Geplaatst door: 
Verhaal

7 juli 1843 - de dood van Leentje Stam

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Op deze momentopname uit 1966 van fotograaf P.C. Schellekens van de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed, ligt de begraafplaats van Ommerschans er keurig bij. Ik herken de grafstenen van vader en zoon Postema van afstand. Maar ook in 1966 hebben de meeste van de ruim 5.000 graven geen graftekens. Zoals het graf van het Amsterdamse meisje Leentje Stam. Vandaag, 7 juli 1843, overleed ze. Ze werd vier jaar, elf maanden en twee weken oud. Haar moeder en zus moesten haar hier achterlaten toen zij twee jaar later hun ontslag kregen.

Verslagen zitten ze in het hospitaal van Ommerschans bij het bed met het roerloze lichaampje van Leentje. Gisteren had dokter van Steenwijk al gewaarschuwd dat het er niet goed uit zag voor Leentje, en vannacht om twee uur is ze overleden. Maria Wassenaar heeft het niet zo Douwe Petrus van Steenwijk. Iedereen wist dat hij dronk en om die reden was hij al lang geleden ontslagen als dokter op de Schans. Maar dokter Samuel de Goede is drie maanden geleden ook ontslagen en het wachten is op een nieuwe dokter. Officieel is dokter de Boer van Dedemsvaart nu tijdelijk de arts op Ommerschans, maar die laat de dagelijkse zorg over aan van Steenwijk.

Leentjes zus, de zes jaar oude Katrien, wordt gek van ellende. Vier jaar geleden is haar vader overleden, maar dat kan ze zich niet herinneren. Maar ze weet nog heel goed dat ze vorig jaar met haar moeder en zus naar Ommerschans zijn gebracht, waar ze met heel veel andere kinderen op een zaal moet slapen. Ze heeft al een paar keer meegemaakt dat er een kind van haar zaal is gestorven en nu is ook Leentje dood. Moeder zegt dat ze flink moet zijn, maar ze ziet dat moeder zelf ook overstuur is.

Haarlem


Leentje's Oma, de moeder van haar moeder, heet Keetje Akersloot. Ze heeft een winkel in de Korte Zijlstraat in Haarlem. Daar kennen ze haar als de weduwe Gielissen. In 1814 overleed haar eerste echtgenoot, Dirk Wassenaar.Keetje Akersloot bleef achter met drie kleine kinderen. De oudste, Anna Maria, is Leentje's moeder. Ze was 7 jaar oud in 1814. Keetje was drie maanden zwanger toen haar man overleed. Haar zoon werd op 28 juni 1814 geboren en die kreeg de naam Dirk, naar zijn vader. Keetje besefte heel goed dat ze in haar eentje met vier kleine kinderen onmogelijk het hoofd boven water zou kunnen houden. En toen de vrijgezel Gerrit Gielisse belangstelling toonde, aarzelde ze niet lang. Op 28 december 1814 trouwden ze.Kijk eens naar de handtekeningen. Er staat: Cornelia Akersloot kannie schrijven...Er verstrijken zestien ogenschijnlijk rustige jaren waarin de kinderen opgroeien en uitvliegen. Gerrit en Keetje krijgen samen geen kinderen.
En dan breekt 1830 aan. Zoon Wilhelmus zit in dienst. Hij is tamboer in de schoolkompagnie der 10e afdeling Infanterie. Of hij ziek is geworden, of dat hij een ongeluk heeft gehad, heb ik niet kunnen achterhalen. Maar hij belandt in het Groot Rijks Hospitaal te Utrecht, waar hij op 4 maart 1830 overlijdt. In Haarlem wordt het overlijden van Wilhelmus in de kantlijn van het overlijdensregister ingeschreven.

Ongeluk komt zelden alleen

Een Nederlands gezegde dat in dit geval van toepassing is. Een maand na het overlijden van Wilhelmus overlijdt zijn stiefvader Gerrit Gielisse.Keetje Akersloot staat er opnieuw alleen voor, maar nu zijn haar kinderen groot en ze kan rondkomen van haar winkelbedoening.

Amsterdam

De stad Amsterdam is de grote magneet voor jonge mensen. Dat geldt voor het platteland van heel Nederland, maar zeker voor buurstad Haarlem. Met de trekschuit ben je in een paar uur in Amsterdam en er wordt al nagedacht over de mogelijkheid om een stoomtrein aan te leggen tussen deze twee steden. In 1829 is de Engelsman George Stephenson succesvol met zijn stoomlocomotief en in Engeland wordt nu al hard gewerkt aan de "ijzeren weg".
Dochter Anna Maria Wassenaar trekt omstreeks 1835 ook naar Amsterdam om werk te zoeken. Of dat gelukt is dat weet ik niet, maar wat de 30-jarige Maria wel vindt, is een vent. Het gevolg: ze raakt zwanger en op 23 december 1836 bevalt ze in het Binnengasthuis van dochter Katrien.Of ze de vader van haar dochter uiteindelijk heeft kunnen overhalen om zijn verantwoordelijkheid te nemen, of dat ze een andere vent weet te strikken, daar zullen we nooit achter komen. Feit is dat ze op 11 oktober 1837 trouwt met schildersknecht Jan Stam, die nog onder de wapenen is, maar toestemming krijgt om te trouwen. Bij het huwelijk erkent Jan de dochter van zijn echtgenote als zijn kind. Ze zal vanaf heden als Anna Catharina Stam door het leven gaan.We zien dat Jan Stam en Anna Maria Wassenaar beide de schrijfkunst machtig zijn, hoewel ze in een tijd zijn opgegroeid dat er geen leerplicht was.

En dan mijn stokpaardje: de huwelijksbijlagen bij dit huwelijk. Het gemeentebestuur van Amsterdam van 1837 is bureaucratisch strak georganiseerd.We zien dat bruidegom en bruid al ongehuwd samen wonen in de Suikerbakkersteeg.Omdat Anna nog niet lang in Amsterdam woont, moet er ook uit haar vorige woonplaats Haarlem een bewijs van onvermogen komen om in aanmerking te komen voor een kostenloos huwelijk.Ook in Haarlem wordt het huwelijk aangekondigd.Natuurlijk vinden we ook de geboorte-bewijzen van het stel in de huwelijksbijlagen.Tenslotte zien we het contract dat Jan Stam sluit met zijn Bataillon. Hij moet verklaren dat hij zijn vrouw nimmer ten laste van het korps zal brengen.Het stel woont, zoals we in de bijlagen hebben gezien, in de Suikerbakkerssteeg in Amsterdam. Dit is één van de vele stegen tussen de Nieuwendijk en de Nieuwezijds Voorburgwal.Hier komt Leentje Stam op 19 juli 1838 ter wereld. Jan Stam doet zelf aangifte. Let op: Hij heeft geen beroep!Tien maanden later overlijdt Jan Stam. Ik sluit niet uit dat Jan op dat moment verblijft in een correctionele instelling, want de aangever, Jan van Olij, is suppoost van beroep en woonachtig "ten sterfhuize" op het adres Oudezijds Achterburgwal No 1. De geschiedenis herhaalt zich: een jonge moeder staat er alleen voor met haar kinderen.Sinds 1823 stuurt het armbestuur van Amsterdam regelmatig groepen armlastige burgers naar Ommerschans. Ruim drie jaar lang weet Anna Maria deze gang voor haar gezin te voorkomen, maar dan valt het doek: ze wordt met haar twee dochters naar de Schans gestuurd, waar ze op 6 oktober 1842 worden ingeschreven.Met een beetje geluk zijn ze samen op één zaal geplaatst, maar het kan ook zijn dat de meisjes op een kinderzaal terecht komen en Anna Maria op een vrouwenzaal. Dat neemt niet weg dat je er van uit mag gaan dat er regelmatig contact is tussen de moeder en haar kinderen. De opgave voor Anna Maria is duidelijk: ze moet 25 gulden oververdienste halen om met haar kinderen op vrije voeten te worden gesteld.

Maar voordat ze dat punt kan bereiken (je verblijft minimaal één jaar op de Schans en de het kost gemiddeld wel twee jaar om je vrij te kunnen werken), is vandaag dochter Leentje overleden.Leentje zal begraven zijn op de linker (zuidelijke) helft van de begraafplaats. Dat is de zijde waar de katholieken worden begraven. Vermoedelijk heeft pastoor Lammers de korte uitvaartplechtigheid geleid. Tot aan hun ontslag op 10 mei 1845 zullen moeder Anna Maria en zus Katrien haar graf regelmatig hebben bezocht, om het daarna nooit meer terug te zien.

Terug naar Haarlem

Wie ze ook nooit meer terug zullen zien, is moeder en oma Keetje Akersloot. Zij is 2 maanden voor hun ontslag in haar woonplaats Haarlem overleden.Vijf jaar later hertrouwt Anna Maria Wassenaar met de weduwnaar Gerrit van Bakel, van beroep zadelmaker. Katrien, inmiddels 13 jaar oud, krijgt een stiefvader.In 1852 verhuist het gezin van Haarlem naar het dorpje Buiksloot, even ten Noorden van Amsterdam.Buiksloot is in 1852 een dijkdorp, dat doorkruist wordt door het Noordhollands kanaal, dat Amsterdam sinds 1824 met de zee verbindt. In de 20e eeuw is Buiksloot compleet opgeslokt door Amsterdam-Noord.Het gezin heeft zes jaar in Buiksloot gewoond, totdat Gerrit van Bakel in 1858 overlijdt.
Kort na overlijden trekt Anna Maria met de inmiddels 21-jarige Katrien naar Amsterdam. Daar wonen ze zeven jaar in een kamer op het adres Oudezijds Voorburgwal 247.In 1865 verhuizen ze naar de Schippersstraat, een dwarsstraat van de tegenwoordige Prins Hendrik kade. Daar overlijdt Katrien op 15 oktober 1870, slechts 33 jaar oud. Ze is waschvrouw van beroep. Anna Maria Wassenaar blijft alleen achter.

Drie jaar later vind ik Anna Maria Wassenaar in het patiëntenregister van de stad Amsterdam. Op 18 januari 1873 is ze opgenomen in het Binnen Gasthuis en een week later is ze daar overleden.

En zo eindigt deze geschiedenis op dood spoor: geen nakomelingen.Voor grootmoeder Keetje Akersloot, de winkelierster van de Korte Zijlstraat, ligt dat anders. Zij heeft naast Anna Maria nog een dochter en een zoon die nakomelingen krijgen.Door op het genealogie-icoon te klikken (hierboven omcirceld) komen de nakomelingen -voor zover in de genealogische database opgenomen- in beeld. En dat zien we dat het heel goed mogelijk is dat er levende Nederlanders zijn die een genetisch raakvlak hebben met Leentje Stam.

Reacties

Onderdeel van het thema: