Geplaatst door: 
Verhaal

8 oktober 1852 - Als een bewijs van vruchtbaarheid

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

In het rijtje van gezichtsbepalende employees van de Ommerschans hoort zeker smidsbaas Jacobus Slot, die zijn werkzame leven lang op de Schans het ijzer smeedde als het heet was en talentvolle jongens opleidde in het zware, maar mooie vak. Vandaag wordt hij voor de 8e (en laatste) keer vader.

Ik heb tot nu toe geen aanwijzing gevonden dat er in het eerste decennium van de Ommerschans sprake is van een smederij. Weliswaar kom ik in 1825 driemaal de persoon Jacobus de Kler tegen, smid te Ommerschans, die samen met zaalopziener Jan Emmelot aangifte van de geboorte van een kolonisten kind doet, maar in de lijst van Employees van 6 augustus 1829 komen we geen smid tegen.


Wanneer precies Jacobus Slot op de Ommerschans is aangesteld als smid blijft dus nog even verborgen in de 400 strekkende meter archief van de Maatschappij van Weldadigheid. Maar we kunnen gevoegelijk aannemen dat het niet later dan ergens in het jaar 1833 zal zijn geweest, want op  28 april 1834 trouwt hij in het stadhuis van Ommen met hoeveniersdochter Theodora Geraets. En -belangrijk voor de tijdslijn- Theodora is niet zwanger en dus is er een gerede kans dat de twee een fatsoenlijke verkerings- en verlovingstijd hebben genoten.

We zien dat Jacobus in 1803 geboren is in de Overijsselse stad Borne, bakermat van de textielindustrie in Twente.

Jacob's vader was smid in Borne en we lezen in de huwelijksbijlagen dat hij daar in 1828 is overleden. En ook Jacob's moeder is in 1828 overleden. Verder zien we in het certificaat van de Nationale Militie dat Jacob 5 jaar in dienst heeft gezeten en daarmee zijn plichten heeft vervuld. Ik heb nog niet achterhaald in welke periode hij heeft gediend, maar gelet op zijn leeftijd is het aannemelijk dat hij al uit dienst ontslagen was tijdens de 10-daagse veldtocht.

In de huwelijksbijlagen vinden we ook een notariele verklaring waarin getuigen verklaren dat Jacob's grootouders overleden zijn.


Theodora Geraets is geboren in 1808 in het Zuidhollandse Delfshaven.


Vader Antonius Geraets en zijn vrouw Hermina Pierlo komen beide uit Limburg. Hun eerste mij bekende kind is geboren te Dordrecht en de volgende kinderen worden geboren in Delfshaven en Rotterdam. Het is de subcommissie te Rotterdam die het gezin in 1818 voordraagt voor de proefkolonie van de Maatschappij van Weldadigheid, het latere Frederiksoord.


We zien hier dat Theodora 8 jaar oud was toen ze verhuisde van de stad Rotterdam naar "the middle of nowhere" in Drenthe.

In "de Proefkolonie" van Wil Schackmann lezen we dat Antonie Geraets een voorbeeldig bewoner van de proefkolonie is. Het prototype gezin dat Johannes van den Bosch sterkt in zijn overtuiging dat zijn aanpak werkt. Als in 1822 de nieuwe landbouwkolonie No 5 bij de Ommerschans wordt gesticht, wordt het gezin Geraets uitverkoren om te verhuizen. De hoevenaars bij Ommerschans hebben een grotere verantwoordelijkheid dan de vrijboeren in de vrije koloniën. Zij geven mede stuur aan de bedelaar-kolonisten en behoren bij de employees van de Maatschappij.

Op 23 november 1823 is het gezin Geraets naar Ommerschans gekomen, waar ze hoeve nr 7 toegewezen kregen, even ten zuiden van de Ommerschans aan de weg naar Ommen.


Deze hoeve is in 1838 hernummerd tot Hoeve Nr 4. In 1872 is de Hoeve herbouwd en deze is anno 2017 nog vrijwel intact. 


Toen Jacobus Slot zijn aanstelling op de Schans kreeg woonde de familie Geraets daar nog steeds. Zijn meisje woonde dus op 5 minuten lopen.

Mijn uitspraak dat Theodora Slot niet zwanger was toen ze trouwde, is eenvoudig te onderbouwen: op 20 januari 1835 werd hun eerste kind, dochter Hermina Pieternella, geboren. Exact 40 weken na hun huwelijk. 

Tot en met vandaag - 8 oktober 1852- zijn er in het gezin Slot 8 kinderen geboren, 3 jongens en 5 meisjes. Al deze kinderen zijn volwassen geworden, iets wat in deze tijd en zeker binnen de Ommerschans opmerkelijk genoemd mag worden.

Wat kunnen we zeggen over de lokatie van de smederij in de Ommerschans?

In de kadastrale boekhouding ben ik tot nu toe de aanduiding smederij niet tegen gekomen binnen de percelen van de Ommerschans. Maar in de archieven van de Maatschappij van Weldadigheid zitten een aantal inventarissen van de opstallen van de Ommerschans ten behoeve van de brandverzekering. Hieronder de transcriptie van een opsomming uit 1848.

Onder positie No 2 zien we "Eene werkzaal waarin eene smeederij staande binnen het gesticht in het vrouwen kwartier" .

We zien de smederij in het grote gebouw aan de vrouwenzijde van de binnenplaats binnen het gesticht en de woning van smidsbaas Jacobus Slot linksonder op de kaart. Hoeve Nr 4 van zijn schoonouders valt rechtsboven buiten beeld. Op de binnenplaats aan de vrouwenzijde zien we nog twee kleine gebouwen, de touwslagersloods -kennelijk was er ook een lijnbaan ingericht- en een koffijhuisje. Starbucks Avant La Lettre.

Marija Slot


Vandaag, 8 oktober 1852, is in de smidswoning het achtste kind geboren.


Morgen zal Jacobus aangifte doen van de geboorte van zijn dochter Marija, vergezeld van de zaalopziener Johannes Jacobus Scherjon.

Dat Jacobus Slot zich niet alleen bezig hield met het smidswerk maar -wellicht gesteund door vrouw en kinderen- ook actief was in de groententuin bij zijn woning, zien we in het volgende krantenbericht dat zelfs het westen des lands bereikte.

De mangelwortel wordt in de Nederlandse tuinen nog steeds verbouwd. We kennen deze nu onder de naam rode biet. 16 halve ponden is gelijk aan 4 kg. In 1820 is de palm op 10 cm gesteld; de biet bij Jacobus Slot was dus 70 cm lang. Tevens werd in 1820 de duim op 1 cm gesteld: de omtrek van deze biet was dus 52 cm, wat overeen komt met een dikte van ruim 16 cm. Dit soort krantenberichten zijn de kers op de taart.

In het bevolkingsregister van 1860 komen we het gezin Slot tegen op het adres Ommerschans (wijk B) nr 30:

We zien dat een aantal kinderen inmiddels is uitgevlogen en dat een paar anderen aan hun eerste dienstjes in Zwolle beginnen. Als daar de eerste ervaring was opgedaan dan volgde dikwijls een volgende stap naar het westen -meestal Amsterdam-. Die beweging zien we in deze omgeving als vast patroon tot ruim na de eeuwwisseling.

Vermoedelijk is in de periode 1870-1880 de smidswoning -zoals zovele ambtswoningen op de Schans (inmiddels een RIjkswerkinrichting), geheel vernieuwd. Deze woning is na de ontmanteling van Ommerschans blijven staan en deze staat er -als ik goed geïnformeerd ben- nog steeds.

Het spant er derhalve om of Jacobus en zijn vrouw nog in deze woning gewoond hebben, want Jacobus overlijdt op 18 juli 1872 en Theodora Geraets op 2 juli 1875.  

Aangever van dit overlijden is timmerman Andries Esveld, zoals we op de plattegrond zien is hij de buurman van Jacobus Slot.

Enige jaren voor zijn overlijden heeft Jacobus Slot als smidsbaas het stokje over gegeven aan zijn jongste zoon Jacobus Paulus Slot. Die trouwt een half jaar na het overlijden van zijn moeder, op 6 januari 1876, met Elisabeth Koster. Zij is net als haar echtgenoot geboren en getogen op de Schans. Haar vader, Franciscus Koster, is magazijnhouder en winkelhouder op Ommerschans, vader van 13 kinderen (waarvan 5 jong overleden). Hij is zelf kind van een Ommerschans employee, want zijn vader , Claas Koster, is in 1829 al magazijnhouder op de Schans. Zo vinden we op Ommerschans en in Veenhuizen de nodige vader-op-zoon situaties.


Als getuigen bij het huwelijk zien we hoevenaar Jacobus van Blokland, buurman Andries Esveld, zaalopziener Gerrit van den Ham en onderdirecteur-buiten Reinier van Nispen. Laatstgenoemde kennen we als side-kick in het boek "de Kinderkolonie" van Wil Schackman. Van Nispen komt als wees naar Veenhuizen, krijgt een goede opleiding op het instituur te Wateren, komt dan naar Ommerschans en wordt uiteindelijk Onderdirecteur Buiten. Als de Schans in 1890 wordt opgedoekt is van Nispen de man die -vlak voor zijn pensioen- de zaken moet afwikkelen.

Intussen is Marija Slot -de jongste zus van Jacobus Paulus Slot, die vandaag geboren is- aan de slag als dienstbode in Amsterdam. Op de webste van het stadsarchief Amsterdam vinden we een aantal inschrijvingen van haar.


We zie dat ze op 3 juni 1876  -een half jaar nadat haar broer getrouwd is- in Amterdam is ingeschreven als dienstbode op het adres Singel 496.


Het laatste wat ik vooralsnog van Marija gevonden heb, is dat ze in mei 1886 naar het Rokin nr 156 is verhuisd. Ze is in dit register niet uitgeschreven en dus woonde ze daar waarschijnlijk tot na 1893. Helaas is het bevolkingsregister na 1893 niet volledig ontsloten en dus weet ik nog niet hoe het haar verder vergaan is.

Van Jacobus Paulus Slot weten we dat wel. Hij is met zijn gezin op de Ommerschans gebleven tot aan de sluiting van de Schans in 1890. Ze hadden 8 kinderen gekregen waarvan de eerste jong overleden was. Jacob Slot kon zijn baan voortzetten in Veenhuizen. Daar werden nog 3 kinderen geboren. 


Ook van Jacobus Paulus Slot vond ik een krantenbericht. In deze ingezonden brief in de Provinciale Drentsche en Asser Courant verdedigt hij zich tegen anonieme beschuldigen van inbraak en medeplichtigheid aan vernielingen in de N.H. kerk te Ommerschans.


Ik heb nog geen andere berichten kunnen vinden over deze inbraak, maar de inhoud van het artikel laat zien dat Slot niet alleen vaardig was met hamer en aambeeld, maar ook met de pen.


In het bevolkingsregister van Veenhuizen zien we dat Jacob Slot met zijn gezin (voor zover nog niet uitgevlogen) op 28 maart 1912 vertrekt naar Zeist. Jacob is dan 63 jaar en waarschijnlijk gepensioneerd. Een paar weken voor zijn vertrek biedt hij zijn 50 volken bijen te koop aan.

 In 1913 trouwt zoon Joannes, op dat moment schrijver 1e rang bij de Rijkswerkinrichting Veenhuizen. Zijn ouders wonen op dat moment te Apeldoorn.

Uiteindelijk "landen" Jacob en zijn vrouw op de Kruisberg te Doetinchem, waar Jacob in 1924 overlijdt. Zijn vrouw woont daar dan nog 14 jaar tot haar overlijden in 1938.

Of haar schoonzuster Marija Slot -vandaag geboren- op dat moment nog in leven is, zal de komende jaren ongetwijfeld duidelijk worden, als archieven verder toegankelijk worden gemaakt.

Reacties