Geplaatst door: 
Verhaal

Het gezicht van Ommerschans

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

In 1890 zijn de verpleegden van de Rijkswerkinrichting Ommerschans overgebracht naar Veenhuizen, waarna de inrichting gesloten is. Zes jaar later is men in Veenhuizen begonnen om signalementskaarten te maken van alle verpleegden. Deze kaarten bevatten uitgebreide informatie van elke verpleegde, inclusief twee foto's.
In 1902 is men gestopt met deze aanpak, maar in de tussenliggende periode zijn bijna 5.600 verpleegden op deze wijze geregistreerd. Die kaarten zijn bewaard in het Drents Archief. Ik vroeg me af of er verpleegden tussen zitten die ook op Ommerschans hebben verbleven. Zonder veel moeite vond ik er ruim honderd. Die staan nu online op bonmama.nl.

Het Drents Archief stelde de database op de signalementskaarten, online te raadplegen op alledrenten.nl, beschikbaar aan de Vereniging Ommerschans. Daardoor kon ik de 5.596 verpleegden sorteren op geboortedatum, er van uit gaanden dat ik bij de oudsten de grootste kans maakte dat ze voor 1890 in Ommerschans hebben verbleven. Daarom beperkte ik me in eerste instantie tot de personen die voor 1860 geboren zijn. Van deze personen ben ik nagegaanof ik ze kon vinden in de toegangen op de inschrijvingsregisters van Ommerschans en Veenhuizen en als dat zo was, dan heb ik in de registers bekeken of ze daadwerkelijk in Ommerschans hebben verbleven. Ommerschans en Veenhuizen hebben namelijk een gezamenlijke boekhouding, maar in bijna alle inschrijvingen is het duidelijk waar de kolonist -later verpleegde- verbleef.

Op deze wijze heb ik 108 personen gevonden die in Ommerschans hebben verbleven, sommige enkele dagen en andere vele jaren. Ongetwijfeld zijn er veel meer dan deze 108. Dat zal in de loop der tijden vanzelf blijven. 108 was een mooi getal om een verzamelfoto te maken, die is gebruikt op de webpagina die nu online raadpleegbaar is.

Als U deze applicatie opent (door op bovenstaande afbeelding te klikken) dan kunt U naar de gegevens van elke persoon springen door op het gezicht te klikken. U komt dan in de persoonskaart van de persoon in de Genealogische Database Avereest terecht. Daar vindt U de inschrijvingen van deze persoon in Ommerschans en Veenhuizen en -voor zover uitgezocht- zijn genealogische gegevens (grootouders, ouders, partners, kinderen etc.) Zo kunnen we ons een beeld vormen van deze groep.

Een voorbeeld:

Gerardus August Weijdens

In zijn signalement staat onder het kopje karakteriestieke trekken: Verdrietig Uitzicht, zwaar gerimpeld.

Op zijn genealogische kaart zien we dat de Rotterdammer Weijdens niet in de goot is gestart. Hij is opgeleid als horlogemaker en in 1841gehuwd. Negen maanden later bevalt zijn vrouw van een zoon. Op 23 januari 1844 is dit kind overleden en daarna moet Weijdens ontspoort zijn. Want als zijn vrouw 14 jaar later (!) toestemming krijgt om het huwelijk te laten ontbinden, blijkt dat haar man in augustus 1844 met de noorderzon is vertrokken...

