 5 april 1841 ontslag.

wat er aan vooraf ging

In de online archieven is het nodige te vinden over Jacob's voorgeschiedenis. Zo zien we dat zijn ouders, Evert Koningshoven en Anna Maria Renses, op 4 oktober 1789 gehuwd zijn te Alkmaar. Er zal op het stel enige druk zijn uitgeoefend om te trouwen, want bij de sluiting van het huwelijk was de bruid zes maanden zwanger.


Vervolgens zien we dat Jacob geboren is -volgens de regels vernoemd naar zijn opa van vader's zijde- op 8 januari 1790, en 2 dagen later gedoopt in de grote kerk te Alkmaar. Hij was de oudste van minimaal negen kinderen.


Vervolgens vinden we Jacob in 1814, als hij wordt ingeschreven als fuselier (soldaat) in het militair stamboek.

Twee jaar later, op 23 april 1816, mag hij de dienst verlaten "met paspoort". En dan trouwt hij op 30 september 1818 te Haarlem met Anna Maria Salote, die meestal met de achternaam Salodé voorkomt. Zij is de dochter van de wever Emanuel Salode, die uit het Zwitserse Basel afkomstig is.


We zien in de huwelijksacte de handtekeningen van Jacob Koningshoven en zijn schoonvader Emanuel Salodé.

In de periode 1819-1829 heeft het stel zes kinderen gekregen, waarvan er vijf jong zijn gestorven. Alleen dochter Anna Maria (4 januari 1821) is volwassen geworden.

Er tussenuit geknepen

In 1835 zien we een wending in het verhaal. Anna Maria Salodé bevalt op 21 mei 1835 van een dochter, die de naam Peternella krijgt. De aangifte wordt gedaan door vroedvrouw Elisabeth Tiddelaar en Jacob Koningshoven komt in het verhaal niet voor...


Natuurlijk is de eerste vraag: hebben we het hier over dezelfde Anna Maria Salodé? Welnu, Ik kom in Haarlem in de periode 1820-1864 maar één vrouw tegen met de naam Salodé; die heet consequent Anna Maria, en haar geboortejaar ligt consequent op 1797/1798. En als dochter Anna Maria Koningshoven (1821) in 1864 trouwt, dan is haar moeder Anna Maria Salodé nog in leven en woonachtig te Haarlem. Tot dat het tegendeel bewezen is concludeer ik dat het om dezelfde persoon gaat. En deze vrouw krijgt na 1835 nog drie buitenechtelijke kinderen, waarvan er twee jong overlijden.

Mijn conclusie: Jacob Koningshoven is er tussen 1832 en 1835 vandoor gegaan en daarna heeft zijn echtgenote nog vier kinderen gekregen. Voor mij bijzonder is dat die kinderen de naam van hun moeder hebben gekregen. Ik ken andere gevallen waarin zwangere "verlaten" vrouwen een kind krijgen dat pertinent niet van hun wettige echtgenoot kan zijn, maar waarbij die echtgenoot wel als wettige vader wordt genoteerd, omdat ze nu eenmaal gehuwd zijn. In Haarlem werkt dat kennelijk anders, of men houdt het gewoon niet in de gaten.

Ommerschans

Vijf maanden geleden, op 29 mei 1840, is Anna Maria Salodé bevallen van haar laatste kind, dochter Anna. Jacob zal er vrijwel zeker geen weet van hebben gehad. En ook nadat Jacob op 5 april 1841 in Veenhuizen ontslag heeft gekregen, is het maar de vraag of hij naar zijn echtgenote terug is gekeerd. Waarschijnlijk heeft hij een zwervend bestaan geleid. Op 8 juli 1842 werd hij opnieuw ingeschreven met als plaats van herkomst: Dedemsvaart. Dat betekent waarschijnlijk dat hij op de deur van de Schans heeft aangeklopt voor een vrijwillige opname. Deze keer mocht -of moest- hij blijven tot 11 april 1845. Vier maanden later, op 18 augustus 1845, werd hij voor de derde maal ingeschreven op de Schans. Deze keer was hij opgezonden vanuit Haarlem. Wellicht had hij deze keer wel zijn plaats bij zijn echtgenote opgeeist, maar niet gekregen. Op 30 augustus 1845 is Jacob doorgezonden naar Veenhuizen. Daar heeft hij ruim 3 jaar gezeten. Op 12 januari 1849 is hij daar overleden.


In de overlijdensacte lezen we dat hij weduwnaar is van Anna Maria Salode. Huh? zijn er dan toch twee Anna Maria Salode's?
De meeste bedelaar-kolonisten in Ommerschans en Veenhuizen hadden een domicilie van onderstand: hun formele woonplaats. Dat was van belang, want het was die woonplaats die voor de kosten van verpleging in de gestichten opdraaide. In de archieven van de Maatschappij van Weldadigheid zie je dat een aantal mensen er een dagtaak aan hadden om het domicilie van onderstand van kolonisten te achterhalen en dikwijls zie je dat gemeenten niet accepteerden dat zij die formele woonplaats zouden zijn.

Maar als dan de kolonist overleed, dan werd de formele woonplaats netjes in kennis gesteld en in veel gevallen werd het overlijden dan ook in die woonplaats ingeschreven in het overlijdensregister. Zo ook bij Johannes Koningshoven in zijn domicilie: Haarlem. Daar zullen ze toch wel weten hoe het zit?Nee dus. De gegevens uit de acte uit Norg worden klakkeloos overgenomen. Maar moet ik dan toch niet twijfelen aan mijn eerdere stelligheid? Neen! Uit de huwelijksacte van dochter Anna Maria Koningshoven in 1864, onbetwist dochter van Jacob Koningshoven en Anna Maria Salode, blijkt duidelijk dat haar vader overleden is (het is niet duidelijk of dat voor de bruid een feit of een aanname is) en dat haar moeder leeft en in Haarlem woont en werkt.


Het huwelijk van de weduwnaar Antonius Droogmans en de oude vrijgezel Anna Maria Koningshoven bleef kinderloos. En dus mogen we concluderen dat Jacob Koningshoven geen nageslacht meer heeft. Dat ligt anders voor zijn echtgenote Anna Maria Salodé. Haar eerste "buitenechtelijke" dochter Peternella (1835) kreeg zelf 8 kinderen -waarvan 4 buitenechtelijk- en hiervan huwden er vier.

 

 

Reacties

Onderdeel van het thema: