Geplaatst door: 
Verhaal

13 juli 1863 - het kroost van Aaltje Kwak

Auteur: 
Helmuth Rijnhart

Op 13 juli 1863 wordt Aaltje Kwak ingeschreven als bedelaar-kolonist te Ommerschans. Ze is ongehuwd en drie maanden zwanger. Haar kind wordt levenloos geboren, maar Aaltje ontmoet op de Schans Jacob van Belsen, de liefde van haar leven. Twee van hun achterkleinkinderen zijn Kareltje Verbrugge en Johnny Musscher. Wij kenden ze als Willy Alberti en Johnny Jordaan. Zonder de bedelaarsgestichten hadden ze niet bestaan...

Wie denkt aan deze muzikale neven, denkt aan de Amsterdamse volkwijk de Jordaan. Daar wonen de rasechte Amsterdammers, al sinds de 17e eeuw.
Echter, veel van die Jordanezen hebben voorouders die zich in de 19e eeuw vanuit de provincie, of vanuit andere steden in Amsterdam vestigden. Zo ook de hoofdpersoon in dit verhaal, Aaltje Kwak.
Haar ouders, Arij Kwak en Leentje van Buren, komen beide van Voorne-Putten. Hij is geboren in 1804 in Rockanje en zij in 1808 in NieuwenhoornOp 18 april 1833 trouwen Arij en Leentje in Nieuwenhoorn.

We zien dat Arij's vader, Jacob Kwak, zijn naam met een Q schrijft: Quak.

Arij en Leentje krijgen samen 9 kinderen, waarvan één levenloos geboren en 5 jong overleden. Vijf maal noemen ze hun zoon Jacob, naar grootvader Quak. Zelden heb ik een koppel zo volhardend gezien in het kiezen van de naam: dikwijls duikt er toch een bijgeloof op dat je een volgende kind niet de naam van een eerder overleden kind moet geven. Maar de aanhouder wint en de vijfde Jakob blijft in leven.Het eerste kind in het gezin Kwak, dat de volwassenheid zal bereiken, is de hoofdpersoon van dit verhaal, dochter Aaltje Kwak. Zij is in 1839 in het nabijgelegen Brielle geboren.
Als eerste dochter in het gezin is Aaltje volgens de regels vernoemd naar de moeder van haar moeder, Aaltje Krijnse van der Linden.

Als Aaltje negen jaar oud is overlijdt haar moeder. Haar vader doet zelf aangifte van het overlijden. Hij blijft achter met drie kinderen. Aaltje is de oudste, haar broertjes Jacob en Job zijn zes en drie jaar oud.
Twee jaar later, in 1851, hertrouwt Arij Kwak met Lena Breuring, de weduwe van Carel Boekman. Zij brengt twee kinderen mee, zoon Karel, een half jaar ouder dan Aaltje, en dochter Lena, drie jaar jonger. Arij en Lena krijgen samen geen kinderen, en voeden samen de vijf kinderen op.

Ommerschans

Het eerstvolgende teken van leven in dit gezin vind ik 12 jaar later. Vandaag, 13 juli 1863, wordt Aaltje Kwak ingeschreven te Ommerschans, opgezonden vanuit -en dus veroordeeld voor bedelarij te- Zwolle. Ik vind haar in het register van de Arrondissementsrechtbank te Zwolle op 9 juli 1863. Ze maakt deel uit van een enorme groep mensen, allemaal opgepakt voor bedelarij. Hun vonnis is éénsluidend voor allen: vier dagen cel en aansluitend voor onbepaalde tijd naar Ommerschans.In het algemeen wordt gesteld dat aspirant-kolonisten zelf naar Zwolle trokken om daar hun opname in de Schans af te dwingen. Ondersteunend voor deze bewering is het volgende krantenbericht van 25 mei 1863:Petrus Jodocus de Jongh is sinds 1844 vaste klant in Ommerschans en Veenhuizen. Op 1 mei 1863 is hij voor de vijfde maal ontslagen te Veenhuizen en drie weken later stapt hij al weer aan wal in Zwolle. Keurig per stoomboot aangekomen...

