Geplaatst door: 
Verhaal

9 maart 1863 - De tel kwijt

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Volgens zijn signalementskaart is hij 18, nee 17 maal veroordeeld wegens landloperij en bedelen. Tjeerd Gerrit Visscher uit Oldebroek zal de tel zelf ook zijn kwijtgeraakt.

Dit verhaal begint op 30 september 1816. De 58-jarige Jan Jans en de 45-jarige Wiebe Nobel, beide "Dienaar der Politie" in de Friese gemeente De Lemmer, melden zich op het gemeentehuis nadat ze zijn terug gekeerd van een onsmakelijke klus. Op de kust is namelijk een lichaam gevonden "geheel onherkenbaar", dus in staat van ontbinding. Echter, het lichaam is gekleed en om het hemd staan de letter TDB geborduurd. En dus neemt men aan dat het om de stoffelijke resten van Tjeerd de Boer moet gaan, de schipper die op 3 september voor de kust van Lemmer met zijn schip is vergaan en naar wiens lichaam nu al vier weken wordt gezocht.
Tjeerd Gerrits de Boer, geboren in Blokzijl omstreeks 1758, is op 2 juli 1809 in Sneek gehuwd met de bijna 20 jaar jongere Joukje Ellers Camminga. Op 4 mei 1810 wordt hun dochter Aaltje geboren en in 1812 en 1814 worden er nog twee dochters geboren. Van deze twee kinderen heb ik nog geen spoor gevonden, wellicht zijn ze jong overleen.

Vroedvrouw te Oldebroek

Na het scheepsdrama in de nazomer van 1816 blijft Joukje Ellers Camminga alleen achter met haar dochter Aaltje. Ze zit niet bij de pakken neer. Acht jaar later, in 1827, vinden we haar als vroedvrouw in het Gelderse Oldebroek. Dochter Aaltje, slechts 16 lentes jong, is zeven maanden zwanger. De vader is bekend: het is de 25-jarige timmerman Gerrit Jan Visscher, afkomstig uit Ruurlo en sinds enige tijd woonachtig in Oldebroek.
Gelet op het late tijdstip van het huwelijk -2 maanden voor de geboorte van hun kind- zal het niet meteen vanzelfsprekend zijn geweest dat de twee in het huwelijksbootje stappen.
In de huwelijksacte staat dat vader Tjeerd de Boer te Sneek overleden is. Het uittreksel uit de Burgerlijke Stand van Sneek zou als bewijsstuk overlegd zijn. In de huwelijksbijlagen op familysearch.org zie ik prachtige stukken, maar niet het bewuste uittreksel.
Overigens zien we in het overlijdensregister van Sneek dat het overlijden van Tjeerd de Boer in De Lemmer daar netjes is ingeschreven. Er is dus geen misverstand over het lot van Aaltje's vader.

Gerrit Jan Visscher en Aaltje de Boer krijgen samen drie kinderen. De oudste, dochter Johanna Katharina, overlijdt op 5-jarige leeftijd in 1832. De tweede is zoon Tjeerd Gerrit, geboren op 12 september 1829. Hij is de hoofdpersoon van vandaag. Het derde kind is ook een jongen, Johannis, geboren op 22 maart 1832.

De Echtscheiding

Op 24 mei 1849 heeft de Arrondissementsrechter te Arnhem de echtscheiding uitgesproken tussen Gerrit Jan Visscher en Aaltje de Boer. De reden: kwaadwillige verlating door Gerrit Jan. In de huwelijksbijlagen van Oldebroek, waar de echtscheiding op 20 oktober 1849 is ingeschreven, is het volledige vonnis van 14 kantjes te vinden. Daar lezen we ondermeer:
"Dat Gerrit Jan Visscher voornoemd in de maand october 1840 de gemeenschappelijke woonplaats te Oldebroek en eiseresse en hare kinderen zonder wettige oorzaak heeft verlaten, nadat hij vooraf zijnen geheelen inboedel had te gelde gemaakt, zonder tot op het instellen der tegenwoordige regtsvordering tot haar weder te keeren" 
Omdat de woon- en verblijfplaats van Visscher onbekend zijn, wordt de echtscheiding ondermeer gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant.
Ik heb zelf geen spoor van Gerrit Jan in deze periode gevonden. Niet in de registers van de Maatschappij van Weldadigheid en ook niet in de registers van veroordeelden en gevangenen in Friesland en Noord Brabant.

