Geplaatst door: 
Verhaal

7 februari 1887 - Het overlijden van Cornelia de Hetri

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

In de Maatschappij van Weldadigheid kruisen de carrierrepaden elkaar in alle richtingen. Een weesjongen kan opklimmen tot directeur en een directeur kan eindigen als bedelaar-kolonist. Vandaag is Cornelia de Hetri overleden, de vrouw van de derde adjunct-directeur van Ommerschans (1824-1830). Zij bracht als weduwe jaren door als bedelaar te Veenhuizen. Uiteindelijk mocht ze naar haar dochter in Dedemsvaart, waar ze vandaag is overleden, 91 jaar oud. Ze kwam drie jaar na de start van de bedelaarskolonie naar Ommerschans en overleed 3 jaar voor het einde van het gesticht.


Op alledrenten.nl zien we in de kolonistendatabase dat Jacob Vertraugoth Harloff, geboren op 5 mei 1797 en afkomstig uit Den Haag, op 12 juni 1820 bij engagement is geplaats als wijkmeester in de vrije Kolonie III, Willemsoord. Bij engagement betekent dat hij niet door een armenbestuur als kolonist naar de kolonie gestuurd is, maar dat hij als beambte is aangenomen. Zijn grootouders Harloff komen vermoedelijk uit Rusland en zijn ouders zijn geboren in Oels, Selesie (tegenwoordig Polen). Op 28 december 1820 treedt hij te Steenwijkerwold, de gemeente waarbinnen Willemsoord ligt, in het huwelijk met Cornelia Jacoba de Hetri. Zij is ook in 1797 geboren te Den Haag maar volgens alledrenten.nl woonde zij laatstelijk te Nijmegen.
We zien dat Cornelia de Hetri op dat moment al in de Colonie Willemsoord woonachtig is. Mogelijk hebben de twee elkaar daar ontmoet. Opvallend is dat de bruid niet weet waar haar ouders en grootouders wonen of hebben gewoond. In de huwelijksbijlagen vinden we ook geen acte van bekendheid. Wel vinden we daar een fraaie notariële acte waarin Jacob's moeder, die schoolhoudster te Den Haag is, haar toestemming voor het huwelijk geeft. Volgens die acte is haar toekomstige schoondochter gewoon afkomstig uit Den Haag, waar ze ook geboren is.
Precies negen maanden na de voltrekking van hun huwelijk, op 30 augustus 1821, wordt dochter Elize Jacqueline geboren. Jacob is dan wijkmeester 1e klasse en het gezin woont dan in Kolonie IV onder Vledder.
De ster van Jacob Harloff is snel rijzend en als er in 1822 op de Ommerschans onderdirecteur Carl Franz Ludwig Fenner met het nodige rumoer moet vertrekken (lees de bedelaarskolonie van Wil Schackmann voor alle sappige details), wordt Harloff aangesteld in deze functie. Hij is verantwoordelijk voor het spiksplinternieuwe bedelaarsgesticht, waaraan op dat moment de laatste hand wordt gelegd. Hij rapporteert aan adjunct-directeur Georg Friedrich Wilhelm von Hoff, die in dezelfde tijd de eerste adjunct, Wouter Visser, is opgevolgd. Visser is in 1822 benoemd tot algemeen directeur der koloniën.

Als von Hoff in 1824 vertrekt van de Schans, krijgt Harloff diens positie. Hij mag met zijn vrouw en dochter de riante directiewoning op de noord-oost hoek van het gesticht betrekken.

In datzelfde jaar wordt ook hun tweede dochter,  Henriette Antoinette Amalia, geboren. In de jaren daarna worden in de directeurswoning op de Schans nog twee gezonde dochters geboren.

In de Post van Weldadigheid, de ingekomen Post van de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid in Den Haag, vinden we meer dan 200 brieven waarin Harlof figureert. Als het brieven van Harloff zelf betreft, dan springt zijn handtekening er altijd uit.

Wat de precieze oorzaak van het ontslag van Harloff, per 1 april 1829, is geweest, is mij nog niet duidelijk. Zijn vrouw schrijft daarover in 1847 (verderop in dit verhaal) dat haar man ziekelijk was. Maar ik vond ook aanwijzingen dat Harloff onder vuur lag, bijvoorbeeld omdat hij secreet mest (de uitwerpselen van de bewoners van Ommerschans) naar zijn eigen landerijen had gebracht.
In antwoord op de missive de Permanente Commissie dd 20 dezer No 67, heb ik de Eer te berigten dat de ingewikkelde beschuldigingen tegen den Hr Adj. Dir. te Ommerschans bij den mijne van 2. dezer No 3 bedoeld zijn, dat door of op last van ZD secreet mest uit de Ommerschans zoude zijn vervoerd naar het land hem in eigendom toebehorende of voor zijn eigen rekening meede aangemaakt. De reden waarom ik dit bij gem. mijne missive niet reeds op deeze wijze heb geschreven is dat een der geemployeerden te O.S. die mij het bovenstaande rapporteerde er onmiddellijk bij voegde indien UwEd er tegen  hem (dus Adj.Dir.) over spreekt zal ik mijn gezegde ontkennen, en verklaren het niet te hebben gezegd: op dien ogenblik waren mij zonder getuigen...