Het zou heel wel kunnen zijn dat Aaltje door haar vader naar Zwolle is gestuurd. Ze is namelijk drie maanden zwanger en dan kan het handig zijn om even uit de buurt te gaan... Aaltje zal zich hebben aangesloten bij de stroom gelijkgestemden die de weg al kennen. En zo wordt ze op 13 juli afgeleverd op de Schans.We kunnen niet zeggen dat Aaltje een kalme zwangerschap heeft. In het inschrijvingsregister zien we dat ze op 14 oktober 1863 voor de Regter is gebracht, dat moet dan de kantonrechter in Ommen zijn, of de arrondissementsrechter in Deventer. Ik heb nog niet achterhaald voor welk vergrijp ze door de politie is afgehaald van de Schans. We zien dat ze 14 dagen later weer terug is op de Schans. Ze zal zijn vrijgesproken of ze heeft een korte gevangenisstraf gehad.

Aaltje's zwangerschap eindigt jammerlijk op 15 januari 1864 met de geboorte van een levenloos kind. Waarschijnlijk heeft dokter August Hamer Aaltje bijgestaan bij de bevalling.Als Aaltje enigszins hersteld is van de bevalling, moet ze zoals alle kolonisten aan het werk op het land, in de spinnerij of de balenweverij of op een andere plaats in de kolonie. Zo verstrijken de maanden. Het wordt lente en zomer en dan breekt 22 augustus 1864 aan. Het nieuws gaat als een lopend vuurtje door de Schans. Van Belsen is terug uit de gevangenis!

Jacob van Belsen

Jacob van Belsen heeft een opvallend vergelijkbare voorgeschiedenis als Aaltje. Hij is afkomstig uit de Zeeuwse vissersplaats Arnemuiden op het eiland Walcheren, waar de sterke en moedige mannen de zee op gaan op te vissen, en waar de rest voornamelijk als visleurder langs de deuren gaat om de vangst uit te venten.Arnemuiden is dé visserplaats op Walcheren, met een haven aan zee, in de beschutting van de landaanwinningen aan de zuid-oostzijde van het eiland.Jacob's voorouders zijn visleurders. Marinus Jacobse van Belsen en Krina Marinusse de Nooijer zijn beiden geboren en getogen in Arnemuiden. Ze trouwen in 1826 en krijgen vijf kinderen, waarvan drie jong overlijden en één levenloos wordt geboren. Alleen de laatste, Jacob, blijft in leven. Maar als Jacob twee jaar oud is overlijdt zijn moeder. Zijn vader hertrouwt na 2 jaar, in 1835, met dorpsgenote Geertje Blaase. In de huwelijksacte zien we dat Marinus op dat moment vrijwillig matroos is op het opleidingsvaartuig van de Nederlandse Marina, de Euridice. Dit schip speelde een voorname rol tijdens de Belgische Opstand in de beschieting van Antwerpen in 1830.
Marinus van Belsen en Geertje Blaase krijgen vier kinderen die alle vier jong overlijden en daarna overlijdt Geertje in 1844. Zo verliest Jacob van Belsen op 10-jarige leeftijd opnieuw een moeder.
Zijn vader hertrouwt drie maanden (!) na het overlijden van Geertje met de twaalf jaar jongere plaatsgenote Catharina Grootjans. Zij krijgen samen vier kinderen, waarvan de eerste twee jong overlijden. Zo blijven er ook in dit gezin slechts drie kinderen in leven.
In 1858 overlijdt Marinus van Belsen. Jacob is dan 26 jaar oud en nog ongehuwd.

Zoals de ouden zongen...

De oplettende lezer zal in de genealogische kaart van Marinus van Belsen zien dat zijn vader, Jacob van Belsen Sr, op 4 december 1830 overleden is in de Drentse gemeente Norg. Jacob was daar vast niet om er sinterklaas te vieren. Neen, Jacob van Belsen Sr is op 2 juli 1830 ingeschreven in Ommerschans, opgezonden vanuit Middelburg.We zien dat hij op 19 september 1830 is gedetacheerd naar Veenhuizen (het tweede gesticht te Veenhuizen was in de termen van de Maatschappij van Weldadigheid de dependance van de Ommerschans) en daar is hij op 3 december van hetzelfde jaar overleden.Heeft U de moeite genomen om bovenstaande acte even door te lezen? Want het staat er echt: Jacob is ongehuwd! Mijn eerste reactie was: dan is dit niet de juiste Jacob. In een dorp als Arnemuiden wonen vast meerdere mensen met deze naam. Maar als je alle puzzelstukjes bij elkaar legt, dan blijkt dat we het wel degelijk over "onze" Jacob Senior hebben.