Terug van weg geweest

Maar in 1863 is Gerrit Jan weer terecht: hij is timmerman te Ermelo als op 9 mei zijn jongste zoon Johannis huwt met Hendrikje Schoonderbeek.
Ik heb de indruk dat de gescheiden ouders van Johannis niet bij het huwelijk tegenwoordig zijn. Wie er zeker niet bij is, is broer Tjeerd Gerrit. Hij is namelijk twee maanden eerder, op 9 mei, ingeschreven in de Rijkswerkinrichting Ommerschans.

Op zijn genealogische kaart tellen we al 10 inschrijvingen in Ommerschans en Veenhuizen in de periode voor 1880. In volgorde:
9 maart 1863: veroordeeld te Utrecht, ingeschreven te Ommerschans
3 september 1864: doorgestuurd naar Veenhuizen
10 maart 1865: ontslagen te Veenhuizen (2 jaar)
10 april 1865: veroordeeld te Utrecht, ingeschreven te Ommerschans
10 mei 1865: ontslagen te Ommerschans (1 maand)
14 november 1865: veroordeeld te Utrecht, ingeschreven te Ommerschans
19 mei 1866: overgedragen aan de regter
21 mei 1866: terug van de regter
14 november 1868: ontslagen te Ommerschans (3 jaar)
22 maart 1869: veroordeeld te Leeuwarden, ingeschreven te Veenhuizen
16 september 1870: ontslagen te Veenhuizen (18 maanden)
27 maart 1871: veroordeeld te Leeuwarden, ingeschreven te Veenhuizen
10 juli 1871: ontslagen te Veenhuizen (ruim 3 maanden)
19 februari 1872: veroordeeld te Leeuwarden, ingeschreven te Veenhuizen
7 november 1872: ontslagen te Veenhuizen (ruim 8 maanden)
25 april 1873: veroordeeld te 's Hertogenbosch, ingeschreven te Ommerschans
12 september 1873: ontslagen te Ommerschans (ruim 4 maanden)
27 december 1873: veroordeeld te Amsterdam, ingeschreven te Ommerschans
7 mei 1874: ontslagen te Ommerschans (ruim 4 maanden)
27 juli 1874: veroordeeld te Assen, ingeschreven te Veenhuizen
13 februari 1875: ontslagen te Veenhuizen (ruim 6 maanden)
29 januari 1876: veroordeeld te Arnhem, ingeschreven te Ommerschans
29 januari 1878: ontslagen te Ommerschans (2 jaar)
6 mei 1878: veroordeeld te Amsterdam, ingeschreven te Ommerschans
6 mei 1879: ontslagen te Ommerschans (1 jaar)

Op de website het het Brabants Historisch Informatie Centrum vinden we nadere informatie over zo'n veroordeling.
Hier zien we dat Tjeerd Gerrit op 3 april 1873 tot 15 dagen eenzame opsluiting is veroordeeld wegens landloperij. Aansluitend is hij naar Ommerschans gezonden.

Met deze voorgeschiedenis hoeft het ons niet te verbazen dat Tjeerd Gerrit in 1897, toen in Veenhuizen zijn signalementskaart werd opgesteld, voor de 17e maal was veroordeeld. Met de frequentie waarmee hij zijn eerste 10 veroordelingen kreeg, hadden het er ook 20 kunnen zijn...

Volgens het register heeft Tjeerd Gerrit Visscher in de periode 1860-1866 gediend bij de Dragonders in 's Gravenhage. Dat is moeilijk te rijmen met zijn inschrijvingen die in 1863 beginnen.We zien bij de Verdere Bijzonderheden dat deze inschrijving niet de laatste straf van Visscher zal zijn geweest. Dat maken we ook op uit de laatste acte waarin hij voor komt: zijn overlijdensacte.
We zien dat de 75-jarige Tjeerd Gerrit Visscher, ruim 40 jaar na zijn eerste opzending, overlijdt in het Rijkskrankzinnigengesticht te Medemblik. HIj overleeft zijn jongere broer Johannis anderhalf jaar, maar waarschijnlijk heeft hij van diens overlijden geen weet gehad. En dat hij 9 oomzeggers had waarvan er bij zijn overlijden tenminste zes in leven zijn, is hem waarschijnlijk ook ontgaan.
Eind Goed Al Goed is niet voor een ieder weg gelegd...

 

Reacties