De ontslagdatum

In elk geval komt Harloff met de Maatschappij overeen dat hij ontslag zal nemen of krijgen in het voorjaar van 1829. Maar als Harloff verneemt dat zijn opvolger per 1 april 1829 zal beginnen en dat zijn ontslag dus op dezelfde datum in zal gaan, verzet hij zich hiertegen. Hij betoogt dat zijn nieuwe onderkomen dan onmogelijk gereed kan zijn, mede vanwege de aanhoudende winter.We mogen concluderen dat de Permanente Kommissie zich niets van het stellige verzoek van Harloff aan trekt, want op 1 april draagt hij zijn boekhouding daadwerkelijk over aan Paulus van der Wal, zijn opvolger.
Harloff vestigt zich met vrouw en vier dochters, de jongste is nog maar zes weken oud, in zijn nieuwe onderkomen in de Nieuwe Veenkolonie aan de Vaart van Van Dedem, hemelsbreed 3 kilometer ten oosten van de Ommerschans.
In de kadater registratie, die officieel in 1832 van start gaat, zien we dat Harlof een aantal percelen in eigendom heeft, waaronder twee woningen. We zien dat de naam Dedemsvaart in de kadaster registratie nog niet wordt gebruikt. Daar staat "aan de vaart". Als je tegenwoordig een Dedemsvaarter in het dialect vraagt waar hij woont, dan krijg je nog steeds hetzelfde antwoord: "an de Voart".Op onderstaande kadasterkaart -de oudste uit 1832- heb ik deze percelen in geel ingekleurd. Vermoedelijk woont het gezin Harloff in de grote woning in het midden van het land. Deze woning staat op een verhoging in de afgeveende grond, waar de eeuwen daarvoor een kleine versterking stond, behorend bij de Ommerschans. Deze versterking werd de Spaanse Redoute genoemd.Op onderstaande kaart zien we dezelfde kadasterkaart, geprojecteerd in Google Earth. De kavelgrenzen zijn in de afgelopen twee eeuwen ongewijzigd. De twee woningen staan er al lang niet meer.Uit een brief van zijn vrouw in 1847 (zie verderop in dit verhaal) maken we op dat Harloff aan de slag ging als Taxateur voor de turf. Op alle turf die in de veenkolonie gestoken werd, werd belasting geheven. Om er op toe te zien dat de overheid geen accijns mis zou lopen, werden er een aantal taxateurs aangesteld, waaronder dus Jacob Harloff.

In 1831 werd in het gezin een vijfde dochter geboren en eind 1834 werd Cornelia de Hetri voor de zesde maal zwanger. Maar waarschijnlijk drong dat pas tot haar door na het plotselingen overlijden van haar echtgenoot op 30 januari 1835.
En zo bleef de zwangere Cornelia met vijf dochters alleen achter in de veenkolonie. Op 30 augustus werd haar zesde kind geboren. Een zoon. Hij kreeg -vanzelfsprekend- de namen van zijn vader: Jacob Vertraugoth.Per 1 januari 1837 is de gemeente Avereest fors uitgebreid ten koste van de gemeenten Ambt Ommen en Ambt Hardenberg. De gehele veenkolonie Dedemsvaart werd aan Avereest toegevoegd. Bij die gelegenheid zijn overzichten gemaakt van alle nieuwe inwoners van Avereest, netjes gerangschikt per huishouden. Hier vinden we ook Cornelia de Hetri met haar dochters terug. We zien ook dat ze inwoning hebben, waarschijnlijk om een bron van inkomsten te hebben.Zonder de inkomsten van haar echtgenoot teert Cornelia snel in. Ze wordt gedwongen om het onroerend goed van de hand te doen om haar gezin te voeden en kleden. Maar uiteindelijk komt het gezin letterlijk aan de bedelstaf.