Want negen jaar later wil de weduwe van Jacob van Belsen, Jannetje Nederhand, opnieuw trouwen. Daarvoor moet zij een bewijs van overlijden hebben van haar vooroverleden echtgenoot. En zij weet heel goed waar haar man is overleden: in Veenhuizen. Daarop stuurt de gemeente Norg op verzoek van de gemeente Arnemuiden een extract van de overlijdensacte op.


... piepen de jongen

Sinds de bedelaarsgestichten in Ommerschans en Veenhuizen in 1859 rijksinrichtingen zijn geworden, worden de bedelaar-kolonisten bijna zonder uitzondering opgezonden vanuit de steden waar een rechtbank zetelt. Ze hebben dan een veroordeling voor een bepaalde tijd op zak. Het systeem van de Maatschappij van Weldadigheid, waarin de kolonist ontslag kan krijgen als ie 25 gulden oververdienste bijeen heeft gespaard, is verleden tijd.
Zo wordt Jacob van Belsen Jr veroordeeld door de rechtbank in Middelburg, vermoedelijk wegens bedelarij of landloperij. Op 11 november 1862 wordt hij ingeschreven in de Schans.

Oproer in de Ommerschans

In de Ommerschans verblijven mannen en vrouwen gescheiden van elkaar. Die scheiding geldt niet alleen op de zalen, maar ook op het grote binnenterrein. Midden over het terrein staan twee evenwijdige hekken waardoor de mannen en vrouwen elkander alleen van afstand kunnen zien. Op onderstaande kadasterkaart uit 1861 zijn de scheidingshekken gestippeld weergegeven.Nu bestaat het gesticht intussen veertig jaar en dus zijn er gewoontes ontstaan. Zo wordt het de kolonisten toegestaan om tweemaal per dag na afloop van de maaltijd het overgebleven eten naar de andere zijde te brengen, naar echtgenote of echtgenoot, kind, verloofde of kennis. Eind februari 1863 maakt de gestichtsleiding bekend dat deze regel wordt ingetrokken. Met ingang van 2 maart blijven de hekken dicht na afloop van de maaltijden. En die maatregel valt helemaal verkeerd bij de kolonisten.Onderdirecteur Christiaan Jacobus van Leddes Hulsebosch werkt al sinds 1838 voor de gestichten, eerst als magazijnmeester in Veenhuizen en later als onderdirecteur in Ommerschans. Bij de overgang van de kolonie naar het Rijk, vier jaar geleden, heeft hij -zoals z'n meeste collega's, zijn positie behouden.De Ommerschans (gemeente Ommen) behoorde juridisch onder het kanton Ommen, arrondissement Deventer. Vandaar dat de normale gang, als justitie moet worden ingeschakeld, naar Deventer is.De veertien opgepakte kolonisten worden overgebracht naar Zwolle, omdat men besloten heeft deze zaak voor het Hof van Assisen te Zwolle te laten voorkomen vanwege de zwaarte van de zaak.
Tegenwoordig worden verdachten in de krant uitsluitend met initialen aangeduid. In 1863 zien we overwegend dezelfde aanpak, maar een enkele keer staan verdachten met naam en toenaam in de krant. Dat geluk hebben we ook in dit geval. Onder hen: onze Jacob van Belzen!Ik heb gepoogd het rechtbankverslag te vinden in het Historisch Centrum Overijssel. Maar helaas! Het archief van het Hof van Assisen te Zwolle is in de tweede wereldoorlog bij de Slag om Arnhem grotendeels verloren gegaan. We moeten het dus doen met de krantenverslagen. Waar zouden we zijn zonder Delpher!Aan de hand van de namen in het Algemeen Handelsblad van 4 juni heb ik getracht deze kolonisten op te sporen. Dat is me voor elf van de veertien gelukt. We zien dan het volgende beeld:
Wijtske Roelofs Joosten, 38 jaar (Tolbert), voor de 5e maal ingeschreven, krijgt 1 jaar gevangenisstraf
Elisabeth Bootsman, 33 jaar (Edam), voor de 1e maal ingeschreven, krijgt 1 jaar gevangenisstraf
Janke Nannes de Harder, 43 jaar (Workum), voor de 3e maal ingeschreven, krijgt 1 jaar gevangenisstraf
Maria Rebecka Uijlings, 22 jaar (Amsterdam), voor de 1e maal ingeschreven, krijgt 1 jaar gevangenisstraf
G. Steffens, nog niet gevonden, krijgt 6 maanden gevangenisstraf
Alewijn Klokkers, 27 jaar ('s Gravenhage), voor de 1e maal ingeschreven, krijgt 6 maanden gevangenisstraf (is na 8 maanden terug)
C. Meijde, nog niet gevonden, krijgt 12 maanden gevangenisstraf
Jacob van Belzen, 31 jaar (Arnemuiden), voor de 1e maal ingeschreven, krijgt 12 maanden gevangenisstraf
Jacobus Johannes Frijzelaar, 30 jaar (Zierikze), voor de 1e maal ingeschreven, wordt vrijgesproken (maar gaat wel terug naar Ommerschans)
Willem Groenendaal, 30 jaar (Amsterdam), voor de 1e maal ingeschreven, wordt vrijgesproken (maar gaat wel terug naar Ommerschans)
G.J. Strifs, nog niet gevonden, wordt vrijgesproken (maar gaat wel terug naar Ommerschans)
Cornelis van der Sluis, 23 jaar (Utrecht), voor de 2e maal ingeschreven, wordt vrijgesproken (maar gaat wel terug naar Ommerschans)
Arie Vilders, 37 jaar (Leiden), voor de 1e maal ingeschreven, wordt vrijgesproken (maar gaat wel terug naar Ommerschans)
Harmen Meijer, 50 jaar (Koog aan de Zaan), voor de 9e maal ingeschreven, wordt vrijgesproken (maar gaat wel terug naar Ommerschans)

En zo kunnen we concluderen dat Jacob van Belsen met collega C. Meijde als hoofdaanstichters zijn gestraft voor deze oproer. Deze gebeurtenis kan waarschijnlijk als opmaat worden beschouwd voor twee maatregelen: Het aanstellen van geschoolde rijksveldwachters voor het bewaken van Ommerschans en het verwijderen van alle vrouwen van Ommerschans (1870).

Het kan niet anders dan dat Jacob van Belsen op 22 augustus 1864 als held is onthaald door zijn mede kolonisten. Aaltje Kwak heeft het afgelopen jaar de verhalen telkens opnieuw gehoord en vandaag ziet ze deze held voor de eerste maal. Veel tijd wordt hen samen niet gegund. Drie weken later wordt Aaltje naar Veenhuizen verplaatst en Jacob krijgt weer een week later ontslag. Kennelijk heeft men er op de Schans geen behoefte aan deze held binnen de gelederen te houden.

De Liefde

Misschien hadden Jacob en Aaltje elkaar nimmer terug gezien, als Jacob z'n lesje had geleerd. Maar zo ging het niet. Ruim drie maanden na zijn ontslag is Jacob al weer terug op de Schans, met een veroordeling in Amsterdam. Op 20 maart 1865 wordt hij doorgestuurd naar Veenhuizen, waar Aaltje nog steeds verblijft. Een jaar lang verblijven ze beide in Veenhuizen, tot aan het ontslag van Aaltje. Jacobus wordt op 1 mei 1867 ontslagen en 3 weken later wordt hij al weer vanuit Leeuwarden naar Veenhuizen gezonden. Aaltje komt daar op 24 april 1868 opnieuw aan en het is zeker dat de vlam daarna definitief over slaat. Want op 27 juni 1870 worden ze samen ontslagen, een duidelijk teken dat hun relatie voor iedereen duidelijk is.

Zes weken na hun ontslag trouwen Jacob en Aaltje in haar officiële woonplaats Brielle, alsof er de afgeopen zeven jaren niets gebeurd is...