Dat de autoriteiten in Nederland geen idee hebben waar Weijdens in de tussentijd is gebleven, is enigszins vreemd, want in de inschrijfregisters van de Maatschappij van Weldadigheid komt hij veelvuldig voor. Door de systematische wijze waarop die registers thans worden ontsloten en gekoppeld aan een centraal persoonsbestand laat zich de "timeline" van Weijdens eenvoudig lezen.We zien hier dat hij al op 4 juni 1845 voor de eerste maal te Ommerschans is ingeschreven en dat hij enkele maanden na zijn derde inschrijving in 1853 heeft ingestemd met een militaire carriere in de Oost. Als we in 1857 in de krant lezen dat zijn echtgenote ook in Oost verblijft, dan hebben de twee wellicht tegelijkertijd in de Gordel van Smaragd verbleven. Het militaire stamboek met de vermelding van Weijdens heb ik nog niet gevonden, maar het is duidelijk dat hij in 1859 weer terug is in Nederland, als hij voor de vierde maal wordt ingeschreven. Er zullen nog vele inschrijvingen volgen.
Op zijn signalementskaart van 1896 lezen we dat hij inmiddels 21 veroordelingen op zak heeft. Of dat aantal helemaal klopt is de vraag. Zo staat er bij de huwelijkse staat dat hij weduwnaar is, hetgeen echt onjuist is: hij is gescheiden.

ongehuwde oude mannen

Het algemene beeld is dat er in de rijkswerkinrichtingen te Ommerschans en Veenhuizen vooral ongehuwde oude mannen en losgeslagen weduwnaars verbleven. Zodra we de feiten rond deze 108 mannen compleet krijgen, kunnen we dat beeld verhelderen. Met de thans verzamelde gegevens is het al mogelijk een klein beetje statistiek te bedrijven. 

64 mannen (59%) staan in de signalementsregisters geregistreerd als ongehuwd. Het moet nog blijken of dat getal juist is, want ik vond al twee mannen die wel degelijk gehuwd waren, maar die kennelijk bij de inschrijving vertelden ongehuwd te zijn. Abraham Crama bijvoorbeeld was voor de twee maal gehuwd en uit zijn eerste huwelijk heeft hij kinderen en kleinkinderen. Verder zijn er 23 gehuwd (21%) en de rest is gescheiden of weduwnaar.

Weliswaar is de gemiddelde leeftijd van deze mannen 59 jaar in het jaar 1896. Maar hun gemiddelde leeftijd bij hun eerste inschrijving is 29 jaar. Ze hebben er dus gemiddeld al 30 jaar ervaring in de gestichten op zitten! De jongste inschrijver is Arnoldus Leonardus van Veen, die in 1845 op 4-jarige leeftijd te Ommerschans is ingeschreven met zijn ouders en die in de loop van zijn leven regelmatig in de gestichten opdook. 
De vroegste inschrijving onder deze groep is van Willem Frederik van Wagtendonk, die in 1842 op 7-jarige leeftijd in Ommerschans werd ingeschreven met zijn ouders, broertjes en zusjes. Hij zal zich van dat verblijf weinig hebben herinnerd, want na twee dagen werd het gezin overgebracht naar Veenhuizen, waar ze na een jaar werden ontslagen. In tegenstelling tot zijn tijdgenoot Nol van Veen blijft Willem van Wagtendonk nagenoeg zijn hele leven buiten de gestichten. Hij gaat in Amsterdam als schoenmaker aan de slag, trouwt in 1865 en krijgt tenminste 7 kinderen die volwassen worden en trouwen. Waarom hij in 1896 in Veenhuizen zit (met nul eerdere veroordelingen) en terwijl zijn oudste zoon hoofdagent van politie is, dat moet in de toekomst duidelijk worden. Na zijn vrijlating in Veenhuizen zet hij in Amsterdam zijn leven als schoenmaker voort.

Deze voorbeelden laten weer zien dat er niet zomaar een etiket kan worden geplakt op de kolonisten/verpleegden van Ommerschans en Veenhuizen. Hun verhalen zijn divers en lopen als aderen door de gehele Nederlandse samenleving.

Een doel voor de komende jaren is om over alle 108 verpleegden een verhaal te schrijven. In de rechterkantlijn van dit artikel staan er een aantal. De meesten zullen worden gekoppeld aan de vroegste datum waarop ze werden ingeschreven. Maar indien U in één van de portretten een voorouder meent te herkennen, aarzel dan niet uw vermoeden aan ons kenbaar te maken, dan zoeken we dat vast even uit! 

Reacties