Bij toeval vond ik in de Post van Weldadigheid (die momenteel online doorzoekbaar is op naam tot 1834) een smeekschrift van Cornelia de Hetri om als arbeiders huisgezin te worden opgenomen te Veenhuizen. Het is duidelijk dat Cornelia goed op de hoogte is van de verschillende bevolkingsgroepen in de kolonien en op deze wijze hoopt ze te ontkomen aan een huisvesting in zalen: de arbeiders huisgezinnen wonen aan de buitenzijde van de gestichten in kleine woningen.Aan de Maatschappij van Weldadigheid
Met de meeste verschuldigde Eer bid geeft de ongelukkige wed. J:v:Harloff geboore de Hetri haare dringende nood te kenne en teven biddende uw Braave Madschappij om hulp te Smeeke.
Jaare heeft mijn overleede man UEd Trouw en Eerlijk gedind Zoo als de Braave Heer Visser kan getuige want Zijn Eele gestr. was ooggetuige van de begine der Colonis van onze handel en wandel bijna heeft mijn man alle kolonis helppe stigte.
Uit hofde van een Zikkelijk gestel verzogt de overleedene Zijn ontslag Dog heeft weeder een post va het land gehad Taxateur der turf aan Dedemsvaart maar om dat mijn man die post niet langenoeg bedint had keeg ik geen pensijon maar een Rativicasie slegts van 25 gulden.
In de beginne had ik nog land en een woning waar ik zoo doen met mijn 6 kinders kon leeve dog er was schult op en kon nit de rente opbrenge. Nu is verleede jaar alles verkogt en ben dus nu tot de bedelstaf bijnaa verheeve. 
Mogt ik nu zoo vrij zijn uw braave Madschappij eene Beede te doen om mijn met twee knappe Dogter en een Zoontje te plaaze ala Arbijd huisgezin te Veenhuize och dan was ik op mijn oude dag bezorgt mijn Dogters een van 23 en een van 21 jaar kunnen goed werke de jonge zou wat leere is nu 10 jaare en ik kan goed naije en brijde dog in de groote Madschapij is te veel volk.
Twee van mijn jongste dogters zijn reeds opgepakt als bedelaars en zijn in de Schans het was mijn onmogelijk voor hun te verdiene in Zoo een deure tijt. De onvergetelijke Generaal van den Bosch was altijt onze Prodekteur maar helaas is nit meer die kan ik nu nit meer vraage Land en Staat heeft mijn man lang gedint nog maals bid de ongelukkige uw Braave Madschappij om in din het moogelijk is mijn uit de nood te redde want wij verkeere tans in de Drukkenste om standigheid biddend verzoek ik om verschooning voor mijne vrijpostigheid en blijve hoope op een gunstig Antwoord Blijve ik met de Meste verschuldigde Eerbid de widuwe J:v:Harloff geboore de Hetri.

Dedemsvaart den 13 mei 1847

Geen genade

Het mag niet baten. Cornelia de Hetri wordt niet met haar kinderen uitgenodigd om in Veenhuizen te komen wonen. Zo werkt dat natuurlijk niet. Uiteindelijk zit er niets anders op dan dat ze zich laat oppakken voor bedelarij. En zo wordt ze op last van de rechter in Zwolle op 1 mei 1849 ingeschreven te Ommerschans. Deze keer niet in de fraaie woning naast het gesticht, waar de afgelopen 20 jaar een prachtige tuin is aangelegd, maar "op zaal" met 40 andere vrouwen. Bijna 2 jaar zit ze in de Ommerschans en daarna wordt ze overgebracht naar Veenhuizen, waar ze de volgende twintig jaar van haar leven zal doorbrengen.

In de bevolkingsregisters van Norg vind ik haar maarliefst tien maal.En wat zien we in al deze inschrijvingen: Ze heeft de status van bedelaars huisgezin. En in een aantal registers wonen haar jongste kinderen bij haar. Heeft ze dan toch nog min of meer haar zin gekregen en mag ze aan de buitenzijde van het gesticht wonen?In 1852 trouwen twee dochters in Dedemsvaart.Cornelia krijgt geen verlof om bij de huwelijksvoltrekking aanwezig te zijn, maar ze geeft wel haar toestemming voor het huwelijk bij notariële acte.
Volgens het inschrijvingsregister van Veenhuizen krijgt Cornelia haar finale ontslag op 16 juli 1870. Ze is dan 73 jaar.
In deze laatste inschrijving van Cornelia wordt haar carrierre als bedelaar-kolonist in één regel samengevat: aangekomen op 1 mei 1849 wegens een veroordeling te Zwolle, verplaatst naar Veenhuizen op 25 januari 1851 en ontslagen op 16 juli 1870.

Vermoedelijk komt Cornelia naar Dedemsvaart, maar in het bevolkingsregister van 1870-1879 is ze niet ingeschreven. Wel zien we haar in het eerstvolgende register, van 1880-1889. Ze woont bij schoonzoon Jan Palthe, grofsmid te Dedemsvaart, die met haar tweede dochter, Henriëtte, is getrouwd. Ze wonen niet ver van de plaats waar ze zich in 1829 met haar jonge gezin vestigde.Daar overlijdt Cornelia de Hetri op 7 februari 1887 op de gezegende leeftijd van 91 jaar. Ze zal begraven zijn op de begraafplaats in de Mulderij.

Op de genealogische kaart van Cornelia de Hetri vinden we meer dan 20 links naar online bronnen waarin zij figureert.
Stel je voor dat we in Nederland alle online bronnen op deze wijze koppelen, dan schrijven de geschiedenissen van onze voorouders zich als vanzelf. Dan krijgen de winterkale bomen die we kwartierstaat en genealogie noemen een groene kruin. Samen vormen ze een bos: de geschiedenis van de Nederlanders.

Reacties