In het bevolkingsregister van Voorne-Putten zien we dat Jacob en Aaltje bij vader Kwak intrekken. Helemaal gladjes verlopen de eerste huwelijksjaren niet, want in de kantlijn zien we dat Jacob van Belsen in het huis van Correctie te Hees verblijft...We zien hier dat Jacob en Aaltje op 21 april 1871 vertrekken van Brielle naar Leiden. Daar wordt op 16 juni van dat jaar hun eerste (en enige) kind geboren, dochter Alida.We zien in deze acte dat het stel woonachtig is in "de kamp" te Leiden en dat de vader, Jacob van Belsen, tijdelijk afwezig is...

Hoe lang Jacob en Aaltje in Leiden hebben gewoond, heb ik nog niet kunnen achterhalen. In 1874 duiken ze op in Delft en daar woont Jacob onafgebroken tot 1885 op dertien verschillende adressen. Dat lijkt mij een indicator voor gebrek aan welstand...Ik zeg hierboven nadrukken dat Jacob op deze dertien adressen woonde. Aaltje Kwak komt niet verder dan adres 6, de Paardenmarkt.Aaltje overlijdt op 6 februari 1877. Dochter Alida is zes jaar oud. De geschiedenis gaat zich opnieuw herhalen...Als U goed kijkt op de gezinskaart hierboven, dan ziet U dat broer Job Adrianus Kwak op 19 januari 1877, dus twee weken voor het overlijden van zijn zus, bij het gezin in trekt. Hij komt regelrecht uit... de Ommerschans! Hij is op 17 mei 1862 voor de eerste maal ingeschreven op de Schans en zat er dus al toen zijn latere Jacob van Belsen daar voor de eerste keer kwam. Job zat er dus ook tijdens de oproer. Wellicht heeft hij een rol gespeeld als matchmaker tussen zijn zus en zijn latere zwager. In 1864 is Job ontslagen op de Schans en in 1873 is hij voor de tweede maal ingeschreven. Op 13 januari 1877 is hij ontslagen en regelrecht naar Delft gekomen. Job zal niet veel later naar Amsterdam trekken waar hij in 1879 trouwt.

Op 19 november 1879 hertrouwt Jacob van Belsen met Jacoba van der Sar, weduwe van Maarten Post. Zij brengt drie dochters mee, waarvan de jongste even oud is als Alida. Maar het loopt niet lekker in het gezin, waarop Jacoba op 16 juni 1882 met haar kinderen vertrekt. Tot een echtscheiding komt het niet. Jacoba overlijdt op 3 augustus 1883 als echtgenote van Jacob van Belsen.Na 1885 verlies ik Jacob van Belsen en zijn dochter even uit het oog tot 1896. Dan blijken ze in Den Haag te wonen, waar Alida trouwt met Johannes Hendricus van Musscher, die geboren is te Haarlem. Zijn vader is fotograaf te Leiden.

Jan van Musscher en Alida van Belzen krijgen in Den Haag zes kinderen, waaronder zoon Bastiaan van Musscher in 1897. Hij is de vader van Johnny Jordaan.

Op 23 juli 1901 wordt het gezin van Musscher ingeschreven in het bevolkingsregister van Amsterdam. Precies een maand later wordt daar het zevende kind geboren: dochter Sophia Jacoba. Zij zal in 1921 trouwen met Jacobus Wilhelm Verbrugge en is de moeder van Willy Alberti.
Schoonvader Jacob van Belsen woont zijn laatste levensjaar in bij het gezin van zijn dochter in Amsterdam aan de Bilderdijkstraat. Op 6 februari 1902 overlijdt hij in het Binnengasthuis, 70 jaar oud.
De gezinskaarten op de website van het stadarchief Amsterdam zijn van een belabberde kwaliteit, maar je hoort mij niet klagen! Zie hier de eerste kaart van het gezin van Musscher. Op de achterzijde staan maar liefst 26 verschillende adressen. Verhuizen was ook in dit gezin een regelmatig terugkerend karwei. En dat zal niet van weelde zijn geweest!In het gezin van Musscher worden in totaal 11 kinderen geboren, waarvan er een aantal jong zijn overleden. De anderen hebben ongetwijfeld voor een flink nageslacht gezorgd, dat rondloopt met het DNA van Aaltje Kwak en Jacob van Belsen. Wij kennen er een paar!

Reacties